Apenzooi

Een nieuwe vorm van graffiti: op asfalt, muren en rolluiken verschijnen plotseling geheimzinnige plakplaatjes. Sticker art of vervuiling?

Het heet sticker art en we moeten het hartstikke geinig vinden. Men vervoegt zich met een plaatje bij een drukker en voor 179 euro rollen er duizend stickers in fullcolour van de persen. Dikke pret, want je stopt een stapeltje in je zak en waar je ook maar gaat laat je in de stad op asfalt, lantaarnpalen, puien en rolluiken als een visuele `wind' zo'n plaatje achter.

Het woord `sticker art' zou ik nooit gebruikt hebben als De Volkskrant, in zijn streven om al wat jong en nieuw lijkt als veelbelovend bij te benen, deze activiteit op zijn kunstpagina niet tot kunst had verheven. Na jaren van graffiti, die op viaducten en treinstellen, monumenten en containers konden gedijen en in Groningen als museumfähige trend werden binnengehaald, volgden de flyers. Een vorm van proletarische advertising, die gelukkig nog niet tot de museumdepots is doorgedrongen. Gemeentelijke schoonmaakploegen draaien na afloop van danceparty's overuren om de flyer-confetti die door drank, kots en regen aan de trottoirs kleeft, te verwijderen.

En nu dus de sticker art, die vooral bedoeld is om – jawel – `te communiceren met de openbare ruimte'. Natuurlijk komt er niets van art of culture aan te pas, begrippen waarmee sommige kunstobservatoren om de haverklap een trendje postmodernistisch pogen op te waarderen. De straatsticker is een follow-up van wat kinderen binnenshuis vele jaren geleden al aan pret op kastjes, koffertjes en kleppen plakten. Met liefde zou ik er ook een armetierige variant in willen zien van de knip- en plakkunst van Raoul Hausmann, Hannah Höch en Russische constructivisten, die dankzij hun stijl, humor en engagement waarachtig tot de kunst mogen worden gerekend. Maar de sticker van nu heeft geen last van die kwaliteiten, die moet het juist hebben van zijn gebrek aan stijl, inhoud en inventiveit. Elk pakpapiertje dat een mandarijn siert is vergeleken met deze kleefkunst een grafisch meesterwerk.

Er zou hier geen woord aan de grootstedelijke plaklust zijn vuilgemaakt als er in Rotterdam geen stickertype rondloopt dat een onzindelijk spoor van plastic apekopjes trekt, een knullig getekend bonobo-hoofd dat zich met het venijn van een tweecomponentenlijm aan asfalt en straatstenen hecht. Hierbij een voorstel aan dat anonieme bonobo-type: Metsel elke kamer van uw huis vol met witte Gamma tegels, beplak ze ijverig met uw stickertjes en stuur dan foto's van uw `installatie' naar een centrum voor eigentijdse kunst.

Dat u het net zo ver schopt als de Franse kunstenaar Jean-Pierre Raynaud (1939), die u met een soortgelijke grap tien jaar vóór was op de Biënnale van Venetië, durf ik te betwijfelen. Maar weet wel dat u de Rotterdamse reinigingsdienst, inmiddels dagelijks in de weer om uw apenzooi op te ruimen, flink ontlast. Van Raynaud is trouwens sindsdien weinig noemenswaardigs meer vernomen.

    • Marianne Vermeijden