Zuigen en schudden door ondiep water

De lage waterstand in 's lands vaarwegen geeft de binnenvaart veel hinder. Men moet omvaren, minder meenemen, vaart minderen of het schip raakt beschadigd door rommel op de bodem.

. ,,Voel je het schip schudden? Ik denk dat de schroef beschadigd is door een fiets in het Twentekanaal.'' Drie keer was het 's ochtends raak geweest: een fiets, een plank of puin. Voor schipper André Leeuwestein, eigenaar van de Philos uit Dordrecht, is de lol van het mooie weer er wel zo'n beetje af. Door de droogte en de lage waterstand schuurt zijn honderd meter lange binnenschip steeds vaker over de bodem van de Nederlandse waterwegen. Ook op de IJssel, even voorbij Doesburg, gaat het bijna mis. Leeuwestein – korte broek, blote voeten, zonnebril – schiet uit zijn leren stoel en grijpt de regulateur om snelheid te minderen. ,,Minder dan dertig centimeter water onder de kiel'', knikt hij naar de dieptemeter. ,,Dan kun je alleen nog maar drijven.''

De Nederlandse binnenvaart ondervindt veel hinder van de lage waterstand. Sommige schepen zijn hierdoor gedwongen andere routes te nemen omdat de IJssel te weinig water bevat. Anderen, zoals Leeuwestein, die al vijf jaar tussen Heneglo en Keulen pendelt met ladingen zout van Akzo voor Bayer, trekken met een wandeltempo van niet veel meer dan zeven kilometer per uur stroomopwaarts naar Duitsland. Twee dagen heen, één dag lossen, één dag terug is het gebruikelijke schema. Maar dat haalt nu niemand. In de bochtige IJssel tussen Doesburg en Westervoort is de bevaarbare geul zo smal geworden dat de schepen in een file achter elkaar blijven zitten. Inhalen is te gevaarlijk. ,,Normaal vaar ik van Zutphen naar Lobith in zes uur, nu duurt het ongeveer acht uur'', zegt Leeuwestein.

Aan de drooggevallen witte keien langs de oevers is te zien dat het water zeker twee meter lager staat dan normaal. Hier en daar ontsluiert de rivier zandstrandjes die jarenlang verborgen hebben gelegen onder de waterspiegel. Een dorstige koe maakt er dankbaar gebruik van. Het gele pontje bij Rheden worstelt met het uitklappen van de laadklep onder een veel te scherpe hoek; de fietsers halen halsbrekende toeren uit om aan boord te komen. Veel steigers en kades zijn al lang niet meer bereikbaar voor de wat grotere schepen. Voordelen heeft de lage waterstand ook. ,,De spoorbrug bij Zutphen hoeft niet meer open. Alle scheepvaart gaat er gemakkelijk onderdoor'', grijnst Leeuwestein.

In een serie gemene bochten boven Westervoort wordt het verkeer drukker. De Gendtia uit Gendt passeert op een afstand van niet meer dan vier meter, een bocht verderop zit er tussen de Philos en de Adelaar uit Ouderkerk aan den IJssel nog minder ruimte. Langs de ribben aan de oever wordt het water tot op de bodem weggezogen als de schepen elkaar rakelings passeren in de smalle geul. Een schip met een lading zand schiet plotseling uit een zandgat bij Giesbeek en wurmt zich tussen de file door. ,,Zó, die heeft haast'', roept Leeuwestein. ,,Er zijn door de droogte een hoop irritaties op het water. Sommigen varen te hard, waardoor je door de zuiging andere schepen aan de grond kunt zetten. Het is niet echt leuk meer. Iedereen snakt naar een metertje extra water.''

De lading zout die Leeuwestein heeft ingeladen in Hengelo, normaal 1.800 ton, is voor deze reis teruggebracht tot 1.160 ton, zodat het schip minder diep ligt. Veel schippers beuren door de droogte dan ook beduidend minder vergeleken met een natte zomer. Leeuwestein heeft een speciaal contract met Bayer waarin een laagwatertoeslag is opgenomen, zodat hij er financieel niet onder lijdt. Hoe lager de waterstand bij Keulen, des te hoger zijn compensatie. ,,De meeste schippers die elke vracht apart aannemen hebben dat niet. Voor hen is het een slechte zomer. Bovendien wordt het aantal opdrachten minder omdat bedrijven inzien dat er door het lage water relatief weinig kan worden vervoerd.''

Hoewel Leeuwestein naar Keulen reist met een aankomend stuurman aan zijn zijde, verlaat hij geen seconde de stuurhut. ,,Ik vaar nu liever zelf. Ik ken de rivier goed.'' Dertien jaar ervaring heeft Leeuwestein, die opgroeide op een binnenschip. Zijn ouders waren binnenschippers. Zijn twee zussen en zijn broer hebben ook hun eigen schepen. ,,Ik kom ze regelmatig tegen op de Rijn.'' Hij leerde het varen op de Rijn, op de Donau, in Noord-Frankrijk en in Zwitserland. ,,Door al die ervaring kun je veel beter anticiperen dan een jonge schipper. Je moet goed van tevoren weten wanneer je de gang uit het schip moet halen en bij ander verkeer moet je heel snel beslissen aan welke kant je elkaar passeert.''

Tergend langzaam laat Leeuwestein het schip naar de kade van een industrieterrein drijven, om een passagier van boord te laten. De kade is zo hoog dat deze vanaf het schip alleen met een ladder te bereiken is.