David Kelly speelbal tussen regering-Blair en BBC

Na drie weken verhoren door de commissie-Hutton staat vast dat premier Tony Blair rechtstreeks betrokken was bij de affaire rond wapenexpert David Kelly.

Stukje bij beetje ontwart de commissie-Hutton de kluwen van intriges rond de dood van de wapenexpert-in-overheidsdienst David Kelly. Gisteren hielp premier Tony Blair een handje door te erkennen verantwoordelijk te zijn voor de beslissing om de naam van Kelly naar buiten te brengen als bron van het omstreden BBC-bericht dat de Britse regering het Iraakse gevaar opzettelijk had overdreven om meer politieke en publieke steun te verwerven voor een oorlog tegen Saddam Hussein.

Blair noemde als reden voor de onthulling dat Kelly's naam waarschijnlijk toch wel zou zijn uitgelekt. Op de vraag van de commissie-Hutton of de regering er ook voordeel van verwachtte, antwoordde Blair: ,,In één opzicht wel, namelijk dat dr. Kelly zou verklaren: Ik heb niet de dingen gezegd waarvan [de BBC] beweert dat ik ze gezegd heb''. Blair bevestigde dat zijn regering hoopte zo de BBC met haar eigen kroongetuige af te troeven.

Daarmee is het antwoord op één van de kernvragen voor de commissie-Hutton – hoe kwam Kelly's naam in de openbaarheid? – nagenoeg rond. Blair distantieerde zich weliswaar van de manier waarop medewerkers van Defensie uiteindelijk de identiteit van de gerenommeerde wapendeskundige aan de openbaarheid prijsgaven. Maar dat hij er zelf het licht voor op groen zette omdat hij er baat van verwachtte, lijdt geen twijfel meer.

Het was gisteren de tweede keer in de Britse geschiedenis dat een premier zich voor een onafhankelijke onderzoekscommissie moest verantwoorden. John Major ging Blair in januari 1994 voor, in een onderzoek naar illegale wapenleveranties aan Iran. Dit keer vormt de dood van de gerenommeerde wapendeskundige David Kelly (59) de aanleiding.

Op de achtergrond speelt het bericht dat de BBC-radio 4 op 29 mei uitzond. Daarin werd de regering-Blair ervan beschuldigd het gevaar van Iraakse massavernietigingswapens te hebben opgeklopt (`sexed up'). Dat zou met name gelden voor de bewering dat Saddam ,,binnen 45 minuten'' massavernietigingswapens kon inzetten. Daarvoor zou geen betrouwbare intelligence zijn geweest. De BBC beriep zich op een functionaris die betrokken was bij de opstelling van het Irak-dossier voor de Britse regering in september vorig jaar.

De regering-Blair was ziedend. In Irak zat het tegen, binnen Europa liep het niet lekker, en nu kwam daar ook nog een ,,absolute fundamentele beschuldiging'' (Blair gisteren) aan het thuisfront bij. ,,Als deze beschuldiging waar zou zijn geweest, zou het reden voor mijn aftreden zijn geweest'', aldus de premier. Hij sprak ook van een ,,aanval op onze integriteit'' welke bovendien ,,de geloofwaardigheid van het land'' aantastte.

Pogingen van de regering-Blair in juni om de BBC de beschuldigingen terug te laten nemen, liepen op niets uit. Integendeel, de affaire liep zó hoog op, dat David Kelly eind juni eigener beweging naar zijn baas op het ministerie van Defensie stapte en opbiechtte dat hij met journalisten had gesproken. Maar hij zei erbij dat hij zich niet kon voorstellen dat hij de (geheime) bron van het BBC-bericht was.

Uit de verhoren van de commissie-Hutton blijkt dat er vervolgens koortsachtig overleg heeft plaatsgevonden tussen (top)ambtenaren van Defensie en medewerkers van Blairs staf, waarbij ook minister van Defensie, Geoff Hoon, en premier Blair zelf betrokken waren. Begin juli werd, op voorstel van Blair, nog een laatste beroep gedaan op de BBC om zelf haar bron te onthullen. Maar toen de omroep wederom weigerde, bracht Defensie, na een fiat van Blair, de naam van Kelly naar buiten.

Vast is inmiddels ook komen te staan dat de regering-Blair aanzienlijke druk op haar wapendeskundige heeft uitgeoefend om zich in het openbaar te distantiëren van de BBC-beschuldigingen. Zowel Blair gisteren, als eerder Campbell en Hoon maakte voor de commissie-Hutton duidelijk dat de regering er veel aan gelegen was dat Kelly afstand zou nemen van de BBC-berichtgeving.

Drie dagen nadat Kelly op 15 juli in het openbaar stevig aan de tand was gevoeld werd hij dood gevonden in de buurt van zijn woning. Waarschijnlijk pleegde hij zelfmoord. Daarop bevestigde de BBC dat Kelly inderdaad haar bron was.

De commissie-Hutton wilde van Blair weten of hij stil had gestaan bij de vraag hoe Kelly zou omgaan met de toenemende druk waaraan hij werd blootgesteld. ,,Vanzelfsprekend'', antwoordde Blair, maar uit de discussie daarover was hij juist naar voeren gekomen als ,,iemand van een zekere robuustheid''. De enige die op prudentie aandrong, was topambtenaar Kevin Tebbit van Defensie. Maar zijn baas, minister Hoon, negeerde diens advies om Kelly te ontzien.

Een van de vele documenten die voor het onderzoek van de commissie-Hutton zijn vrijgegeven, werpt een ander licht op de herkomst van de omstreden 45-minutenclaim. Op 4 juli zei premier Blair in het parlement dat de claim stoelde op informatie van een hooggeplaatste Irakees in Saddams regime. In het nu geopenbaarde document staat dat de claim ,,kwam van een betrouwbare en gevestigde bron, die een senior-functionaris aanhaalde die in een geschikte positie verkeerde''. Van horen-zeggen, dus.

Blair verdedigde de presentatie van de claim als bewijs in zijn Irak-dossier van september 2002 door erop te wijzen dat de inlichtingendiensten er hun goedkeuring aan hadden gehecht. Bovendien, zo zei hij, was dit dossier ,,niet bedoeld als de onmiddellijke rechtvaardiging voor het aangaan van een conflict, maar als de rechtvaardiging om ons te richten op de kwestie-Saddam en op massavernietigingswapens''. Zo genuanceerd was de presentatie destijds niet uitgevallen.