Water en stroom brandstof voor conflicten

,,Veel Palestijnse gemeenschappen zijn niet eens aangesloten op het waterleidingsysteem, terwijl de Israëliërs genieten van zwembaden, twee douches per dag, en groene gazons.'' Als voorbeeld van de ongelijke verdeling van water noemt het kwartaalblad Middle East Report de situatie in Hebron, waar 170.000 mensen dezelfde hoeveelheid water kregen toebedeeld als de 5.000 inwoners van de nabijgelegen Israëlische nederzetting Kiryat Arba. Het blad constateert dat ,,dit niveau van ongelijkheid het Palestijnse verzet verscherpt''.

Israëls waterbeleid komt des te harder aan doordat ,,Israël-Palestina al tien jaar lang te lijden heeft van een regenval die minder is dan het gemiddelde''. De drie belangrijkste waterreservoirs zijn het bassin van de Jordaan, inclusief het Meer van Galilea, het gebergte op de Westelijke Jordaanoever, en het kustgebied dat ook Gaza omvat. Het water in de reservoirs is bijna gezakt tot een niveau waarop de pompen niet meer werken, aldus het blad.

En dan te bedenken, schrijft het blad verbitterd, dat ,,de Israëlische landbouw 80 procent van het beschikbare water verbruikt, terwijl de export van landbouwproducten slechts 2 procent is van het bruto binnenlands product''. Volgens de Israëlische Water Commissie zit het probleem niet in de toewijzing van het water, maar in de distributie van het water door het Palestijns bestuur, zo laat het blad ook de tegenpartij aan het woord. Daar komt bij dat het Palestijnse bestuur volgens de Israëliërs niet meedoet aan nieuwe water- en rioleringsprojecten in omstreden gebieden omdat het denkt daarmee de vestiging van Joodse nederzettingen in die gebieden te erkennen. Volgens het blad is ,,het blokkeren van de toegang tot water een wapen in Israëls arsenaal aan maatregelen ter onderdrukking van het Palestijnse verzet tegen de bezetting en de kolonisatie''.

,,Het gaat om geld, om heel veel geld'', schrijft het Duitse weekblad Die Zeit over de watervoorziening in de Filippijnse hoofdstad Manila, in het tweede artikel van een serie over de Wereldhandelsconferentie begin volgende maand in Cancún. In deze megastad met dertien miljoen inwoners zijn het stadswaterbedrijf en het particuliere waterleidingbedrijf Ondeo elkaar in de haren gevlogen met schadeclaims over en weer van vele miljoenen dollars. Ondeo is een dochteronderneming van de Franse multinational Suez. Beide bedrijven beschuldigen elkaar ervan verplichtingen niet na te komen. Het blad meent dat niet alleen de economische crisis roet in het eten heeft gegooid, maar ook het weglekken van water, met name door illegaal aftappen. Ook grote ondernemingen als Coca-Cola en Unilever maken zich daaraan volgens het blad schuldig. Daardoor verdwijnt 64 procent van het drinkwater zonder dat het wat oplevert. Maar er is hoop. De International Finance Corporation, een dochteronderneming van de Wereldbank, was betrokken bij het werk van Ondeo in het westelijke deel van de stad, en doet een laatste poging de scherven te lijmen. In het oostelijke deel van Manila is de Manila Water Company aan het werk, een joint venture van Ayalas, een Filippijnse onderneming, het Japanse Mitsubishi en het Amerikaanse Bechtel. Deze onderneming slaagde erin het verlies aan water te reduceren tot 52 procent. Bovendien boekt het bedrijf een kleine winst. ,,Privatisering van nutsvoorzieningen hangt blijkbaar ook af van degene die privatiseert'', concludeert Die Zeit.

De discussie over privatiseren en deregulering blijft op gang, schrijft The Business in zijn weekendeditie, zeker nu blijkt dat ,,de grootste stroomstoring in de Amerikaanse geschiedenis'' te wijten is aan First Energy, een geprivatiseerd elektriciteitsbedrijf in de staat Ohio. Het blad wijst erop dat de elektriciteitsvoorziening in Amerika ,,sterk is gepolitiseerd'' en dat de privatisering en deregulering ervan halverwege is blijven steken. Iedereen roept nu wel dat het gebrek aan investeringen de belangrijkste oorzaak is van de storing, maar ,,niemand durft met nadruk te zeggen dat de elektriciteitstarieven omhoog moeten''. Volgens het blad kost de vernieuwing van het net zo'n 100 miljard dollar. Maar de investeerders die dat moeten ophoesten, zullen wegblijven als de deregulering niet verdergaat dan nu het geval is, voorspelt het blad. Immers, ,,tot dusverre bleven de investeringen uit omdat niemand wist wie de eigenaar van de transmissielijnen zou worden'', zo citeert het blad Jim Reisman, specialist nutsvoorzieningen van zakenbank JP Morgan.

,,Geld is het probleem niet, en technologie ook niet'', meent het Amerikaanse zakenblad BusinessWeek, ,,het probleem is de politiek''. President Bush steunt het plan van zijn vertrouweling Pat Wood, voorzitter van de nationale commissie voor deregulering van energievoorziening. Diens plan voorziet in een nationaal systeem van regionale voorzieningen. En dat staat haaks op de belangen van de diverse staten. Maar meer deregulering is echt nodig. Anders weten de beleggers niet waar hun geld blijft, betoogt het blad.

Op het Britse weekblad The Economist hoeven de critici van deregulering ook al niet te rekenen. Immers, de ervaring in eigen land wijst uit dat deregulering van de elektriciteitsvoorziening uitstekend werkt. National Grid, de onderneming die in Groot-Brittannië het netwerk onderhoudt, heeft ,,naar verhouding tien keer meer geïnvesteerd dan zijn tegenhangers in Amerika in de jaren negentig''. Het blad doet er nog een schepje bovenop door te stellen: ,,Het grootste probleem van het Amerikaanse systeem is zijn stalinistische bevelsstructuur''.