Meer meerlingen als patiënt betaalt

Het kabinet overweegt IVF (reageerbuisbevruchting) niet langer te vergoeden. Deskundigen vrezen dat patiënten hierdoor vaker meer embryo's laten terugplaatsen dan nu het geval is. Daardoor zal het aantal meerlingen toenemen.

Eén op de vijftig baby's die momenteel in Nederland worden geboren is een IVF-kind. Sinds in 1985 werd besloten de eerste drie IVF-behandelingen per patiënt (1.200 euro per keer) via een speciale regeling te vergoeden, zowel aan ziekenfonds- als particulier verzekerden, is het aantal reageerbuisbevruchtingen rap toegenomen. In 1996 was maar één op de 77 pasgeborenen een IVF-kind.

Verbetering van IVF-resultaten onder meer door betere kweekcondities in laboratoria hebben ertoe geleid dat nu één op de vijf IVF-pogingen leidt tot een zwangerschap, twee keer zoveel als tien jaar geleden.

,,Nederland is koploper in de wereld wat betreft het aandeel vrouwen dat zwanger raakt als gevolg van IVF'', zegt prof.dr. B. Fauser, hoofd van de afdeling voortplantingsgeneeskunde in het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum. ,,Dus ik twijfel er niet aan dat er sprake is van een zekere overconsumptie. Dat ook paren zonder een duidelijke indicatie toch een IVF-behandeling krijgen.'' Maar het gaat Fauser te ver om de IVF-vergoeding volledig te schrappen. ,,Het idee van de minister dat IVF geen medisch noodzakelijke behandeling is en niet vergoed behoeft te worden is in tegenspraak met de richtlijnen van de Wereld Gezondheids Organisatie.'' De maatregel, die een besparing van 54 miljoen euro oplevert, maakt onderdeel uit van het pakket bezuinigingsvoorstellen van 2,1 miljard euro van minister Hoogervorst (Volksgezondheid) voor de komende vier jaar.

Voortplantingsdeskundigen vrezen dat onder de druk om zo snel mogelijk zwanger te raken de patiënt moet de behandeling straks immers zelf betalen er meer embryo's zullen worden teruggeplaatst dan nu, wat een verhoogde kans op meerlingen geeft. ,,Dat is niet in het belang van het kind'', benadrukken gynaecoloog C. Jansen van het Diaconessenhuis Voorburg, onderdeel van de Reinier de Graaf Groep, en prof.dr. D. Braat, verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Nu krijgt een kwart van alle vrouwen in Nederland die door IVF zwanger worden een meerling. Bijna de helft van alle IVF-kinderen is deel van een meerling. Deze worden in vergelijking met eenlingen vaker te vroeg geboren, hebben een lager geboortegewicht en lopen daardoor een grotere kans op afwijkingen. Fauser, Jansen en Braat voorspellen dat ,,de kosten van meerlingenzwangerschappen de besparingen op de vergoedingen van IVF-behandelingen zullen gaan overtreffen''. Kosten die samenhangen met dure opnames op de ziekenhuisafdeling neonatologie, waar te vroeg geboren kinderen worden behandeld.

Nederlands ziekenhuizen kampen met een groot gebrek aan bedden op de afdeling neonatalogie, die in belangrijke mate door IVF-baby's wordt bezet. De Nederlandse gynaecologen hebben in samenspraak met de patiëntenvereniging de afgelopen jaren juist uitgebreid gediscussieerd over de noodzaak van strengere en uniforme IVF-richtlijnen om zogenoemde `wensgeneeskunde' tegen te gaan. ,,Niet alles hoeft te kunnen'', benadrukt Braat. ,,Zo vragen we een vrouw die nog geen 35 jaar is in het algemeen om nog drie jaar te wachten op een IVF-behandeling, omdat een spontane zwangerschap nog mogelijk is.'' Bovendien komen vrouwen boven de 41 jaar in Nederland meestal niet meer voor een vruchtbaarheidsbehandeling in aanmerking, omdat behandeling dan nauwelijks nog doelmatig is. Acht procent van het aantal Nederlandse IVF-patiënten dat om medische of ethische redenen niet (meer) wordt geholpen klopt bij Belgische of Duitse klinieken aan, zo bleek vorig jaar uit een inventarisatie.

Braat en Fauser menen dat ,,één gezond kind per IVF-behandeling het uitgangspunt moet zijn, met acceptabele risico's, bijwerkingen en kosten''. Ze worden hierin gesteund door de ontwikkelingen in met name België, blijkt uit onderzoek van H. Kooijman van adviesbureau PharMerit naar de samenstelling van het basispakket en de vergoeding van de ziektekosten in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië.

België vergoedt per 1 juli van dit jaar zes behandelingen en wil het aantal inplantbare embyro's met name bij jonge vrouwen gedurende de eerste twee behandelingen beperken, om meerlingenzwangerschappen te voorkomen. België verwacht zo op de neonatale zorgkosten te kunnen besparen.

In Duitsland, waar alleen gehuwde heteroparen voor IVF in aanmerking komen, worden nu nog vier behandelingen vergoed. Maar in het kader van bezuinigingen wordt dit teruggebracht tot drie, met een eigen bijdrage van de helft van de kosten. In Frankrijk bestaat een wachttijd van zes tot twaalf maanden voor maximaal vier te vergoeden IVF-behandelingen. Deze zijn alleen beschikbaar voor gehuwden en heteroparen die langer dan twee jaar samenwonen. Onder druk van de oplopende zorguitgaven gaat de leeftijdsgrens van 43 jaar omlaag en wordt gekort op het aantal te vergoeden behandelingen.

Het Britse publieke zorgsysteem erkent het recht op een vruchtbaarheidsbehandeling niet. Tegelijkertijd wordt wel 20 procent van dergelijke behandelingen vergoed (afhankelijk van medische en sociale criteria en leeftijd). Volgens voortplantingsdeskundige Fauser uit Rotterdam is Groot-Brittannië net als België bezig om meerlingen te voorkomen door vaker slechts één embryo terug te plaatsen.