Nieuwe wet: niet meer onzichtbaar op internet

De man die verdacht wordt van het afpersen van zuivelfabrikant Campina is via internet opgespoord. Een nieuwe wet moet dat in de toekomst nog gemakkelijker maken.

De man die in juni werd gearresteerd op verdenking van afpersing van zuivelfabrikant Campina, kon niet worden aangehouden zonder hulp van de internetbedrijven waar hij klant was. De occasions-website Autotelegraaf.nl gaf inzage in zijn logbestanden. Surfola, de Amerikaanse dienst om anoniem te surfen, stond het e-mailadres van de verdachte af aan de FBI. En zijn Nederlandse internetaanbieder verschafte naam en adres.

Het is niet duidelijk of er een justitieel bevel is geweest om de gegevens te verstrekken. Internetaanbieders staan in de regel alleen gegevens over hun klanten af na zo'n bevel dat ondertekend moet zijn door de officier van justitie. Maar dat gaat waarschijnlijk veranderen. De nieuwe wet `Vorderen gegevens telecommunicatiebedrijven' geeft alle opsporingsambtenaren (zoals rechercheurs en belastinginspecteurs) in Nederland het recht om bij een internetaanbieder of een telefoonbedrijf adres- en verkeersgegevens op te vragen.

Het wetsvoorstel is in april behandeld door de Tweede Kamer. De vaste commissie voor Justitie van de Eerste Kamer heeft er kritische vragen over gesteld. De kleine christelijke partijen SGP en ChristenUnie waren er nog niet van overtuigd dat in het wetsvoorstel op alle onderdelen ,,het gewenste evenwicht tussen het opsporings- en het privacybelang is gevonden''. Zij nemen niet voetstoots aan dat alle opsporingsambtenaren in Nederland zonder toestemming van een rechter of officier van justitie de juiste afweging van belangen kunnen maken. Het ministerie van Justitie moet nog antwoorden op de vragen van de Kamercommissie. Deskundigen gaan er vanuit dat de wet met enkele kleine wijzigingen zal worden aangenomen.

Voorzitter H. Leemans van de vereniging van Nederlandse internetaanbieders NLIP is bezorgd over de nieuwe wet. ,,Als elke wijkagent gegevens bij ons mag opvragen, schept dat een problematische situatie'', zegt hij.

Onder de nieuwe wet kunnen ook gegevens worden opgevraagd van personen die niet worden verdacht van een strafbaar feit. De Nederlandse organisatie Bits of Freedom (BOF), die opkomt voor ,,digitale burgerrechten'', verwacht dat het opvragen van de naam en het woonadres bij een internetadres een standaardhandeling wordt, net zoals de controle van een kenteken van een fout geparkeerde auto. BOF is met name verontrust over het feit dat politie en openbaar ministerie niet hoeven te registreren hoe vaak gegevens worden opgevraagd. Verkeersgegevens, bijvoorbeeld over welke websites of nieuwsgroepen iemand bezoekt, zouden volgens mr. L.F. Asscher van het Instituut voor Informatierecht (IVIR) van de Universiteit van Amsterdam moeten vallen onder het briefgeheim. ,,Op internet zijn deze verkeersgegevens heel anders dan bij de telefoon, waar wordt bijgehouden welke nummers zijn gebeld en hoe lang. Welke sites of nieuwsgroepen iemand bekijkt raakt rechtstreeks aan de inhoud. Ik vind niet dat iedere politieagent daarover moet kunnen beslissen.''

Providers mogen niet zomaar gegevens van hun cliënten verstrekken aan derden. Zij dienen zich te houden aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Maar als sprake is van `een gerechtvaardigd belang' mag het wél. Van dat recht hebben de Nederlandse providers nooit gebruik willen maken omdat zij dan te veel op de stoel van de rechter moeten gaan zitten.

Alleen als sprake is van kinderporno, wordt een uitzondering gemaakt. Het opvragen van deze informatie is volgens Directeur Leemans van de verenigde internetaanbieders (NLIP) vaak bedoeld ter voorbereiding van een internettap.

Internetaanbieders zijn sinds een aantal jaren wettelijk verplicht het gedrag van hun klanten te kunnen aftappen. Deze gegevens moeten, als het openbaar ministerie (OM) er om vraagt, worden doorgesluisd naar zogenoemde `tapkamers' van het OM.

    • Jan Benjamin