Kamer heeft kritiek op Schultz over water

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft kritiek geleverd op het besluit van staatssecretaris Schultz van Haegen (Waterstaat, VVD) om verzilt water toe te laten ter bestrijding van de droogte in het Rijnland. Volgens de Kamer had zij direct voor het toelaten van IJsselmeerwater moeten kiezen.

Staatssecretaris Schultz van Haegen wees deze beschuldigingen van de hand. Zij erkende in haar verweer dat zij de mogelijkheid van het toelaten van IJsselmeerwater medio augustus ,,nog niet op haar netvlies had staan''.

Er waren volgens haar goede argumenten om verzilt water uit de Hollandsche IJssel toe te laten. Het verzilte water, dat door het gemaal bij Gouda werd ingelaten, was volgens haar sneller in het Rijnland dan het IJsselmeerwater. Voor die tweede optie moesten bovendien ingrijpende maatregelen worden genomen, zoals het afsluiten van sluizen en afdammen van vaarten. Bovendien werd het grachtenstelsel van Amsterdam gedeeltelijk afgesneden, waardoor rondvaartboten hinder ondervonden. Het IJsselmeerwater zou pas na vier dagen in het Rijnland komen. Bovendien duwt het zoetwater volgens het ministerie van Verkeer en Waterstaat een ,,zoutprop'' voor zich uit van water 800 milligram per liter. Dat is veel hoger dan het zoutgehalte van de Hollandsche IJssel.

De staatssecretaris zei wel te willen studeren op de mogelijkheid van een structurele toevoer van IJsselmeerwater naar het Rijnland. De huidige oplossing, waarbij tijdelijk damwanden worden gebruikt, heeft een geïmproviseerd karakter. Volgens Schultz was ,,op dat moment onze beslissing de meest verstandige. Wij konden toen niet voorzien hoe lang het droog zou blijven.''

Zij kon echter de Kamer niet overtuigen. Alleen Geluk (VVD) vond dat er ,,adequaat'' was gehandeld.

PvdA-Kamerlid Boelhouwers vond dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat ,,het slecht heeft gedaan. Het heeft verkeerde beslissingen genomen met mogelijk grote financiële consequenties.''

Duijvendak (GroenLinks) sprak van ,,paniekvoetbal''. Hij vond dat zij ,,gelegenheidsargumenten'' gebruikte. Ook Slob (CU) had ,,het gevoel dat er veel achteraf ingekleurd is''. CDA-Kamerlid Van Lith (CDA) viel de staatssecretaris niet aan, maar vond wel dat het IJsselmeerwater ,,eerder had moeten worden ingepompt.'' Lith drong aan op een permanente verbinding tussen het IJsselmeer en het Rijnland om droogteproblemen in de toekomst te voorkomen. Het IJsselmeer is het grootste zoetwaterbekken dat Nederland heeft.

Vooral de tuinbouw, die voor de beregening van de gewassen veel grondwater gebruikt, zal veel schade ondervinden van het zilte water, zo vreesde de Kamer.

Maar volgens minister Veerman (Landbouw, CDA), eveneens aanwezig bij het debat, was er nog nergens schade aan gewassen geconstateerd.

De Kamer drong aan op een schadevergoeding van de overheid voor gedupeerde tuinders. Veerman sloot dit niet bij voorbaat uit, maar wil hierin ,,zeer terughoudend'' zijn. ,,Er moet echt aantoonbaar sprake zijn van schade door zilt water.''