Pil uit ziekenfonds

MOET DE PIL UIT het ziekenfonds? Over die vraag kan een oeverloos debat worden gevoerd. Dat geldt ook voor de verzekerbaarheid van de vruchtbaarheidsbehandeling IVF. Vergeleken met andere bedreigde voorzieningen vallen pil en IVF al gauw af. Medicijnen tegen hart- en vaatziekten zijn voor betrokken patiënten belangrijker om de dag door te komen dan een IVF-behandeling ooit kan zijn. Bij geboortebeperking zijn er alternatieven voor de pil. Maar iemand met zware rugklachten heeft soms geen alternatief voor de fysiotherapeut. Wie geen IVF-behandeling krijgt loopt geen levensgevaar, maar dat kan wel het geval zijn bij een erfelijk belaste patiënt die het zonder cholesterolremmers moet stellen. Een IVF-behandeling is duur, maar het blijft een fractie van wat een kind gedurende zijn leven kost.

Bij de onstuimige groei van het aantal mogelijke behandelingen en medicijnen is het nuttig om regelmatig onderdelen te schrappen uit de basisverzekering en aan de mensen de keuze te laten tussen bijverzekering of rechtstreekse betaling uit eigen zak. Het heeft geen zin om bij elke voorziening apart stil te staan. Voor alles valt wel wat te zeggen, maar de onderdelen van het basispakket moeten onderling worden afgewogen.

MET HAAST wordt nu op volksgezondheid bezuinigd, omdat twee jaar lang niet is geregeerd. Daarbij worden grote vragen uit de weg gegaan. Dat blijkt uit de plannen voor een eventuele eigen bijdrage van de verzekerde. De bedoeling is de vraag naar medische voorzieningen af te remmen door de verzekerde te laten meebetalen. Een `medicijnknaak' per recept zal misschien extra geld opbrengen voor de overheid, maar remt de vraag niet af, blijkt uit ervaring. Hetzelfde geldt voor een vast eigen risico. Effectiever zijn de zogenoemde remgelden die in de meeste andere Europese landen worden geheven. In België moeten patiënten 30 tot 40 procent van de rekeningen zelf betalen met maxima van 445 tot 2.500 euro, afhankelijk van het inkomen van de verzekerde. Dat heeft bewezen effect op de vraag, zodat de premie lager wordt. In België zijn geen wachtlijsten. Bij de snel stijgende vraag naar medische zorg en de oplopende kosten wordt het dus tijd voor een minder royaal basispakket en meer eigen bijdragen aan de behandeling, met mogelijkheden om bij te verzekeren.

GROTERE MARKTWERKING is een derde mogelijkheid tot kostenbeheersing, maar de schaarste aan dokters en voorzieningen maakt dat niet gemakkelijk. Als gevolg van de strakke collectieve organisatie liggen tarieven van dokters en ziekenhuizen muurvast. Als een verzekeraar erin slaagt besparingen te bedingen, dan zit de verzekerde meteen vast aan de dokters en het ziekenhuis die voor een lager tarief werken. Daarmee verdwijnt een element van de vrije markt, de vrije keuze van artsen. Of moet de burger kiezen tussen een dure verzekering met vrije artsenkeuze of een goedkope met gebonden zorg? Door het tekort aan dokters wordt de vrije artsenkeuze al een illusie. Kortom, het wordt tijd voor ingrijpende en duidelijke keuzes. Met een eigen bijdrage, een medicijnknaakje en een vergoedinkje minder wordt alleen op de korte termijn geld gespaard.