O-Europeanen in Irak diep verdeeld

Bijna alle landen in Oost-Europa sturen soldaten naar Irak. Het suggereert een eensgezindheid die er niet is: onderlinge samenwerking ontbreekt.

Een atlas is in Irak, met al die soldaten uit verre landen, geen overbodige luxe. Beter nog: een kaart van Oost-Europa.

Nergens in Europa is zo massaal gehoor gegeven aan het Amerikaanse verzoek om militaire steun als in het oosten. Er zijn straks meer dan zesduizend Oost-Europese soldaten in Irak, uit veertien landen. Het gros van de militairen is of wordt geleverd door Polen en Oekraïne (vierduizend man). De kleinste bijdrage is afkomstig van Macedonië (28 soldaten).

De militaire steun aan Amerika suggereert eensgezindheid onder de Oost-Europeanen, maar niets is minder waar. Het notoire gebrek aan samenwerking in deze regio duikt nu ook op in de woestijnen van Irak. De Poolse president Aleksander Kwasniewski drukte zich eerder deze week tijdens een staatsbezoek aan Bulgarije zo uit: ,,Hoewel we gemeenschappelijke doelen delen is de intensiteit van onze contacten op veel gebieden afgenomen.'' Andrzej Wilk, onderzoeker van het Center for Eastern Studies in Warschau, zegt het zo: ,,De militaire samenwerking in Oost-Europa wordt slechter, alleen maar slechter. Irak is geen keerpunt.''

Polen voert in een zone in Midden-Irak het bevel over onder meer Bulgaren, Oekraïeners, Letten en Litouwers. Maar volgens Wilk doet elke nationaliteit in die zone rechtstreeks zaken met de Amerikanen. Van onderlinge samenwerking is nauwelijks sprake. ,,De multinationale stabilisatiemacht is een fictie'', zegt de onderzoeker. Ook Polen, Hongarije en Tsjechië – nota bene NAVO-leden – bellen amper met elkaar. Alleen Polen en niet-NAVO-lid Oekraïne trekken wat met elkaar op. Maar dat heeft een politieke achtergrond: Polen wil Oekraïne, dat vroeger deels Pools was, bij de Europese familie trekken.

Wat de Oost-Europeanen niettemin bindt is ,,een traditioneel concept van veiligheid'', zegt de Amerikaanse professor Andrew Michta, specialist op het gebied van Oost-Europese defensie. Oost-Europa is, in het algemeen, niet overtuigd van de veiligheidsgaranties die de Europese Unie biedt. Het geflirt van Frankrijk met Rusland roept slechte herinneringen op aan de vroegere machtsdynamiek in Europa. En de NAVO-crisis in februari dit jaar – toen Frankrijk, Duitsland en België hulp aan Turkije blokkeerden – heeft de regio alleen maar verder in de armen van de Amerikanen gedreven.

Oost-Europa mag dan pro-Amerikaans zijn in de Irak-kwestie – maar daar houden de overeenkomsten ook meteen op. Elk land in de regio heeft verder z'n eigen, specifieke redenen om naar Irak te gaan. En niet elk land is bereid dezelfde offers te brengen. Polen en Oekraïne zijn het meest fanatiek, Tsjechië en Hongarije het minst. Waarbij komt dat het standpunt van de regeringen niets zegt over dat van de bevolking in de betrokken landen: die is aanzienlijk huiveriger over de uitzending van soldaten naar Irak dan hun eigen regeringen.

Polen (2.200 soldaten) wil graag de rol van Europese grootmacht vervullen, een rol die door de afzijdigheid van Frankrijk en Duitsland beschikbaar was. Bovendien hoopt het economisch voordeel te behalen uit de Irak-campagne. De Poolse luchtvaartmaatschappij LOT is één van de slechts zeven maatschappijen die toestemming hebben gekregen om tezijnertijd op Irak te vliegen. Andere Poolse bedrijven dingen mee naar tientallen aanbestedingen in Irak.

Oekraïne (1.800 soldaten) heeft – richting de Amerikanen – iets goed te maken, na de onthulling, vorig jaar, dat het ondanks internationale sancties wapensystemen leverde aan het Irak van Saddam Hussein. Bovendien wil het land graag lid worden van de NAVO. Volgens onderzoeker Wilk is het gebrekkig gefinancierde Oekraïense leger nauwelijks in staat om zich van zijn taak te kwijten. Aan de vooravond van het vertrek van de troepen werden twee generaals ontslagen door president Koetsjma, omdat zij tijdens de voorbereidingen slecht werk zouden hebben geleverd. Maar algemeen worden die ontslagen gezien als een teken dat het opperbevel tegen uitzending was en dat Koetsjma heeft doorgedrukt.

Roemenië en Bulgarije haalden al een wit voetje bij de VS door vliegvelden en het vliegruim open te stellen tijdens de Amerikaanse campagne in Afghanistan, na `11 september'. Het leverde hun de steun op van de VS tijdens hun inspanningen om lid te worden van de NAVO. In principe worden zij nu vanaf mei volgend jaar lid. De VS willen mogelijk militaire bases openen in Bulgarije of Roemenië. Maar de Irak-campagne is bovenal ,,een historische kans'' om op te vallen, zegt Michta. ,,Drie jaar geleden sprak niemand over Bulgarije en Roemenië. Nu worden ze serieus genomen.''

Hongarije (300 soldaten) en Tsjechië (700) staan, van alle grotere landen, het minst te springen om de Amerikanen bij te staan. De Hongaren zijn bezorgd dat hun soldaten, vanwege hun uniformen en wagens van Amerikaanse makelij, door kwaadwillige Irakezen per ongeluk worden aangezien voor Amerikaanse soldaten. De Hongaarse minister van Defensie heeft beloofd dat de troepen worden teruggetrokken zodra het echt oorlog wordt. Maar is het dat niet al?

Ook de Tsjechen `doen mee, maar doen niet mee'. De politiek is uiterst verdeeld. Partijen zijn verscheurd over dit onderwerp. Het parlement kon het daardoor alleen maar eens worden over het zenden van een veldhospitaal. Gevechtstroepen werd één stap te ver geacht. Overigens is er nu, na de aanslag op het VN-hoofdkwartier in Bagdad, toch bezorgdheid ontstaan over het veldhospitaal, want een veldhospitaal is een sitting duck voor terroristen.