Kansen nemen elk uur af

Jaarlijks krijgt de Nederlandse politie ongeveer 16.000 meldingen van vermiste personen, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht in samenwerking met de Divisie Centrale Recherche van het Korps Landelijke Politiediensten. In 12.500 van de gevallen gaat het om meldingen van particulieren, in 350 gevallen om meldingen van inrichtingen. Vermiste asielzoekers zijn niet in deze cijfers opgenomen.

Iemand geldt als vermist als hij tegen de verwachting in weg is uit zijn vertrouwde omgeving en hij vermoedelijk teruggevonden wil worden. Twintig procent van de vermisten bestaat uit kinderen onder de twaalf, 45 procent van de vermisten is tiener. In driekwart van de gevallen wordt een vermiste binnen 24 uur teruggevonden. Negentig procent van de vermisten is binnen een week terecht. Per jaar blijven gemiddeld 10 tot 15 gevallen langer dan een jaar onopgelost.

Volgens het Meldpunt Vermisten van het Nederlandse Rode Kruis neemt de overlevingskans af met elk uur dat de vermissing duurt. Het is dan ook redelijk bijzonder dat Lusanne van der Gun ogenschijnlijk ongedeerd is teruggevonden. De afnemende overlevingskans geldt niet voor kinderen die door een van de ouders zijn meegenomen naar een ander land. Vermiste personen worden door de politie opgenomen in het Nationaal Schengen Informatie Systeem (NSIS). Dat systeem is in alle Schengen-landen te raadplegen. Van vermiste kinderen onder de zestien kan een foto op de politie-site www.vermistekinderen.nl worden geplaatst.