De toekomstige illegalen van Europa

Keer op keer wagen jonge Marokkanen de illegale oversteek over de Straat van Gibraltar naar `het beloofde land' Europa. ,,Ongewenst? Als Europa ons niet zou willen, zouden al die illegalen daar toch geen baan kunnen krijgen!''

,,Ik wil ook een mooie auto'', zegt Alami (15). ,,Net als al die Marokkanen uit Nederland en Frankrijk.''

,,Ook uit Spanje en Italië'', vult zijn neef F'atah (22) aan. ,,Ik wil ook veel geld verdienen in Europa'', zegt Alami met een grijns op zijn gezicht. ,,Over een paar jaar wil ik in een mooie auto mijn dorp binnenrijden.''

Alami en zijn neef F'atah uit het plaatsje Kala bij de mystieke stad Marrakech in Centraal-Marokko zijn, hun droom achterna, neergestreken in de havenstad Tanger aan de Straat van Gibraltar. Koste wat kost willen ze hun geluk beproeven aan de overkant van het 14 kilometer brede water en niet op de droge landbouwgrond van hun familie. Alami wacht sinds twintig dagen op het juiste moment, F'atah vertoeft al een jaar in Tanger.

Waarschijnlijk wijs geworden door ervaringen oogt en klinkt F'atah bescheidener dan zijn neefje. Hij wist het afgelopen jaar tot drie keer toe Spanje — illegaal — te bereiken. Hij had zich ongezien vastgeklampt aan de onderkant van een vrachtwagen en wist zo de ferryboot en vervolgens Spanje binnen te dringen. Elke keer werd hij in Algeciras opgepakt door de Spaanse politie en met de volgende boot teruggestuurd.

Bij thuiskomst in Tanger werd hij de laatste keer, een week geleden, door de lokale politie `hartelijk' verwelkomd, lacht F'atah pijnlijk. Met zijn beide handen pakt hij een denkbeeldige stok vast waarmee hij een paar keer slaande bewegingen maakt. ,,Ze hebben me drie dagen en nachten geslagen.'' Hij wijst naar zijn rug.

Met de stok, weet hij, wilden de agenten zijn droom uit zijn hoofd en lijf slaan. Hij moest niet nóg een keer zijn vaderland en koning in verlegenheid brengen door te proberen Europa illegaal binnen te komen. ,,Ik zal het blijven proberen.'' Totdat het hem lukt, zegt hij. Zijn duim glijdt over de top van zijn wijsvinger. Flus, zegt hij. Geld, heel veel geld wil hij verdienen.

Tot die tijd gaan ze door het leven als de verschoppelingen van Tanger. Hun kleren zijn zo vies dat de oorspronkelijke kleur zich nauwelijks laat raden. Hun handen en gezichten zijn nog wel schoon. Die wassen ze wel vijf keer per dag voordat ze in de moskee gaan bidden.

De twee neven en vele andere toekomstige illegalen leven van wat de venters in de medina, de oude stad, hun toestoppen. Vaak onverkoopbaar verrotte groente en fruit. Ze slapen in de buitenlucht, of in een door joodse eigenaren verlaten pand in de medina.

Voor onervaren ogen zijn ze onzichtbaar. Op het eerste gezicht komen ze over als dakloze, bedelende outcasts, van wie er talloze zijn in Tanger. Het getrainde oog ziet echter tientallen, zo niet honderden, kandidaat-illegalen rondlopen. Vies en vaak met een zwart plastic tasje in de hand. In de tas waarin de gewone Marokkaan veelal de zojuist gekochte alcohol zo anoniem mogelijk naar huis draagt sjouwt de toekomstige immigrant al zijn bezittingen met zich mee. Altijd paraat om terstond te kunnen vertrekken. Ze zijn vaak jong en altijd jongens.

Spanje en Italië zijn de populairste landen, zo blijkt. Italië is ook de eindbestemming van Alami en F'atah. Ze willen zich voegen bij een neef die daar al enkele jaren zit. Gezien de bedragen die hij regelmatig overmaakt naar zijn ouders moet hij veel geld verdienen, daar.

,,Wij ongewenst in Europa?'', herhaalt F'atah de vraag schreeuwend. ,,Hoe komt u erbij. Als Europa ons niet zou willen, zouden al die illegalen daar toch geen baan kunnen krijgen?!''

Hoewel er ook donkere Afrikanen tussenlopen, is het grootste deel van de toekomstige illegalen van Europa voornamelijk afkomstig uit Centraal en Zuid-Marokko. Jongens uit de Rif-regio, waar de meeste Marokkaanse migranten in Europa vandaan komen, proberen Europa illegaal te bereiken vanuit de havenplaats Nador, als ze al zo'n illegale oversteek hóeven te maken. Velen weten met als vermist of gestolen opgegeven paspoorten van familieleden Europa te bereiken. Daar veel jongens en mannen in de Rif zich ook laten huwen door bloedverwanten in Europa is de behoefte aan een illegaal avontuur bij hen minder groot.

Volgens het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken staan in de kuststrook in Marokko rond de 25 duizend mensen te popelen Spanje illegaal binnen te dringen. Volgens cijfers die een organisatie van Marokkaanse arbeiders in Spanje in 2002 bekendmaakte zijn in de vijf jaren daarvoor meer dan vierduizend illegalen verdronken of verdwenen bij het oversteken van de Straat van Gibraltar. In bijna alle gevallen ging het om voor de kust gedropte illegalen die niet konden zwemmen. Door de strenge controles van de Spaanse marine wijken illegalen en smokkelaars tegenwoordig ook uit naar de Canarische eilanden. De stijgende aantallen daar aangespoelde verdronken illegalen bevestigen deze trend.

Spanje beschuldigt Marokko ervan niet of nauwelijks op te treden tegen de stroom illegalen. Elke `uitgevoerde' werkloze Marokkaan is immers een werkloze minder en elk bedrag aan harde Europese valuta is welkom voor het arme Marokko dat wordt geteisterd door werkloosheid onder de zeer jonge bevolking. Tijdens het conflict om het rotseilandje Perejil bereikten nauwelijks illegalen de Saanse kust, een bewijs in Spaanse ogen dat Rabat de stroom wel kán tegenhouden.

Sinds de verscherpte kustbewaking na terroristische aanslagen op buitenlandse doelen op 16 mei vertrekken nog zelden rubberboten richting Spanje, zegt ook een tussenpersoon die illegalen doorsluist naar smokkelaars. Zo'n tocht met de boot kost tussen de vijfhonderd en duizend euro, meldt het intermediair. Per vijf `aangeleverde' illegalen krijgt hij betaald.

In het Café de Paris in het Franse kwartier in Tanger, wijst hij naar vier mannen aan een tafel, volgens hem smokkelaars, die sinds de aanslagen nauwelijks meer in actie komen. Nadat Spaanse onderzoeksjournalisten hun werkwijze hadden vastgelegd met verborgen camera's, weigeren de smokkelaars elk contact met de pers.

Als het schemert, beëindigen de neven Alami en F'atah het gesprek met de verslaggever. Ze moeten hun handen en voeten wassen voor het avondgebed. Waar gaan ze vanavond Allah om smeken? Domme vraag, blijkbaar. ,,Dat we de overkant halen'', zegt Alami, de meest spraakzame van de twee.

En wanneer gaan ze weer een poging wagen? ,,Meteen na het gebed.''

Dit is het laatste artikel van een reeks die Ahmet Olgun deze zomer maakte over Marokko. De reeks is na te lezen op www.nrc.nl.

    • Ahmet Olgun