Panta rhei

TERWIJL DE DROOGTE in Nederland nog heerste, werd Wilnis gisterochtend getroffen door een dijkdoorbraak en een overstroming die hun weerga in de provincie Utrecht niet kenden. Een ringvaart stroomde leeg toen een dijk het begaf; huizen liepen onder, woonarken en plezierboten kwamen droog te liggen, vissen stierven in de modder en honderden mensen moesten worden geëvacueerd, hun goed en have achterlatend. Toen het water nog steeg kwamen de hulpdiensten, de verslaggevers, de cameraploegen en later de onvermijdelijke ramptoeristen. Een overstroming in een tijd van droogte – de contradictie kan haast niet groter. Wilnis zit ermee: de bewoners met de rotzooi; de burgemeester met de schuldvraag en de dijkgraaf met de verantwoordelijkheid.

Het is te vroeg om nu al conclusies te trekken. Maar het voorval in Wilnis toont wel aan dat Nederland zijn waterhuishouding nog steeds niet helemaal op orde heeft. Deels kan dat moeilijk anders. Waterhuishouding is een doorgaand proces met een aantal vaste gegevens, zoals land dat onder de waterspiegel ligt, en flink wat variabelen, zoals de grillen van het klimaat. Gesuggereerd is wel dat de droogte de ringvaartdijk in Wilnis heeft verzwakt. Áls het klimaat verandert – nu weer droogte, dan weer plensbuien – dan zullen de waterschappen de consequenties daarvan als eerste in kaart moeten brengen, gevolgd door maatregelen te velde. Het woord watermanagement kan niet letterlijk genoeg worden genomen. Panta Rhei, alles vloeit, zeiden de oude Grieken reeds. Dat gaat nog steeds op.

TUSSEN DE NATUURLIJKE ONVOLMAAKTHEID van het proces van waterhuishouding en de rampspoed zoals die zich in Wilnis voltrok ligt een schaduwgebied van slordigheid, achterstallig onderhoud en economisch gewin waarvoor de veiligheid soms wijkt. Het is nu zaak te achterhalen wat in het Utrechtse dorp aan de orde is geweest. Een onafhankelijk onderzoek moet aantonen of de beschuldigingen van bewoners en een deskundige over slecht dijkonderhoud en onverantwoorde bekabeling in het dijklichaam kloppen. De Wilnisser dijkdoorbraak roept tevens vragen op over de Nederlandse `binnendijken' in het algemeen. Is de afgelopen decennia voldoende aandacht en geld besteed aan de regionale dijkjes en kades die het uitgebreide net van polderboezems en weteringen begrenzen? Anders gezegd: is het malheur in Wilnis een incident of staan meer ringvaartdijken op springen?

Ineens is de aandacht weer gericht op de waterschappen, die oude instituties die voor de burger de stand en de kwaliteit van het water bewaken. Dat de betrokkenbeid bij hun werk niet groot is blijkt uit de traditioneel lage opkomst voor de waterschapsverkiezingen. Wat voor legitimiteit heeft een waterschapsbestuur als het gekozen is door slechts een fractie van het electoraat? De kiezer kan zich dit aantrekken, maar de waterschappen net zo goed. Meer dan voorheen zullen zij moeten laten zien wie ze zijn en wat ze doen. Meer dan voorheen ook zal water een politiek onderwerp zijn. Door snel en adequaat in te spelen op actuele ontwikkelingen kunnen de waterschappen hun onmisbaarheid aantonen. Lukt dat niet, dan moet het debat over hun noodzakelijkheid worden geopend.