Te veel vliegtuigen

Dit jaar produceren de vliegtuigbouwers Boeing en Airbus gezamenlijk bijna 600 toestellen. Ze zijn van plan dat te blijven doen, ook al is er geen vraag naar. Vraag en aanbod zijn in de commerciële luchtvaart totaal uit balans. Veel luchtvaartmaatschappijen benutten hun vloot niet volledig. Volgens analisten ligt het percentage gebruikte toestellen 10 procent boven het noodzakelijke niveau.

Bovendien zijn 1.700 van de 12.500 over de hele wereld verspreide toestellen tijdelijk uit de vlucht genomen. Weliswaar bestaat meer dan tweederde daarvan uit oude knarren die waarschijnlijk nooit meer zullen vliegen, maar dan blijven er nog zo'n 500 moderne vliegtuigen over. Als de vraag stijgt, kunnen deze uit de mottenballen worden gehaald.

Alles bij elkaar is er wellicht sprake van een overschot van zo'n 1.750 toestellen, wat overeenkomt met de productie van drie jaar. Erger nog: omdat de vraag stilligt, neemt het overschot alleen maar verder toe. Vliegtuigen hebben een levensduur van 25 jaar, wat betekent dat ieder jaar zo'n 500 toestellen worden afgedankt. Dat aantal ligt dus lager dan het huidige productieniveau, zodat de vloot dit jaar met honderd toestellen – ongeveer 1 procent – zal groeien.

Optimisten denken dat het overschot medio 2006/2007 verdwenen zal zijn, als de vraag naar luchtvervoer jaarlijks weer met zo'n 3 procent toeneemt. Een dergelijke stijging is niet onmogelijk, want het langetermijngemiddelde ligt op 4,5 procent. Maar vraag en aanbod zullen niet snel in evenwicht komen als de fabrikanten vliegtuigen blijven bouwen waar geen vraag naar is. Zelfs als we aannemen dat de groei volgend jaar 2 procent bedraagt en het jaar daarop 3 procent, zou de sector tot 2007 slechts ruimte hebben voor 1.100 nieuwe toestellen.

De enige manier waarop de balans kan worden hersteld is door de totale vloot te laten slinken door minder vliegtuigen te bouwen dan er worden afgedankt.

Daartoe moet de productie omlaag naar 400 vliegtuigen per jaar.

De vliegtuigbouwers zouden de overproductie in stand kunnen houden als de luchtvaartmaatschappijen bereid zouden zijn genoegen te nemen met lagere rendementen. Dat lijkt onwaarschijnlijk. De luchtvaartsector wordt door de deregulering gedwongen zich meer aan de aandeelhouders gelegen te laten liggen. Het grootste probleem is nu juist dat de maatschappijen geen toereikende rendementen opleveren.

De logische manier om daar verbetering in te brengen, is het inkrimpen van de vloot. Daardoor zou de bezettingsgraad per vliegtuig, en dus de omzet per passagier, stijgen. Ook de kosten zouden erdoor afnemen.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.