Geletterd

Na het middagmaal is de dichter het papier kwijt met zijn vers in wording. Vijf uur arbeid naar de knoppen. Van schrik vergeet hij dat hij de woorden uit zijn hoofd kent en zonder hapering kan neerpennen. Heeft de werkster misschien...? Moet de vuilniszak open? Zijn trillende handen vinden de fragmenten in de papiermand. Ze staan gekrabbeld op een tweezijdig beschreven velletje dat hij verscheurd heeft.

Dolgelukkig strijkt hij de snippers glad en zoekt eindeloos langs de gerafelde randen naar ...ept om dat tegen ro... aan te leggen en naar gek... dat bij ...nakt hoort. De ongeletterde werkster, die alleen naar de vorm van de snippers kijkt, onderbreekt haar gepoets en legt het puzzeltje in een handomdraai.