Shell boort niet in werelderfgoed

De dieren in het Lopentz National Park in Indonesië en het Canaima National Park in Venezuela hoeven niet te vrezen dat de Koninlijke Shell langs komt. Het energieconcern beloofde gisteren niet naar energiebronnen te zoeken in natuurgebieden die als werelderfgoed worden erkend. Maar veilig zijn de parken daarmee niet.

Er zijn wereldwijd 754 beschermde plekken die op de werelderfgoed-lijst van de Unesco staan, de organisatie binnen de Verenigde Naties die zich bezig houdt met de bescherming van natuurgebieden en culturele plekken die een bijzondere waarde hebben voor de mensheid en behouden moeten blijven. Het Nederlands-Britse energieconcern zei bij monde van bestuursvoorzitter Philip Watts dat het niet zal zoeken of boren naar olie of gas in de 149 natuurgebieden die op de Unesco-lijst staan. Shell, dat al eerder beloofde niet te boren in beschermde Unesco-gebieden in Bangladesh en Oman, heeft nog wel een zij-ingang in de gebieden als er olie of gas aanwezig blijkt te zijn. Het concern kan namelijk nog wel van buiten het gebied schuin ondergronds gaan boren.

Via deze methode blijft ook de mogelijkheid open van het boren in de Waddenzee, mocht dit aan de Unesco-lijst worden toegevoegd. Van zo'n toevoeging was enige jaren geleden sprake. De NAM, eigendom van Shell en het Amerikaanse Exxon, zegt dat het mogelijk is om vanaf het land gas te winnen uit de Waddenzee. Op de lijst van Unesco staan verder bekende natuurgebieden als het Great Barrier Reef in Australië en de Grand Canyon in de VS. De werelderfgoederen zijn nog niet veilig door de beslissing van Shell. Het concern stelt dat er geen ander energiebedrijf is dat officieel heeft gezegd de rust in de gebieden op de Unesco-lijst niet te verstoren.