Beul draagt merkkleding

De geest van Magnum beheerst Noorderlicht. Ruim 350 fotografen leveren op klassieke wijze commentaar op de globalisering.

Wie in de Verenigde Staten een servicenummer of helpdesk belt, loopt grote kans doorgeschakeld te worden naar India. Amerikaanse multinationals als American Express en Dell Computers hebben hun callcenters gevestigd in de Indiase stad Bangalore. Hier beantwoorden jonge, hoogopgeleide telefonisten vragen van inwoners van New York, Chicago of Houston, zo nodig met een Texaans accent. De werknemers krijgen taallessen en worden op de hoogte gehouden van de laatste Amerikaanse nieuwtjes. Ze gebruiken aangenomen Amerikaanse namen, zodat klanten niet merken dat ze praten met iemand aan de andere kant van de wereld. Wegens het tijdsverschil werken de telefonisten 's nachts. Voor hun verrichtingen ontvangen ze een weeksalaris waar je in de VS nog geen pak koffie van kunt kopen.

De Duitse fotograaf Bernd Jonkmanns, werkzaam voor onder andere National Geographic, maakte een reportage over deze Indiase callcenters. Op het eerste gezicht is op zijn foto's niets onoorbaars te ontdekken. De telefonisten glimlachen vriendelijk en de werkplek ziet er brandschoon uit. Het is hoogstens een wat vreemd gezicht, om mannen met lange baarden en vrouwen met kleurrijke gewaden op een zo typisch westerse werkvloer in hun headset te zien praten. Maar schijn bedriegt. Veel van de mensen die Jonkmanns portretteerde hebben psychische of sociale problemen, zo leren de bijschriften die de foto's begeleiden. De kloof tussen hun traditionele thuis en hun moderne 'schaduwleven' is eenvoudigweg te groot.

Zogenaamd `lokaal' bellen door middel van een glasvezelkabel van 20.000 kilometer – het is een van de vele onvoorstelbaarheden van de hedendaagse globalisering. Duurde het vijfhonderd jaar geleden nog vijf maanden voordat Columbus aan koningin Isabella verslag kon doen van zijn ontdekking van Amerika, in 1865 was Europa al na twee weken op de hoogte van de moord op president Lincoln. En in 1969 wist de hele wereld na 1,3 seconden dat Neil Armstrong zijn eerste stap op de maan had gezet. Tegenwoordig zijn de communicatiemiddelen zo geavanceerd dat het voor multinationals goedkoper is om hun kantoren naar lagelonenlanden te verhuizen.

Wat de gevolgen zijn van dit globaliseringsproces is vanaf volgende week te zien op Global Detail, de hoofdtentoonstelling van de fotomanifestatie Noorderlicht. In de Groningse Der Aa-Kerk wordt aan de hand van ruim driehonderd foto's – er hangt werk van 44 fotografen uit twintig verschillende landen – een wereldreis gemaakt langs scheepskerkhoven in Bangladesh, koffieplantages in Vietnam, bungalowparken op Gran Canaria en Bulgaarse huiskamers waar de televisies steevast op The Bold and the Beautiful afgestemd staan.

Globalisering mag dan een veelomvattend en vaag begrip zijn, deze foto's laten haarscherp zien wat de keerzijde is van een mondiale eenheidsmarkt: ecologische tekorten, milieurampen, kinderarbeid en armoede aan de ene kant, en een uniforme hamburgercultuur aan de andere van de wereld.

Nog een voorbeeld: in 2001 volgde de Duitse fotograaf Fritz Hoffmann stap voor stap het productieproces van de zogenaamde `Old Glory' beddensprei van Tommy Hilfiger, een Amerikaanse kledingfabrikant die naam maakte met exclusieve sweaters en baseballjacks. Het spoor leidde naar de West-Chinese provincie Tsekiang, waar boerengezinnen Hilfigers spreien tegen een vergoeding van drie dollar per stuk in elkaar zetten. In donkere kamertjes zien we vader, moeder en kinderen gezamenlijk worstelen met de `Old Glory', een sprei met een patroon dat gebaseerd is op de Amerikaanse vlag. De sterren worden er met de hand op geborduurd, een oude naaimachine helpt bij het leggen van de zomen. Op een van de foto's poseert een Chinees jongetje trots, met zijn handen in de zij, voor een zojuist gereedgekomen deken. Een volgende foto toont een Amerikaans leeftijdsgenootje dat op vrijwel identieke wijze, met dezelfde stars and stripes als achtergrond en met dezelfde triomfantelijke blik, de camera in kijkt. Waarschijnlijk heeft hij zijn nieuwe Hilfiger-sprei net cadeau gekregen. Zijn ouders betaalden er driehonderd dollar voor.

Fotogekte

Dit soort verhalende, geëngageerde fotografie is kenmerkend voor Noorderlicht, een festival dat sinds 1990, eerst tweejaarlijks en tegenwoordig jaarlijks, afwisselend in Groningen en Leeuwarden georganiseerd wordt. Noorderlicht is een podium voor documentaire-fotografen – mensen die, kort gezegd, het medium gebruiken om op vaak kritische wijze te verhalen over de wereld om ons heen. Noorderlicht is toe aan haar tiende editie en de fotomanifestatie is groter dan ooit, met in totaal 350 fotografen verdeeld over meer dan zestig locaties. Naast musea en galeries hebben ook winkels, supermarkten, café's en restaurants hun panden volgehangen met foto's van bekende en minder bekende kunstenaars. Er worden lezingen, workshops en een fotoboekenbeurs georganiseerd. En zelfs de NS doet mee met de fotogekte door in de stationshallen van Groningen, Leeuwarden en Assen onderdak te bieden aan een serie reizende fototentoonstellingen.

Om het jubileum luister bij te zetten is onder de titel De Hommage een speciale tentoonstelling ingericht rondom Magnum Photos Inc., het Parijse internationale agentschap dat als geen ander beeldbepalend is geweest voor de naoorlogse documentaire fotografie. Opgericht in New York door de inmiddels wereldberoemde fotografen Robert Capa, Henri Cartier-Bresson, George Rodger en David `Chim' Seymour, deed Magnum vanaf 1947 wereldwijd verslag van de wederopbouw en de koloniale bevrijdingsoorlogen, van hongersnoden en natuurrampen – beelden die ons nog altijd bijblijven.

Ook de foto's die op De Hommage tentoongesteld worden, zullen velen bekend voorkomen: ze stonden in de jaren vijftig, zestig en zeventig afgedrukt in tijdschriften als Time, Life en National Geographic. Maar de originele afdrukken zijn zelden of nooit in Nederland te zien geweest. Nu hangen de vintage prints bij tientallen aan de muren van een tot expositieruimte omgebouwd winkelcentrum in de Groningse Oosterstraat. De Hommage is een tentoonstelling met louter hoogtepunten: van de foto's uit het legendarische boek Vietnam Inc. van Philip Jones Griffiths tot Eve Arnolds intieme portretten van Marilyn Monroe, en van de bloedstollend mooie reportage die Ferdinando Scianna in de jaren zeventig maakte van zijn geboortedorp op Sicilië tot de Mexico-foto's van Cartier-Bresson.

Toen Magnum kort na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht, leek de wereld nog oneindig groot en waren er talloze gebieden die nog nooit door een fotograaf waren bezocht. ,,We hadden de plekken voor het uitkiezen'', vertelde Rodger eens over die begintijd. ,,Het maakte niet uit waar we foto's van maakten, de tijdschriften stonden ervoor in de rij.'' Voor het gemak deelden de vier oprichters de aardbol onderling op in continenten – Chim deed Europa, Cartier-Bresson het Verre Oosten en Capa ging naar Amerika. Rodger had na zijn ervaringen als oorlogscorrespondent voor Life – hij was getuige van de invasie in Normandië en kwam in april 1945 als eerste fotograaf aan in het concentratiekamp Bergen-Belsen – behoefte aan rust en koos voor Afrika. ,,Ik moest het vuil van de oorlog kwijt, het gillen van de gewonden, het gekreun van de stervenden'', zo verklaarde hij. ,,Ik zocht een plek in de wereld die schoon was.''

Die puurheid vond Rodger uiteindelijk bij de Nuba-stam in Soedan. De Britse fotograaf was in 1948 de eerste westerling die toestemming kreeg verslag te doen van de rituelen van de stamleden. Nu, een halve eeuw nadat de reportage voor het eerst in National Geographic verscheen, verbluffen de foto's nog steeds door hun serene schoonheid. In vele tientallen opnames portretteerde Rodger de heroïsche mannen tijdens gevechten of rituele dansen, hun gespierde lichamen scherp uitgelicht door de woestijnzon. Met als decor het majestueuze Afrikaanse landschap, waarin nog geen jeepspoor te ontdekken valt, nemen de krijgers elkaar op de schouders en poseren ze zelfbewust voor de fotograaf. Dit is geen verslag van een westerling die tijdens een safari de wonderlijke inboorlingen vastlegt voor het thuisfront. Deze foto's getuigen van een diep wederzijds respect.

Vuilnisbelten

Hoe invloedrijk de Magnum-fotografie was (en nog steeds is), blijkt uit de hedendaagse documentaire-fotografie op Global Detail. Ook nu nog zijn er fotografen die op klassieke wijze, met grofkorrelige zwart-witfoto's, verslag doen van het onrecht in de wereld. Een van hen is de Spaanse fotograaf Fernando Moleres, die in zijn serie Stolen Childhood de ergste vormen van kinderarbeid in beeld brengt. Het zijn tijdloze foto's, prachtig en schrijnend tegelijk, van kinderen in mijnen, achter weefgetouwen, op vuilnisbelten en in bordelen. In 1998 werd Moleres bekroond met de eerste prijs in de categorie `dagelijks leven' van World Press Photo. Maar ook in een dertig jaar oud World Press-jaarboek had zijn serie niet misstaan.

De Thaise fotograaf Manit Sriwanichpoom laat zijn bewondering voor zijn grote voorbeelden nog letterlijker blijken. Hij reconstrueert, in een hedendaagse context, wereldberoemde foto's van de oorlog in Vietnam. Zoals de executie van een sluipschutter in de straten van Saigon, in 1969 vastgelegd door Edward T. Adams. In de versie van Sriwanichpoom zijn op de achtergrond moderne wolkenkrabbers te zien en draagt de beul moderne merkkleding. Op een andere foto herkennen we het verbrande meisje dat in 1972 voor een Amerikaanse napalm-aanval vluchtte. Nu rent ze blootsvoets over treinrails, gaat ze gekleed in een mantelpakje en is ze beladen met Chanel-tassen. De serie vormt een wrang commentaar op de hedendaagse consumptiemaatschappij en de teloorgang van de oorspronkelijke Aziatische cultuur: dit keer vallen er door de westerse inmenging geen dodelijke slachtoffers – alleen fashion victims.

Maar er is sinds de tijd dat de `founding fathers' van Magnum erop uit trokken om de wereld te verkennen ook veel veranderd. Destijds was het voor gewone stervelingen nauwelijks weggelegd om verre reizen te maken. De reisgidsen van Lonely Planet bestonden nog niet, het waren National Geographic-reportages als die van George Rodger waardoor men zich kon verbazen over inheemse culturen. Een halve eeuw lateris de aardbol tot in de verste hoeken in kaart gebracht. Je kunt geen woestijn of regenwoud doorkruisen zonder op andere toeristen te stuiten. Zelfs op de Mount Everest loop je in een file.

Dat ondervond ook Sasha Bezzubov toen hij enkele jaren geleden naar het Amazonegebied en de Himalaya reisde in een poging de westerse samenleving te ontvluchten. Op zoek naar die zeldzame plekken waar McDonalds nog geen voet aan de grond heeft gekregen, kwam de Russisch-Amerikaanse fotograaf overal medereizigers tegen, veelal jongeren met dikke bulten bagage op hun rug. Hij besloot ze te fotograferen, op een manier die we ook van Rineke Dijkstra kennen: frontaal en ingeflitst. De prachtige kleurenfoto's, verzameld onder de noemer The Gringo Project (1997-2001), zien eruit als renaissanceschilderijen. Een meisje staat als een moderne Venus met een schelp in haar handen langs de waterkant. Een jongen, met een bruin gewaad over zijn westerse kleding, lijkt als een Christusfiguur boven de woestijn te zweven. Het is alsof ze voor een kunstmatig decor staan, in plaats van met hun blote voeten in de wildernis.

De foto's van Bezzubov gaan niet over exotische culturen, maar over de manier waarop wij die door onze aanwezigheid verpesten. Dat is misschien wel het grootste verschil met de reportages van de Magnum-fotografen en de vele pioniers voor hen. Nu de rest van de wereld geen geheimen meer kent, richten fotografen hun blik steeds vaker op onderwerpen die dichtbij henzelf liggen. Het is ónze manier van leven die door de deelnemers aan Global Detail op kritische wijze onder de loep genomen wordt

Guerrilla

Daarmee is een deel van de heroïek van het vak verloren gegaan. Behoorden de eerste Magnum-fotografen nog tot een generatie macho-achtige avonturiers à la Ernest Hemingway, de huidige generatie lijkt zich meer verwant te voelen met de guerrilla-tactieken van televisiemaker Michael Moore. Ze bijten zich als pitbulls vast in hun onderwerp en laten pas los als de onderste steen boven is.

Toen George Rodger in 1945 terugkwam uit Bergen-Belsen, deed hij zichzelf de belofte om nooit meer dood of geweld te fotograferen. ,,Ik had er genoeg van de doden te vangen in mooie composities'', zei hij destijds. Enkele jaren later zouden twee van zijn collega's en medeoprichters van Magnum, Capa en Chim, omkomen bij andere oorlogen. Ook Magnum-fotograaf Philip Jones Griffiths nam de nodige risico's toen hij tussen 1966 en 1970 verslag deed van de frontlinies in Vietnam, maar keerde ongeschonden huiswaarts. Sommige van de foto's die hij in Groningen laat zien zijn zo gruwelijk dat je er nauwelijks naar kunt kijken.

Bij de hedendaagse fotografie op Global Detail zul je dergelijke confronterende beelden niet aantreffen. Hoewel het merendeel van de getoonde foto's in de afgelopen vijf jaar is gemaakt, ontbreken beelden uit bijvoorbeeld de oorlogen in Afghanistan en Irak. Er is slechts één fotograaf die het indirect over 11 september heeft; de Duitser Veit Mette, die met zijn polaroidcamera onscherpe, kunstzinnige foto's maakte over de naweeën van de aanslagen. Deze veelal jonge fotografen lijken geen last te hebben van sensatiezucht. Op heel de tentoonstelling is geen druppel bloed te bekennen. Het is juist de ingehouden dramatiek die hun beelden zo spannend maakt, de combinatie van de esthetische composities en de vaak beladen thema's.

Een mooi voorbeeld is de fotoserie die Barbara Bühler in 2001 maakte van vergaderzalen van grote financiële instellingen in Liechtenstein. Op het eerste gezicht zijn de beelden saai. Ieder interieur is even steriel en mensen zijn nadrukkelijk afwezig. Bühler maakte zowel voor als na de vergaderingen opnames en presenteert deze foto's naast elkaar zodat het publiek ze goed kan vergelijken. Afgezien van wat verschoven stoelen en een enkel achtergelaten koffiekopje lijkt er niets te zijn veranderd. Wat er hier in de tussentijd, achter gesloten deuren, besproken is, komen we niet te weten. Maar het is heel wel mogelijk dat er beslissingen zijn genomen die ons straks allemaal zullen betreffen.

Fotomanifestatie Noorderlicht. 7 september t/m 12 oktober op ruim zestig locaties in Groningen. Hoofdtentoonstellingen: Der Aa-Kerk, A-Kerkhof 2 en Oosterboogcomplex, Oosterstraat 56. Di-vr 11-18u, za 10-17u, zo 11-17u. Inl.: (050) 3182227 of www.noorderlicht.com