De koninklijke formule voor zelfredzaamheid

Twee Thaise prominenten verbeelden de keuze waarvoor ontwikkelingslanden staan. `Doe mee met de wereldhandel', zegt de WTO-baas. `Nee, zorg eerst voor jezelf', bepleit de koning van Thailand in zijn modelboerderij.

Zoals zoveel Thai gaat ook boer Somsak Tong-on fluisteren als het over zijn koning gaat. ,,Als hij dit idee niet had gehad', prevelt de boer met een blik naar een poster van de Thaise koning, vlak onder het strooien boerderijdak, ,,was ik nu overweldigd door schulden en hadden mijn zes kinderen niet naar school gekund.' In plaats daarvan heeft Somsak sinds twee jaar een pick-up truck, een tv, een motorfiets en een stuk land dat oneindig veel beter benut wordt dan voorheen – toen de boer nog niets wist van de koninklijke ingeving.

Koning Bhumibol Adulyadej van Thailand heeft al goede ideeën zolang hij regeert. En dat is lang: 57 jaar. In Thailand grenst zijn statuur aan het goddelijke. Aziatische koningen waken als onfeilbare vaders over hun volk en streven nog het ideaal na van de universele mens. Ze componeren muziek, maken films, schilderen, schrijven (strip)boeken en doen de ene uitvinding na de andere. In het geval van koning Bhumibol varieert dat van kunstmatige regen tot palmolie als diesel. Zijn leidraad is dat hij zijn volk zelfvoorzienend moet maken, en dan met name de arme, kleine boeren. Als die alleen van zichzelf afhankelijk zijn, leven ze in vrijheid, meent de koning.

,,Dit eten we bijna allemaal zelf op', zegt Somsak en hij wijst op zijn rijstveld dat een kwart beslaat van zijn land bij Phanom Sarakam, honderd kilometer ten oosten van de Thaise hoofdstad Bangkok. De padie meet zes Thaise rai, bijna één hectare, goed voor zo'n duizend kilo rijst. ,,Ja, die kippen eten we ook zelf. Maar dit', verklaart de boer trots als hij over zijn zelfgegraven irrigatiekanaal is gesprongen, ,,is mijn bank'. Tussen rijstveld en waterreservoir staan ter grootte van drie voetbalvelden vier soorten fruitbomen, groeien twintig soorten groenten en vijf typen kruiden. ,,Hier verdien ik mijn geld mee, soms wel 2.000 baht op een dag (40 euro). We eten hier maar een klein beetje zelf van.'

Dan begint boer Somsak een college dat hij zo te horen vaker geeft aan bezoekers: ,,Vroeger had ik hier alleen maar cassave, dat maalden ze tot varkensvoedsel. Ik kreeg er nauwelijks geld voor en zelf konden we het ook niet eten. Nu verbouw ik heel veel verschillende dingen. En ik verkoop het zelf op de markt waardoor ik precies weet waaraan ik veel kan verdienen, waaraan niet en dus wat ik moet planten. Bovendien: vroeger kreeg ik één keer in het jaar geld, nu het hele jaar. Want ik heb steeds iets te oogsten.'

Dit is in een notendop de autarkische Nieuwe Theorie van de koning van Thailand – zijn meest gewaardeerde uitvinding. Meer dan de helft van de 32 miljoen tellende beroepsbevolking is boer. De uitgestrekte rijstvelden die met jaarlijks ruim zeven miljoen ton van Thailand 's werelds grootste rijstexporteur maken, zijn in handen van een klein aantal rijke agrariërs. De kans is aanzienlijk groter dat een boer arm is en een beperkt stukje land heeft. Daarop moet hij niet één gewas verbouwen voor een onberekenbare markt die hij toch niet kan beïnvloeden, is het dringende advies van de koning, maar heel veel. Vooral voor zichzelf. De boer moet zijn land verdelen in vier stukken: 30 procent voor een waterreservoir met vissen, 30 procent rijstveld voor eigen consumptie, 30 procent variabele gewassen afhankelijk van de markt en 10 procent voor de boerderij, een kas en een stal of hok voor varkens of kippen.

Zijne Koninklijke Hoogheid schrijft 1.000 kubieke meter water voor per rai, 1.600 vierkante meter. Na enig rekenen bepaalde hij de diepte van het waterreservoir op vier meter. Water verdampt met een centimeter per dag, dus met ruim drie meter als het een heel jaar droog is. Ook bedacht de koning dat de randen van het reservoir beplant moeten worden met stevig vetivergras om te voorkomen dat de oever bij een regenbui in de watervoorraad spoelt. Het is verstandig, zo meent de koning, om deze onderhoudsvriendelijke grassoort te planten overal waar erosie dreigt. Het is ook geschikt voor daken of manden.

Inmiddels hanteren duizenden Thaise boeren de koninklijke richtlijnen. De koning heeft gezegd dat ze die aan mogen passen aan de lokale situatie, maar de uitgangspunten zijn steeds hetzelfde: niet langer afhankelijk zijn van één gewas en verbouwen waarvan je zelf kunt leven. Met de praktijk van de Nieuwe Theorie oefenen de boeren in Koninklijke Ontwikkelings- en Studiecentra overal in het land. Daar liet de koning koninklijke modelboerderijen bouwen volgens zijn ideale 30:30:30:10-formule. Bijvoorbeeld op Khao Hin Sorn, een groot stuk land dat door cassaveteelt zo was uitgeput dat het er twintig jaar geleden als een geërodeerde woestijn bij lag. Nu, na het planten van bossen en gras en het aanlegen van een irrigatiesysteem, is het centrum één groene, aangeharkte, zelfvoorzienende proeftuin. ,,Dit is onze manier om aan te klampen bij globalisering', verklaart centrumdirecteur Itipol Klinarisuk. ,,Als boeren zelf minimaal voor hun eigen eten kunnen zorgen, zijn ze immuun voor de grillen van de wereldmarkt.'

Die wereldmarkt, met name van kapitaal, liet zich in 1997 van zijn slechtste kant zien door Thailand net zo snel de rug toe te keren als dat het eerder het land de hemel in had geprezen als Aziatische tijgereconomie. ,,Een tijger zijn is niet erg belangrijk', zei de koning toen, op het hoogtepunt van wat de Aziatische financiële crisis zou gaan heten en de Nieuwe Theorie definitief doorbrak. ,,Wel belangrijk is dat we genoeg hebben voor onze eigen behoeften en een zelfvoorzienende, onafhankelijke economie kunnen handhaven.'

De koning van Thailand is sindsdien de held van antiglobalisten, tevens de tegenstanders van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). In hun ogen is de WTO, die van 10 tot 14 september in het Mexicaanse Cancún over onder meer landbouwhervormingen confereert, hét uithangbord van iets dat louter de kloof vergroot tussen arme en rijke landen: globalisering. Een andere Thai, oud-vice-premier dr. Supachai Panitchpaki, leidt die WTO. ,,Globalisering dreigt minder ontwikkelde landen te marginaliseren', zei Supachai vorig jaar in een gesprek met deze krant. ,,De enige manier om dat verder te voorkomen is ze allemaal aan boord van de WTO te houden.' De koning en de WTO-baas personificeren de uitersten van de keuze die landen-in-ontwikkeling moeten maken: `Willen we introvert zijn of extravert? Gaan we lokaal of globaal?'

Voor een boerin als Siripa Wangkaenhirin komen die keuzes neer op monocultuur of niet. ,,Ik geloof niet meer in één gewas', zegt de vrouw die sinds haar scheiding met loonwerkers haar boerderij draaiende houdt. ,,Op het centrum hebben ze gezegd dat monocultuur alleen zin heeft als je een heel erg groot stuk land hebt en dat heb ik niet.' Dus verving ze alle cassave door groenten en fruit die ze zelf graag eet. Nu heeft ze op de markt de ene meevaller na de andere, want de stad eet graag hetzelfde als Siripa. Met dank aan de Nieuwe Theorie van haar koning. ,,Als hij er niet was geweest, oh, daar moet ik niet aan denken', fluistert ook zij.

Dit is de tweede aflevering van een serie verhalen over wereldhandel naar aanleiding van de WTO-ministersconferentie van 10 tot 14 september in Cancún. Zie ook www.nrc.nl.