Festival te arm voor Amerikaanse films

De 60ste Mostra internazionale d'arte cinematografica, het filmfestival van Venetië, wordt vanavond geopend met `Anything Else', de nieuwe film van Woody Allen.

De cinema is dood! Onder die titel had Peter Greenaway een lezing willen houden op het filmfestival van Venetië. Moritz de Hadeln, die wel Greenaways Tulse Luper Suitcases Episode 3: Antwerp programmeerde, laat het niet gebeuren. Volgens de directeur, die het festival voor de tweede keer leidt, is de cinema, hoe kan het ook anders, springlevend. In Europa iets meer dan in Amerika, zo lijkt het op het eerste gezicht, want om de Gouden Leeuw strijdt op de zestigste editie van het festival maar één Amerikaanse film, 21 Grams van de ook nog eens Mexicaanse regisseur Alejandro González Iñárritu (Amores perros). De Hadeln, lang leider van het festival in Berlijn, en hier vorig jaar onder meer aangetrokken om het prestige van de hoofdprijs van het festival op te vijzelen, is er nog niet in geslaagd om Amerikaanse producenten te overtuigen. Volgens De Hadeln zal dat pas lukken als het budget van het festival, zes miljoen euro, wordt verhoogd en er op het Lido ook een commerciële markt ontstaat.

Er zijn op het festival wel Amerikaanse films, maar die gaan bijna allemaal buiten competitie in première. Behalve Anything Else van Woody Allen, waarmee het festival vanavond opent, worden op het Lido Intolerable Cruelty van de gebroeders Coen, The Human Stain van Robert Benton en Matchstick Men van Ridley Scott verwacht. Een aantal titels die in mei niet op tijd klaar waren voor het festival van Cannes, zoals Kill Bill van Quentin Tarantino en 2046 van Wong Kar-wai, haalden ook de deadline van Venetië niet. Sommige filmmakers werken daarentegen heel snel: van Michael Winterbottom, die in februari de Gouden Beer won voor het docudrama In This World, strijdt nu met de sciencefiction film Code 46 om de Gouden Leeuw. De Hadeln wijt het relatief kleine aantal Aziatische films in het programma aan de sars-crisis. Uit Azië komen wel Ru San (Goodbye Dragon Inn) van Tsai Ming-liang en Zatoichi van Takeshi Kitano, die beiden de hoofdprijs hier al een keer wonnen.

Blijft over: Europa. Volgens De Hadeln is er een Europese film aan het ontstaan, die de linguïstische grenzen overstijgt. Verwacht worden onder meer Twentynine Palms van Bruno Dumont, Um filme falado van Manoel de Oliveira en Raja van Jacques Doillon. Vooral de landen rondom de Middellandse Zee zijn goed vertegenwoordigd. De Hadeln koos vooral titels waarin het conflict tussen de joods-christelijke en de islamitische wereld tot uitdrukking komt. Hiertoe mag ook de documentaire Persona Non Grata van Oliver Stone gerekend worden, een persoonlijke zoektocht van de Amerikaanse regisseur door de bezette Palestijnse gebieden. Nederland is als vanouds mager op het festival vertegenwoordigd. De enige Nederlandse film in competitie is de korte tekenfilm Match van Jef Nassenstein. Rosenstrasse van Margarethe von Trotta is een Duits-Nederlandse coproductie. Beter dan Nederlandse films doen Nederlandse fondsen het op de internationale festivals. Het Venetiaanse festival selecteerde drie door het aan het Rotterdamse filmfestival gelieerde Hubert Bals Fonds ondersteunde films uit Iran, Thailand en Argentinië en twee van het Jan Vrijman Fonds van het International Documentary Filmfestival Amsterdam, uit Argentinië en Brazilië.