Chaos en orde

In de bedrijfskunde is de chaostheorie nooit bewezen, maar er gaat een sterke kracht van uit. In twee boeken probeert het Nederlandse Chaosforum wetenschappers, adviseurs en managers verder te brengen in het denken in termen van chaos en complexiteit.

In het dagelijks taalgebruik is chaos per definitie het tegengestelde van orde. De chaostheorie probeert al een paar decennia dat beeld te corrigeren. Sterker: zij geeft aan dat in complexe, dynamische systemen vormen van zelfsturing aanwezig zijn, waardoor die systemen meestal relatief in evenwicht zijn. Een mooi voorbeeld daarvan is ons eigen lichaam, dat relatief goed weet mee om te gaan met continue aanvallen van buitenaf. Stel je voor dat we dat allemaal zelf, bewust moesten sturen!

Zowel op micro- als op macro-vlak bevinden we ons dus bijna altijd in een – weliswaar dynamisch – evenwicht. Heel af en toe maken we een (poging tot) `revolutie' door, waarmee we na een betrekkelijk korte, hectische tijd in een mogelijk ander (ook weer relatief) evenwicht terechtkomen. We worden bijvoorbeeld gek; een witte school wordt een zwarte; de Nederlanders die tevreden waren over paars, stemmen uit ongenoegen over de puinhopen daarvan opeens massaal op de LPF. In de moderne evolutietheorie spreekt men daarom over punctuated equilibria: onderbroken evenwichten. De evolutie verloopt niet gestaag, maar via sprongen. Als de omgeving snel verandert, komen ook ongebruikelijk snel diersoorten tot stand. Wie in termen van lineaire trends denkt, wordt dan verrast.

Attractors, aantrekkers, spelen een rol bij die sprongen. In het oorspronkelijke, sterk lijkende evenwicht houdt een fixed point- of limit-cycle-attractor het systeem gevangen in het bekende. Maar door bepaalde ontwikkelingen geraakt dat systeem verstoord en doet een strange attractor van een nieuw, nog onbekend evenwicht zijn invloed gelden. Het systeem komt in een turbulent veld terecht waarin het mogelijk heen en weer gaat tussen beide attractoren. Het is dan op voorhand niet te voorspellen welke van beide het zal halen.

Strikt genomen is de chaostheorie niet meer dan een beeld, een sterke metafoor die we herkennen in bepaalde situaties. In de scheikunde, biologie en meteorologie kom je er ver mee. Zo blijkt aan het schijnbaar chaotische gedrag van mieren een sterke orde ten grondslag te liggen die wiskundig goed te modelleren is.

In de bedrijfskunde is de chaostheorie bij mijn weten nooit `bewezen'. Dat neemt niet weg dat van de metafoor een sterke kracht uitgaat. Managers leren ermee oog te hebben voor processen van zelfsturing. Ze hoeven niet alles zelf te organiseren. Sterker: te veel willen regelen en controleren verstoort de spontane intelligentie en betrokkenheid van je mensen en werkt averechts.

Daarnaast helpt de theorie om na te denken over de attractoren die het systeem mogelijk helpen structureren. Als de organisatieverandering die je nastreeft niet tot een nieuw `evenwicht' kan leiden, zal de oude situatie een sterke attractor blijven. In het ergste geval kom je in een ander, totaal ongewenst evenwicht (de dood van je systeem bijvoorbeeld) terecht.

In zeer turbulente omstandigheden kun je beter snel leren inspelen op nieuwe situaties dan proberen alles op voorhand te voorzien en plannen. Geruststellend is dan weer dat er geen oneindig aantal organisatievormen bestaat waarin een systeem een relatief evenwicht vindt.

Sinds een viertal jaar is in Nederland een Chaosforum actief dat wetenschappers, adviseurs en managers groepeert die het denken in termen van chaos en complexiteit probeert verder te brengen. Onlangs heeft het twee boeken uitgebracht met zowel theoretische als op praktijkervaringen gebaseerde artikels. Frans van Eijnatten, hoofddocent aan de Technische Universiteit Eindhoven en in sociotechnische milieus geen onbekende, speelde als redacteur hierbij een belangrijke rol.

Het ene boek heet een inleiding, het andere een verdieping in het chaosdenken te zijn, maar mij vielen geen grote verschillen in diepgang op. De artikels zijn van ongelijke kwaliteit. Bij sommige auteurs begrijp je echt waar de chaostheorie tot nieuwe benaderingen en inzichten leidt; bij andere heb je het gevoel dat het om traditioneel top-down verandermanagement in een nieuw jasje gaat, en bij nog andere verzandt de theorie in een soort new age-geloof met veel wollig taalgebruik. Bovendien miste ik een overzicht met de plek van al deze benaderingen binnen de chaostheorie.

Maar gemiddeld erg verfrissend en spannend.

Meer visie, overzicht en coherentie, maar minder praktijkervaring biedt Walter Baets, hoogleraar aan de Universiteit Nijenrode, met zijn Wie orde zaait, zal chaos oogsten, een inspirerend en goed leesbaar boek. Wie echt het overzicht wil en een goede portie theorie weet te appreciëren, kan voorlopig nog niet zonder het al weer tien jaar oude Strategic Management and Organisational Dynamics. Daarvan is zojuist de vierde editie verschenen waarin veel nieuwe literatuur is verwerkt.

Inleiding in Chaosdenken: Theorie en praktijk, red. Frans van Eijnatten, Anne-Marie Poorthuis, Jaap Peters, 163 blz. Verdieping van Chaosdenken: Theorie en praktijk, 168 blz., red. Frans van Eijnatten, Marian Kuijs, Julien Haffman. Uitg. Van Gorcum, 2002, €19,90. Wie orde zaait, zal chaos oogsten, door Walter Baets, idem, 160 blz., €19.50. Strategic Management and Organisational Dynamics: The Challenge of Complexity, door Ralph Stacey, uitg. Prentice Hall, 2003, 486 blz.