Blair: Irak-dossier niet misleidend

Het Irak-dossier waaruit de Britse premier Tony Blair citeerde in de aanloop naar de oorlog tegen het bewind van Saddam Hussein, was niet opgesteld om een onmiddellijke aanval te rechtvaardigen.

Dit heeft Blair vanmiddag gezegd tegen de commissie-Hutton die de dood onderzoekt van de Britse wapenexpert David Kelly die vorige maand vermoedelijk zelfmoord pleegde. Blair zei dat hij zou zijn afgetreden als het waar was dat Downing Street het dossier had aangedikt (`sexed up') om een oorlog te billijken.

De Britse minister van Defensie Geoff Hoon verdedigde gisteren voor de commissie-Hutton het laten uitlekken van de naam van Kelly, maar hij ontkende dat het een ,,samenzwering'' betrof. Hoon zei wel dat de beslissing om Kelly's naam openbaar te maken was genomen met goedkeuring van premier Tony Blair. Hoon zei te aanvaarden dat de bekendmaking ,,uiteindelijk mijn beslissing was''. ,,Ik probeer daar op geen enkele manier onderuit te komen.''

De internationaal gerenommeerde wapenexpert Kelly werd deze zomer het middelpunt van een stevige botsing tussen de publieke omroep BBC en de Britse regering. Daarbij draaide het om de beschuldiging van de BBC dat de regering het Iraakse gevaar had aangedikt om meer steun van parlement en publieke opinie te krijgen voor een oorlog tegen Saddam.

De BBC beriep zich op een hooggeplaatste bron bij de regering. De regering-Blair ontkende het Irak-dossier te hebben aangedikt en verlangde openbaarmaking van de BBC-bron. Daarop meldde Kelly zich begin juli eigener beweging bij zijn opdrachtgever, het ministerie van Defensie. Voorlichters van dit ministerie lieten vervolgens zijn naam uitlekken naar de media. Hoon was het daarmee eens.

Als gevolg van de onthulling van zijn naam kreeg Kelly niet alleen veel publicitaire aandacht, maar werd hij ook opgeroepen in het openbaar te getuigen voor de speciale parlementaire commissie die de totstandkoming van het Britse Irak-dossier onderzocht. Enkele dagen na Kelly's getuigenis, waarbij hij stevig aan de tand werd gevoeld, werd hij dood aangetroffen bij een bos in de buurt van zijn woonplaats.

Volgens minister Hoon had Kelly voorafgaand aan diens gesprek met de BBC (in mei) nooit twijfel geuit over de juistheid van de gegevens die in het Irak-dossier waren opgenomen over Iraakse massavernietigingswapens. Hij weersprak dat zijn ministerie Kelly niet correct zou hebben behandeld. Geheimhouding van Kelly's naam was volgens Hoon geen optie geweest, want dan zou de regering de schijn op zich hebben geladen dat zij de zaak in de doofpot probeerde te stoppen.

Eerder zei Blairs communicatie-directeur Alastair Campbell tegen de commissie-Hutton dat het ministerie van Defensie had geblunderd in de omgang met Kelly en in de wijze waarop diens naam was bekendgemaakt.