Bevrijding Irak is verworden tot bezetting

De bomaanslag van 19 augustus 2003 roept in herinnering 11 september 2001. Toen een zware zelfmoordaanval op de Verenigde Staten, nu een vernietigende zelfmoordaanval op de Verenigde Naties. Uit de primaire reacties op de bomaanslag op het VN-hoofdkwartier in Bagdad valt het niet af te leiden, maar met de dood van De Mello en zijn medewerkers is de deur dichtgesmeten voor een wezenlijke bijdrage van de Volkerenorganisatie aan de wederopbouw van Irak. De `Europese optie' – het Amerikaanse unilateralisme in Irak aanlengen met meer VN – blijkt niet langer reëel. Dit feit laat de internationale gemeenschap – het Westen of wat daarvan over is – met lege handen achter.

In The Sunday Herald, een blad met thuishaven Glasgow, belichtte afgelopen weekeinde Denis Halliday de toestand. Halliday was tot 1998 VN-assistent-secretaris-generaal en coördinator voor humanitaire hulpverlening in Irak. ,,Het Westen ziet de VN als een goedaardige organisatie, maar de trieste werkelijkheid in een groot deel van de wereld is dat de VN niet wordt gezien als goedaardig.'' Halliday: ,,De VN-Veiligheidsraad is overgenomen en gecorrumpeerd door de VS en het Verenigd Koninkrijk, in het bijzonder met betrekking tot Irak, Palestina en Israël.'' Als verklaring voor de belabberde reputatie van de VN zegt Halliday: ,,De VN legde Irak ononderbroken sancties op die waarschijnlijk een miljoen mensen het leven kostte. Kinderen stierven aan ondervoeding en het drinken van slecht water. De VS en het Verenigd Koninkrijk bombardeerden in 1991 de infrastructuur, waarbij, in strijd met de Geneefse conventie, de energie- en watervoorziening en de afvoersystemen werden verwoest. Dat was een zware misdaad tegen Irak.'' Met een typisch Britse understatement sluit Neil MacKay het interview met Halliday af: Halliday ,,weet dat zijn commentaar Londen, Washington en Kofi Annan zal verontrusten, maar hij is ervan overtuigd dat vele hogere VN-functionarissen zijn woede delen''.

Het is langzamerhand een cliché: de Amerikanen hebben de oorlog gewonnen, maar zij zijn bezig de vrede te verliezen. Hoezeer alle seinen al op rood stonden toen de invasie begon, er was vermoedelijk korte tijd een kleine kans om de vrede te winnen. De meerderheid van de Irakezen verafschuwde het Saddam-regime en dit feit verschafte de invasietroepen, ondanks alle ellende die het Iraakse volk in de voorgaande jaren van de kant van de internationale gemeenschap had ondervonden, een mogelijkheid om als bevrijders `de harten en geesten' te winnen, zelfs van meelopers van het Ba'ath-regime in wat nu de rebellerende soenitische driehoek rondom de hoofdstad wordt genoemd. Een `window of opportunity' heeft misschien een paar weken opengestaan.

Van Amerika's bondgenoten hebben vooral Fransen en Duitsers er bij Washington op aangedrongen om de succesvolle veldtocht te laten volgen door een internationaal bestuur op grondslag van de VN. Sterker, zij hebben, anders dan bijvoorbeeld Nederland, maandenlang militaire steun aan `nation building' afhankelijk gesteld van internationalisering van het bezettingsregime van Amerikanen en Britten. Internationalisering had wellicht kunnen helpen voorkomen dat de hele operatie in het moeras zou verzinken waarin zij nu is vastgelopen. Zelfs in aanmerking genomen de slechte reputatie die de internationale gemeenschap in de voorgaande jaren in Irak had opgelopen. Met de aanslag van 19 augustus is al dit wensdenken de bodem ingeslagen.

De reacties op die aanslag baren intussen de meeste zorgen. Zij tonen aan dat van zelfonderzoek aan de kant van de internationale gemeenschap geen sprake is. Voorop gaat president Bush die in zijn eerste commentaar, zoals van hem gebruikelijk, de restanten van het Ba'ath-regime en het islamitische terrorisme op één hoop veegde en aansprakelijk stelde voor de aanslag. Maar ook Europese critici van het Amerikaanse unilateralisme kwamen niet verder dan het opdreunen van hun mantra, met voorbijgaan aan het waarschuwende signaal dat de plegers van de aanslag hadden afgegeven. Hoe sectarisch haar oorsprong ook mag zijn, de reeks van gewelddaden van de afgelopen maanden tegen manschappen en symbolen van het nieuwe bestuur is een uiting van diepgevoelde onvrede onder grote delen van de Iraakse bevolking, niet alleen met de bezetters, maar ook met het internationale alternatief. Ook al staat de vraag open uit welke hoek van al dat ongenoegen de aanslag kwam, bij de bestrijding van het internationale terrorisme blijkt de invasie van Irak een Pyrrhus-overwinning te hebben opgeleverd. De Amerikanen hebben met de vernietiging van Saddam en zijn ijzeren greep op de Iraakse samenleving de deur opengezet voor allerhande opportunisten uit omringende landen die, desnoods met geweld, hun eigen bedoelingen met Irak kracht komen bijzetten. Dat restanten van Ba'ath daarin een rol zouden spelen, zoals wordt verondersteld, zou het opportunistische karakter van het geweld onderstrepen. De uitbreiding van het internationale terrorisme naar Irak heeft de bestrijding ervan aanzienlijk moeilijker gemaakt. En nogmaals aangetoond dat `oorlog' tegen dit verschijnsel allesbehalve een panacee is.

Amerikaanse woordvoerders geven toe dat de bezettende macht verstrikt raakt in wat dagelijks meer het aanzien krijgt van een guerrilla: aanslagen op individuele soldaten en patrouilles, en, zoals Clintons voormalige woordvoerder Rubin onmiddellijk na het drama in Bagdad onderstreepte, meer en meer op zogenoemde `soft targets' – olieleidingen, watervoorziening, de Jordaanse ambassade en nu het VN-hoofdkwartier. Waarbij de laatste aanslag eigenlijk niet opzienbarend is, want terroristen hadden al eens het plan opgevat het VN-hoofdkwartier in New York op te blazen. Die plannen konden worden verijdeld.

Waarschuwingen tegen de risico's van een invasie in Irak kwamen vorig jaar zomer ondermeer uit de kring van voormalige adviseurs van Bush sr. Die waarschuwingen hebben junior en zijn entourage in de wind geslagen. Wat nu nodig is, zijn bezinning en zelfonderzoek. De zogenaamde bevrijding van Irak is in een uitzichtloze bezetting vastgelopen. Dat zou de regering-Bush zich als eerste moeten realiseren. De Verenigde Naties zijn na de aanslag van vorige week geen alternatief meer voor die bezetting, niet zolang zij kunnen worden gezien als bestanddeel van de bezetting. De veronderstelling dat na de Amerikaanse militaire zege het voorafgaande er niet meer toe deed, een veronderstelling die korte tijd opgeld deed, is loos gebleken. De geschiedenis laat zich niet herschrijven omdat dit sommigen beter uitkomt. Dat zou ook tot Den Haag moeten doordringen.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.