Laatste kans? 2

De wijze waarop Amanda Kluveld zelf een na de oorlog geboren Indo over haar ouders cq. grootouders schrijft, past niet in de traditie van het respect voor de ouderen, welke onderdeel is van de Indische cultuur.

Ik heb mij als oudere, vooroorlogse Indo, met diezelfde nestgeur, geërgerd aan de koele arrogantie, waarmee zij spreekt over `die ouwetjes'. Zij voegt er weliswaar haastig aan toe, dat het een koosnaampje is, maar dan is er toch wel iets mis met haar sociale invoelingsvermogen. Die `ouwetjes' zeuren maar, en zijn eigenlijk zelf schuldig aan wat er met hun is gebeurd. Waar die ouwetjes last van hebben, Amanda, is van discriminatie. In Nederland werd materiële oorlogsschade vanaf 1950 vergoed, maar die wet gold uitdrukkelijk niet voor de Indische repatrianten.

In Nederland werden repatrianten gezien als concurrenten op de arbeids- en huizenmarkt, en als zodanig behandeld. In Nederland had men een Duitse bezetting achter de rug, die uiteraard véél erger was geweest dan wat die Indischgasten in hun gezellig-warme kolonie hadden meegemaakt.

Kortom, de Indische repatrianten konden hun verhaal niet kwijt, en dan treedt het verschijnsel op wat psychologen aanduiden als `sequentiële traumatisering'. Men sluit zich af, en dat is niet bevorderlijk voor de ook door Amanda gepropageerde positieve instelling naar de toekomst.

De column van Amanda draagt niet bij aan het kweken van meer begrip voor de Indische gemeenschap en haar (terechte) frustraties. In die zin is het een gemiste kans van iemand van de Indische na-oorlogse generatie, die helaas lijkt geen invoelingsvermogen te bezitten en daardoor zeer arrogant overkomt.