Als tycoon ten strijde tegen Spanje

Het leven van Samuel Pallache (ca. 1550-1616) bevat alle ingrediënten voor een historische roman van Hella S. Haasse: een Marokkaanse jood met Spaanse voorouders, die aan het begin van de zeventiende eeuw naar Nederland komt en als vertegenwoordiger van de sultan besprekingen voert met de leden van de Staten-Generaal, goede contacten onderhoudt met prins Maurits en door zijn internationale activiteiten zelfs even het Twaalfjarig Bestand in de Tachtigjarige Oorlog in gevaar brengt en vervolgens wegens piraterij in Engelse gevangenschap raakt. Zelfs de omslag van het boek biedt zich al aan: zijn grafsteen op de joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel.

Het boek van de Spaanse historica Mercedes García-Arenal en haar Leidse collega Gerard Wiegers over Samuel Pallache en zijn familie is echter een puur geschiedkundig werk, op basis van grondig bronnenonderzoek, zonder een zweem van verdichting of psychologisering. Behalve informatie over de lotgevallen van de familie Pallache geeft het een goede inkijk in de internationale politieke verhoudingen en de diplomatieke contacten tussen de vorsten en de staten in Europa ten tijde van het Twaalfjarig Bestand.

Samuel Pallache was afstammeling van een joodse familie die in 1492 Spanje moest ontvluchten na de beslissing van de Spaanse koning dat er geen enkele jood meer mocht wonen in het toenmalige rijk van Castilië en Aragon. Elke jood die in het land zou blijven zou daarvoor met zijn leven boeten, tenzij hij zich zou laten dopen. De joodse vluchtelingen mochten wel hun bezittingen meenemen, maar niet hun goud, zilver en hun muntgeld. Net als veel andere joden ontkwam de familie Pallache naar de Marokkaanse stad Fez, waar sinds de dertiende eeuw al een bloeiende joodse gemeenschap was. De joden voelden zich in Noord-Afrika thuis, omdat zij er een grote mate van onafhankelijkheid genoten. Daar kwam bij dat zij zich gemakkelijk met de moslims identificeerden, omdat de Europese christenen, zeg: Rome, hun beider tegenstanders waren.

In Fez waren de joden, die in een aparte wijk woonden, actief in beroepen die voor moslims verboden waren, zoals het lenen van geld, of die door hen verafschuwd werden, zoals allerlei vormen van ambacht: (edel)smeden, touwslagers etc. Fez ontwikkelde zich tot een belangrijk trefpunt tussen de joodse en de islamitische cultuur, totdat er in 1578 een nieuwe sultan aan de macht kwam. Hij verplaatste het bestuurlijke centrum naar Marrakech. Veel joodse families verhuisden naar de nieuwe hoofdstad en sommige wisten er zich hoge posities aan het hof te verwerven.

Samuel Pallache behoorde tot een van die joodse families die goede betrekkingen onderhielden met de sultan. In 1602 belast de sultan hem en zijn broer Jozef met de opdracht juwelen te gaan kopen in Lissabon. Ze reizen een jaar later naar het Iberisch schiereiland en melden zich daar bij de autoriteiten met de mededeling dat ze tegen betaling bereid zijn koning Filips III van Spanje te voorzien van vertrouwelijke informatie over de situatie in Marokko, waar dan inmiddels een burgeroorlog is uitgebroken. Voor die informatie worden ze door de koning beloond.

Na enige tijd zijn de broers echter gedwongen Spanje te verlaten en, net als veel andere joden van het Iberisch schiereiland, reizen ze via de Frans-Baskische havenstad Saint-Jean-de-Luz naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Op 8 april 1608 komen de broers voor het eerst in Amsterdam aan. Ze maken daar enige contacten, reizen vervolgens met een schip vol koopwaar naar Marokko, waarna Samuel een jaar later als de officiële vertegenwoordiger van de sultan van Marokko naar de Republiek terugkeert. Hij meldt zich bij prins Maurits, aan wie hij een brief van de sultan overhandigt, en legt zo de basis voor commerciële en militaire samenwerking tussen de twee landen, die beide Spanje als grootste tegenstander hebben.

Van hun positie maken de gebroeders Pallache gebruik om een handelsimperium op te bouwen. Ze vragen leningen aan de Staten-Generaal en de admiraliteit in Rotterdam om schepen te kunnen uitrusten en ze worden regelmatig gesignaleerd in plaatsen als Middelburg, Vlissingen en Den Haag om douanekwesties te regelen. Hun positie wordt zo sterk dat de Staten-Generaal protesteren tegen het feitelijk monopolie dat de Pallaches hebben in de handel met Marokko. De familie geniet echter de protectie van prins Maurits.

Vanuit Den Haag, waar hij als diplomaat moest gaan wonen, legt Samuel Pallache ook contacten met de koning van Engeland, om ook hem in het anti-Spaanse kamp te trekken. Doordat Pallaches diplomatieke en commerciële activiteiten nauw met elkaar verbonden zijn, komt hij regelmatig in aanvaring met zijn `broodheren'. Hij schrikt er ook niet voor terug om de Spaanse koning weer zijn diensten aan te bieden als hem dat financieel goed uitkomt.

Diplomatie, handel en piraterij gaan hand in hand. Verdenking van piraterij brengt hem in 1614 zelfs in een Engelse cel, waaruit hij dankzij een verzoekschrift van de Staten-Generaal en een persoonlijke interventie van prins Maurits bij koning Jacobus I weer wordt vrijgelaten. In januari 1616 overlijdt hij. Tekenend voor zijn positie is dat zijn kist, op de tocht per slede door de sneeuw naar de begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel, tot aan het Waterlooplein wordt begeleid door prins Maurits, door leden van de Staten-Generaal en van de Staten van Holland. Wat een fraaie passage zou dat hebben opgeleverd in het denkbeeldige boek van Hella Haasse.

In hun slotwoord concluderen de schrijvers dat Samuel Pallache gezien kan worden als voorganger van de talrijke joden die in de zeventiende en achttiende eeuw prominente posities bekleedden aan de diverse Europese hoven. Ook als voorloper van het mercantilisme, dat het economisch belang van de staat boven privileges, tradities en religies stelt. En ten slotte als representant van het religieuze scepticisme dat kenmerkend is voor de moderne westerse identiteit, dat het geloof naar de binnenkamer verbant. Die laatste twee conclusies lijken wat erg veel eer voor deze uiterst handige avonturier, maar ze maken het boek niet minder fascinerend.

Mercedes García-Arenal en Gerard Wiegers: A Man of Three Worlds. Samuel Pallache, a Moroccan Jew in Catholic and protestant Europe. The Johns Hopkins University Press, 173 blz. €40,

    • Herman Amelink