Het bereikbaarheidssyndroom

Nergens in de Europese Unie werken zo veel mensen in deeltijd als in Nederland. Maar vanzelfsprekend is deeltijdwerk nog niet. Vooral mannen zouden wel korter willen werken, maar doen het niet, uit angst voor schade aan hun carrière.

Richard Snijders (37) is zo'n man. Als organisatiedeskundige leidt hij bouwprojecten bij Erabouw in Zoetermeer en geeft hij aan tientallen mensen instructies. Snijders werkt fulltime, maar zou het liefst minder werken zodat hij meer aandacht kan besteden aan zijn vier zonen. ,,Collega's met dezelfde functie die korter zijn gaan werken, kregen een andere functie in het bedrijf. Bijvoorbeeld bij de afdeling waar ze de bouwprojecten uitrekenen. Dat is niet mijn ambitie.'' Volgens Snijders staat het bedrijf wel open voor deeltijdwerk, ,,maar geen van de leidinggevenden werkt in deeltijd bij ons. In de leidinggevende functies, zoals de mijne, is het niet geaccepteerd dat je minder gaat werken.''

De Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA) onderzocht de wensen betreffende arbeidsduur van werknemers en bekeek in hoeverre zij deze wens in praktijk brengen. Op de achtergrond van dit onderzoek speelt de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA), die op 1 juli 2000 van kracht is geworden en werknemers het recht geeft om hun arbeidsduur uit te breiden of te verminderen. Uit het onderzoek, onder ruim 3.300 werknemers, blijkt dat 23 procent hun aantal uren zou willen wijzigen. Eén op de zeven vrouwen en één op de vijf mannen zou korter willen werken. Ondanks de wet kunnen of durven zij dat niet. De WAA heeft geen invloed gehad op het aandeel mannelijke deeltijders; dat is sinds 1987 ongeveer hetzelfde gebleven.

Onder het mom dat `steeds meer vrouwen naar economische zelfstandigheid streven en dus naar mogelijkheden om betaald werk met andere verantwoordelijkheden te combineren' is de wet aanpassing arbeidsduur (WAA) opgezet. In principe moet de werkgever `ja' zeggen als een werknemer vraagt om meer of minder uren in dezelfde functie, behalve als het bedrijf daardoor in ernstige problemen komt, omdat er bijvoorbeeld niemand is om het werk over te nemen. De wet is alleen van toepassing bij bedrijven met meer dan tien werknemers en de werknemer moet ten minste een jaar in dienst zijn. Bij het Ministerie van Sociale Zaken is niet bekend hoeveel mensen van deze wet gebruik hebben gemaakt. Het OSA denkt dat alleen ,,extreme gevallen'' gebruik maken van de wet. ,,Als je bij de rechter deeltijd afdwingt bij je huidige werkgever, sta je al op vekeerde voet met je baas'', zegt onderzoeker Didier Fouarge.

Het OSA constateerde ook dat een leidinggevende functie een belemmering vormt voor korter werken, hoewel onder die categorie werkenden deeltijdwerk gewenst is. Van de 3.300 ondervraagde werknemers hadden er circa duizend een leidinggevende functie. Van hen wilde een op de vijf korter werken. In twee jaar tijd, van 2000 tot 2002, had 16 procent, ofwel 34 mensen, actie ondernomen. De meerderheid, 177 van de 210 leidinggevenden (84 procent), ging niet korter werken, alhoewel zij dat wel wilden. ,,Leidinggevenden maken vaak overuren'', zegt Fouarge. ,,Ondermeer wegens de norm van ruimere aanwezigheid die voor hen lijkt te gelden. Overwerk speelt een niet onbelangrijke rol bij de wens minder te gaan werken.'' Aan de andere kant vinden leidinggevenden zichzelf ook onmisbaar, stelt Fouarge. ,,Er is sprake van een cirkelredenering: de leidinggevenden willen wel korter werken, omdat ze zoveel werken. Maar ze vinden zichzelf ook belangrijk en gaan daarom niet korter werken.'' Richard Snijders: ,,Deeltijd zou voor mij wel lastig zijn. Ik moet namelijk altijd bereikbaar zijn. Ik ga over de bouwprojecten, ik weet alles.''

Paul Nobelen, voorzitter van OAWS, de brancheorganisatie voor headhunters en werving- en selectiebureaus, merkt eveneens dat deeltijd in hogere functies nog niet geaccepteerd is, ,,anders hadden er wel meer vrouwen in de top van het bedrijfsleven gezeten. Vrouwen werken vaker parttime. Als zij er wegens een zwangerschap uitgaan, halen ze de achterstand niet meer in.'' Om aan te geven dat deeltijd in leidinggevende functies nog niet bespreekbaar is, geeft Nobelen twee voorbeelden. ,,Laatst was er bij ons een man die een directiefunctie heeft bij een groot beursfonds en één dag in de week thuis wilde werken. Hij wilde niet korter werken, maar alleen één dag thuis. Dat kon niet, zei het bedrijf, `dat doet niemand'.'' Tweede voorbeeld. ,,Bij een groot im- en exportbedrijf dat ik goed ken, waarvan ik de naam liever niet noem, kon deeltijdwerk per definitie niet. En dat gold niet alleen voor het bestuur, maar ook in de tweede laag leidinggevenden. Het is grote onzin, dat die fysieke aanwezigheid zo belangrijk is. Het gaat om de output, om de prestatie. Afgezien van je financiële situatie is er geen rationeel argument te bedenken waarom je veertig of vijftig uur per week zou moeten werken.''

Headhunter Patricia Maitland, die mensen werft en selecteert voor hogere functies, merkt ook dat de hogere functies nog steeds in voltijdverband gedaan worden. ,,In de lagere functies en in de non-profit sector komt deeltijd werk iets vaker bij mannen voor. Maar het is erg moeilijk om in deeltijd carrière te maken.''

Jaap Blomhert (53) is rechter in Almelo. Vier jaar geleden had hij een burnout, daarna ging hij vier dagen in de week werken. Dat beviel hem erg goed en hij was van plan voor langere tijd in deeltijd te gaan werken. Uiteindelijk heeft hij slechts een half jaar vier dagen gewerkt. Dat hij toch weer fulltime aan de slag is, heeft deels met de bedrijfscultuur te maken, zegt hij. ,,Je moet volledig inzetbaar zijn.'' De angst om geen carrière te kunnen maken in deeltijd, speelde ook mee. Bij de rechtbank heerst volgens Blomhert nog een taboe op deeltijdwerken in leidinggevende functies. ,,Collega's werken maar mondjesmaat in deeltijd. Alleen vrouwen die net een kind hebben gekregen en oudere werknemers die elders al carrière hebben gemaakt, werken korter.'' Zit promotie naar vice-president of president bij de rechtbank er nu in voor hem? ,,Dat moeten we maar even afwachten'', lacht hij.

Sociologe en organisatieadviseur Hilde Veraart startte een onderzoek naar de bedrijfscultuur en deeltijdwerk. ,,Bij mijn vorige werk, waar ik hoofd Personeel en Organisatie was, zag ik dat goede en veelbelovende mannen weggingen omdat zij korter wilden werken.'' Dat vond ze zo zonde dat ze er een eigen onderzoek naar begon. ,,De mannen zeiden in het ontslaggesprek dat ze weggingen omdat hun vrouw een kind had gekregen en ze geen zin hadden om de discussie over korter werken met de werkgever aan te gaan.'' De angst voor verslechtering van de carrièreperspectieven en de gedachte dat het in de huidige positie niet mogelijk is om minder uren te werken, maakt dat mannen hun deeltijdwens niet verwezenlijken. Veraart: ,,Wie over deeltijd begint, loopt het risico niet meer voor vol te worden aangezien. Liever stapt men op. Je zou kunnen zeggen dat mannen die mythologie in stand houden door zich erbij neer te leggen.''

Volgens het OSA gaan veranderingen in de arbeidsduur doorgaans gepaard met verandering van werkgever of van functie bij dezelfde werkgever. Na invoering van de wet WAA zou dus een aanpassing van de arbeidsduur minder vaak samen moeten gaan met verandering van werkgever of functie. Maar dat effect kon het OSA na onderzoek niet vinden. Nog steeds veranderen de meeste mensen van werkgever of functie als zij korter willen werken.

Volgens Hilde Veraart is het een ,,hardnekkig vooroordeel'' dat je in een deeltijdfunctie geen carrière kan maken. ,,Met een goede werkorganisatie kan een leidinggevende functie in deeltijd, alhoewel dat bij minder dan 28 uur wel lastig wordt. Want uiteindelijk blijkt vaak dat diegenen die actie ondernemen wel slagen.''

Het OSA concludeerde na het onderzoek dat `wellicht het introduceren van duobanen op leidinggevend niveau een oplossing kan zijn bij een wens om minder uren te willen werken'. Voor Kees de Groot bleek dat een goede oplossing. Hij is parttime directeur van basisschool Dr. Rijk Kramer in Amsterdam. Sinds 1 augustus 2002 heeft hij een duobaan en werkt 3 dagen, net als mede-directeur Frank de Wit. ,,Ik heb nu ook ruimte voor andere dingen. Het geeft me energie wanneer ik minder werk.'' Het gaat ,,heel goed samen'' met zijn collega, maar ,,je moet wel de tijd en ruimte nemen om goed met elkaar te overleggen. Je bent erg afhankelijk van elkaar. De dagen dat je niet op school bent, moet je wel bereikbaar zijn.''

Dat Kees de Groot een duobaan heeft, is mede te danken aan Duojob, een adviesbureau voor parttime werk. Volgens directeur Peter Rooze is een leidinggevende functie zeker mogelijk voor een parttimer; hij heeft deze zelf menigmaal gecreëerd. ,,Wij proberen de discussie over deeltijdwerk uit de emotionele sfeer te halen. We kijken gewoon of een bepaalde functie in deeltijd kan of niet. Werkgevers en werknemers vragen bij ons advies.''

Duojob werkt met een zogenaamde Duojob Diagnosetool, waarbij de werknemer zestien vragen invult over hoe zwaar de functie is. Daar komt dan een score uit hoe groot de succeskans is om de functie in deeltijd uit te voeren. En als de leidinggevende het goed organiseert, kosten deeltijders hem of haar niet veel aandacht, zegt Rooze. ,,De extra kosten voor een deeltijder zitten 'm in de secundaire kosten zoals de auto van de zaak en onkosten.'' Werving- en selectiebureau United Capacity heeft berekend, wanneer een functie door twee mensen wordt vervuld, de werkgever per maand per deeltijder, bij een modaal inkomen, 50 euro meer kwijt is. Die kosten zitten in de ziektekosten-, de arbeidsongeschiktheids- en de aansprakelijkheidsverzekering.

,,De algemene managementfilosofie is nog steeds dat aanwezighied belangrijk is'', zegt Rooze. ,,Maar wij leggen werkgevers uit, bij de cursus `Winstmaken met deeltijd', waar zij op moeten letten. Als mensen efficiënt werken, presteren ze meer, met minder aanwezigheid.'' Paul Nobelen van de OAWS: ,,Een goede leider maakt zichzelf misbaar.''