Voor `Brussel' geldt: zwijgen uit lijfsbehoud

Naar sommige internationale betrekkingen hoeft men niet te solliciteren, men wordt ervoor gevraagd. Soms gebeurt dat zelfs zonder dat men alom als beste kandidaat wordt erkend. Namelijk wanneer er tegen eventuele concurrenten, om wat voor redenen ook, hier of daar méér bezwaren bestaan. Zo lees je nu in Nederlandse kranten dat minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) kans maakt om de Brit Robertson eind dit jaar op te volgen als secretaris-generaal van de NAVO. En dat dan niet omdat men in Washington, hoofdstad van het veruit belangrijkste NAVO-land, De Hoop Scheffer de allerbeste kandidaat en Nederland de allerbeste partner zou vinden, maar vooral omdat de bezwaren tegen andere Europese kandidaten, en hun landen van herkomst, in alle gevallen wel eens groter zouden kunnen zijn. Een Duitser kan wegens de Iraakse voorgeschiedenis nu niet, en een Belg of een Fransman al helemaal niet, de Britten zijn net aan de beurt geweest, luidt de bijbehorende redenering. Denen en Noren doen maar heel weinig, Turken of Grieken blijven om voor de hand liggende redenen buiten zulke speculaties. Een Spanjaard zou kunnen maar Madrid heeft met Solana, de EU-man voor buitenlandse zaken, al een gewichtig heer op het internationale toneel (al is Europa zó verdeeld dat je daarvan maar weinig merkt). Kortom: Den Haag en De Hoop Scheffer kunnen ontkennen wat zij willen, maar de minister zal toch nog wel enige maanden als kandidaat door de Nederlandse media gaan.

Trouwens, de Nederlandse minister en de regering moeten sowieso elk gerucht op dit stuk tegenspreken, want op het ogenblik dat van een bevoegde Haagse kant de boodschap komt dat De Hoop Scheffer zin zou hebben om na Stikker en Luns de derde Nederlandse NAVO-s.g. te worden, is zijn kans vermoedelijk ook meteen verkeken. Het is nog maar een paar jaar geleden dat het tweede kabinet-Kok halverwege zijn rit het besluit nam een van zijn ministers, Pronk, officieel en openlijk te kandideren voor de leiding van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Nu, zelden heeft een Nederlands kabinet in zo'n verhaal zó voor gek gestaan. Het werd immers niet Pronk, maar een andere Nederlander, Lubbers, die op kracht van zijn eigen naam en netwerk in VN-kring die UNHCR-post kreeg.

De inwoner van een klein land, hoe capabel hij of zij ook mag zijn, moet in zulke kwesties leren afwachten. Niet te lang, zoals de toenmalige premier Lubbers in de laatste maanden van 1993 deed toen kanselier Kohl tijdig van hem wilde weten of hij het jaar daarna voorzitter van de Europese Commissie wilde worden (het moest een christen-democraat worden en Parijs was niet van zins om de Belg Martens te aanvaarden). Maar meestal is het voor iemand uit een klein land ook niet goed om te vroeg als kandidaat bekend te raken.

Dat lot trof de arme Lubbers najaar 1995, toen de Nederlandse regering (minister Van Mierlo) de boer op ging om hem, na de mislukte kandidatuur voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, dan maar te lanceren voor secretariaat-generaal van de NAVO. Van Mierlo's pogingen hadden zóveel succes dat Lubbers' toch al beperkte kans vrijwel direct verkeken was. Want, wat ook in Washington werd gedacht over Lubbers, dat premier Major en president Chirac zijn kandidatuur 25 oktober 1995 openlijk en zonder voorafgaand overleg met de VS presenteerden, was al genoeg om de Amerikanen boos en hem kansloos te maken. De moeizame `sollicitatiegesprekken' van Lubbers bij de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag en bij minister Warren Christopher in Washington maakten de geschiedenis extra verdrietig. Dezelfde Van Mierlo die Lubbers ooit (in 1973) voor de politiek, en een plaats in het kabinet-Den Uyl, ontdekte leek hem nu ook naar de uitgang geduwd te hebben. Een andere vriend van Van Mierlo, Duisenberg, kon in zoverre profiteren van Lubbers' Europese ongeluk, dat hij mede daardoor later met Duitse steun de leiding van de Europese Centrale Bank kon krijgen.

In die verwarrende dagen van 1995 betitelde Christopher Hans van den Broek, die eind 1992 het ministerschap van Buitenlandse Zaken verruild had voor het lidmaatschap van de Europese Commissie, als ,,onze droomkandidaat'' voor de NAVO-baan. Lubbers had, anno 1995, wel met hem willen ruilen, alsof het op de postzegelbeurs in Den Haag kon worden afgehandeld. Maar Van den Broek is een voorzichtig mens en bleef dus lid van de EU-Commissie.

Ruim tien jaar eerder, bijna twintig jaar geleden, in de laatste week van de maand mei van 1984, stond het eerste kabinet-Lubbers op het punt, per vrijdag 1 juni, om na jaren van woedende debatten en grote demonstraties dan eindelijk een Nederlands besluit aangaande de plaatsing van kruisraketten te nemen. De maandag van die week vertrok Van den Broek, toen al minister van Buitenlandse Zaken, per vliegtuig voor een bijzondere missie naar Washington. Hij moest daar de laatste NAVO-ministerraad bijwonen die door secretaris-generaal Luns werd voorgezeten, maar ook en vooral zijn Amerikaanse collega, Shultz, gaan inlichten over het Haagse kruisrakettenstandpunt, dat hij zelf eigenlijk nauwelijks voor zijn rekening wilde nemen. Hoe had het ook anders gekund met iets dat voor Van den Broek een (Atlantische) veiligheidszaak was en voor Lubbers, en anderen, tenminste mede een kwestie van binnenlandse politiek.

Wat Van den Broek niet wist was dat Lubbers in Den Haag intussen de laatste hand legde aan een alweer iets ander standpunt, waarover het kabinet vrijdag 31 mei onder het hoofd `slikken of stikken' moest beslissen. Wat 30 mei voor Van den Broeks toenmalige secretaris J. de Hoop Scheffer (dezelfde) en zijn medewerker B.J. van Eenennaam, thans ambassadeur te Washington, reden was hem inderhaast van Zestienhoven naar Londen tegemoet te vliegen om hem over de werkelijke stand der dingen in Den Haag bij te praten. Geen wonder trouwens dat de VS ook elf jaar later in Van den Broek meer een droomkandidaat voor de NAVO zagen dan in Lubbers. En De Hoop Scheffer, partijgenoot van Lubbers én Van den Broek, zou die toentertijd met zijn bijpraatmissie' in Londen een eerste goed velletje in een Washingtons dossier hebben verdiend? Hoe dat ook moge zijn, en hoeveel dikker dat dossier nu ook mag zijn geworden, hij is voor die NAVO-baan voorlopig geen kandidaat. Gelijk heeft hij, zeker voorlopig. Wat een luxe, want Buitenlandse Zaken is ook leuk.