Bekentenis `Dubrovnik'

Miodrag Jokic, een 68-jarige Servische oud-vice-admiraal, heeft gisteren voor het Joegoslavië-tribunaal gedeeltelijk schuld bekend. De in 1992 gepensioneerde Jokic is aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden tijdens de beschietingen van de Kroatische havenstad Dubrovnik in de herfst van 1991.

Jokic is volgens het VN-hof één van de vier officieren van de toenmalige Joegoslavische strijdkrachten die de beschietingen van Dubrovnik leidden. De historische havenstad Dubrovnik, de `Parel van de Adriatische Zee', werd in de laatste maanden van 1991 beschoten door de marine van het Joegoslavische Volksleger. Dat leger voerde samen met de Kroatische Serviërs oorlog tegen de Kroaten, die zich in de zomer van 1991 onafhankelijk verklaarden. Het Volksleger werd in hoge mate door Serviërs gedomineerd. Ook werden op de stad vanaf het vasteland artilleriebeschietingen uitgevoerd.

Het historische centrum van Dubrovnik, dat op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat, werd door zo'n duizend granaten geraakt, aldus de VN-aanklagers in de aanklacht. Bij die beschietingen werden 43 burgers gedood en werden 563 historische gebouwen in de stad verwoest of zwaar beschadigd.

In november 2001 meldde Jokic zich vrijwillig bij het VN-hof. Een maand eerder had de hoofdverdachte in deze zaak, de Servische generaal Pavle Štrugar, zich al in Den Haag gemeld. Beide mannen ontkenden schuld en werden in afwachting van hun proces voorlopig vrijgelaten. De 70-jarige Štrugar, een in Kosovo geboren Serviër, heeft gezondheidsproblemen. De aanklacht tegen een derde verdachte, Milan Zec, is ingetrokken en een vierde verdachte, Vladimir Kovacevic, die bekend staat als `Rambo', is nog voortvluchtig. Hij wordt in Montenegro gezocht wegens een heel ander feit: intimidatie van kiezers.

Nu Jokic gedeeltelijk heeft bekend is de aanklacht beperkt tot zes punten in plaats van de oorspronkelijke negen. Jokic geeft toe dat hij schuld heeft aan moord, oorlogsmisdaden en vernietiging van historische monumenten. In ruil voor de bekentenis eisen de aanklagers een straf van tien jaar.

Bij de bombardementen op Dubrovnik waren ook Montenegrijnse eenheden van het Joegoslavische Volksleger betrokken. De leiding van Montenegro heeft later bij de Kroaten haar excuses aangeboden voor dat aandeel in de vernielingen in Dubrovnik. Dankzij die excuses zijn de relaties tussen Kroatië en Montenegro nu voortreffelijk.