China, om van te watertanden

China is voor veel bedrijfstakken een markt om van te watertanden: groot, maar moeilijk doordringbaar. Dat geldt ook voor de zakenbanken. De internationale effectenhuizen – onder aanvoering van Morgan Stanley en Goldman Sachs – hebben goede zaken gedaan bij de verkoop van Chinese aandelen aan buitenlandse beleggers. Maar de hoofdprijs is de binnenlandse markt: de verkoop van Chinese aandelen aan de Chinezen zelf. Dat is veel lastiger gebleken.

De enige route naar die binnenlandse markt loopt via joint ventures. Zo zijn de regels nu eenmaal. Op dit moment mogen buitenlandse beleggers een belang van hooguit 34 procent in deze ondernemingen bezitten. Zelfs onder de voorwaarden van de Chinese toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zal dat aandeel in 2007 slechts tot 49 procent stijgen. Dat betekent dat internationale zakenbanken die de markt proberen te betreden, genoegen moeten nemen met onduidelijke compromissen die hun slechts de gedeeltelijke zeggenschap geven.

Morgan Stanley is de pionier op dit gebied. Zijn joint venture China International Capital Corp (CICC), opgezet in 1996, is in bepaalde opzichten buitengewoon succesvol. Het is de toonaangevende binnenlandse zakenbank. Maar Morgan Stanley is er niet in geslaagd de controle in handen te krijgen, ondanks zijn belang van 34 procent, dat daardoor voornamelijk als een belegging wordt gezien.

Goldman Sachs en andere banken zijn bezig met een inhaalrace. Het is onwaarschijnlijk dat het hun zal lukken iets op poten te zetten in dezelfde orde van grootte als CICC. De vraag is of zij meer zeggenschap kunnen verkrijgen. Deutsche Bank probeert dat door een joint venture te sluiten met een plaatselijke effectenmakelaar die de bank denkt te kunnen vertrouwen dankzij een zorgvuldig opgebouwde relatie.

Het is nog onduidelijk met welke oplossing Goldman Sachs voor de dag zal komen. Maar een van de namen op de lijst van mogelijke partners is die van Fang Fenglei, die soms wordt omschreven als de peetvader van de Chinese effectenhandel. Fang onderhoudt al jaren nauwe betrekkingen met Goldman, ondanks het feit dat hij vroeger aan het hoofd stond van CICC. Fang heeft er vermoedelijk voor gezorgd dat Goldman een rol speelde bij de beursgang van China Mobile eind jaren negentig, wat destijds een grote tegenvaller was voor Morgan Stanley.

Goldman denkt wellicht door het aangaan van een verbond met Fang zijn voornaamste rivaal opnieuw de loef te kunnen afsteken. Maar de lakmoesproef voor een dergelijk verbond zal de vraag zijn of de bank voldoende controle kan uitoefenen. Als dat niet zo is, zal Goldman gewoon een minderheidsaandeelhouder zijn met bijzonder weinig rechten.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.

    • Hugo Dixon