De wereld en Irak

DE LES VAN KOSOVO, heeft de Amerikaanse oud-generaal en NAVO-opperbevelhebber Wesley Clark eens gezegd, is dat een grootmacht als de Verenigde Staten zijn bondgenoten bij een oorlog moet betrekken. Hun belangen gaan dan gelijk op: het winnen van de strijd. Bovendien kunnen de lasten worden gedeeld, met name de financiële, die aanzienlijk zijn. Clark leidde de luchtaanvallen op Kosovo, een oorlog die 78 dagen duurde – van 24 maart tot 10 juni 1999 – en die met succes door het NAVO-bondgenootschap werd afgerond. President Bush heeft de woorden van Wesley Clark niet ter harte genomen. De operatie-Irak is unilateraal uitgevoerd. De Britse hulp is in dank aanvaard, maar beide regeringen zitten nu ondanks hun overwinning op het bewind van Saddam in grote problemen. Tony Blair en de zijnen dreigen hun geloofwaardigheid te verspelen door het opgeklopte oorlogsmotief en de affaire-Kelly. Het optreden van de Britse premier gisteren voor de commissie-Hutton overtuigde niet. Het is zeer de vraag of hij hiermee wegkomt. Bush is in Irak in een guerrilla verzeild die de contouren van Vietnam aanneemt en die met de dag impopulairder wordt. Iedere dode soldaat is een horde extra in Bush' race naar herverkiezing. In veertien maanden tijd kunnen veel Amerikaanse militairen sneuvelen.

DAT BETEKENT NIET dat de VS het snel voor gezien zullen houden in Irak. Het tegendeel is waarschijnlijker. Maar onder druk van de omstandigheden – doden, anarchie, uitzichtloze strijd – gaan nu ook in de Amerikaanse regering stemmen op om de pacificatie van het land te `internationaliseren'. Onderminister Richard Armitage (Buitenlandse Zaken) lanceerde deze week het idee een multinationale troepenmacht in Irak met steun van de Verenigde Naties te accepteren. Geleid uiteraard door de Amerikanen. Alleen al het feit dat dit naar buiten is gebracht, duidt op een ommekeer in het Amerikaanse denken over hoe het verder moet. Men kan het ook zo zeggen: de nood is kennelijk zo hoog dat de VS zich wel tot hun bondgenoten (VN, NAVO, EU, Rusland) moeten wenden. Anders zakken ze zelf te diep weg in het Iraakse moeras.

President Bush moet de gedachte nog overnemen en dat zal tijd kosten. Toch is een zo groot mogelijke multinationale betrokkenheid bij de afwikkeling van de oorlog hoofdvoorwaarde voor uitzicht op vrede. Zonder de wereld redden de Amerikanen het niet in Irak, militair noch financieel. Omgekeerd is het geen bondgenootschappelijk belang om de VS alsnog een zeperd te zien halen. Acceptatie van een door de VN gesteunde vredesmacht betekent niet dat de VS ineens het hoofd buigen of macht in Irak zullen delen. Het gaat om meer dan een militaire aanpak. Politiek en economie zijn minstens zo belangrijk en daar is weinig buigzaamheid te verwachten. `Internationalisering' heeft uiteraard een prijs, maar een VN-resolutie gaat voorbij aan dat aspect en moet de gemeenschappelijkheid onderstrepen. Een resolutie is wèl nemen en geven. Voor de VS en voor het voormalige anti-oorlogskamp: Duitsland, Frankrijk, Rusland.

IN DIE ZIN is het merkwaardig dat de Duitse regering de schijnwerpers plotseling op een andere brandhaard heeft gezet: Afghanistan. Bondskanselier Schröder wil het mandaat van de internationale troepenmacht daar (ISAF; een VN-commando) aanzienlijk uitbreiden. Op zichzelf is dat een goed idee. Ook de pacificatie van Afghanistan verloopt moeizaam. De paar duizend ISAF-militairen werken alleen in Kabul en omgeving en zijn niet in staat orde en veiligheid elders af te dwingen. Maar te vrezen valt dat Schröders plan een afleidingsmanoeuvre is om mogelijke verplichtingen in Irak te ontwijken. Het is zoals de Frankfurter Allgemeine Zeitung schreef: Schröder wijkt uit naar de verkeerde plek. De Duitse Bundeswehr kan, zoals het Nederlandse leger al doet, haar bijdrage het beste in Irak leveren. Daar zijn de troepen en het geld het hardste nodig. Zo'n gebaar zou de Amerikaans-Duitse relaties in één klap verbeteren. Maar dan moet Washington wel werk maken van het idee van onderminister Armitage: een door de VN gesteunde troepenmacht in Irak. Ook de NAVO kan veel meer doen. Amerika heeft niet voor niets bondgenoten, zou Wesley Clark zeggen.