Opwaaiende zomerjurken

Het gaat deze zomer weer beter met de Europese economie, zeggen de zogenoemde `voorlopende indicatoren', die vooruitlopen op de feitelijke economische ontwikkeling. Gisteren steeg de Belgische conjunctuurbarometer voor de tweede maand. Vanmorgen kwam daar de vierde stijging op rij van de Duitse Ifo-index bij.

Bovenstaande twee indicatoren bevinden zich in een groot, en groeiend gezelschap. Elk land heeft op zijn minst één eigen vertrouwensindicator. De Europese Commissie gaat daar met geharmoniseerde indicatoren nog eens overheen. Het persbureau Reuters heeft zijn inkoopmanagersindices (PMI's) voor alle grote landen, zowel voor de dienstensector als de industrie. Dan zijn er de leading indicators voor de grote Europese landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en van de Amerikaanse Conference Board. Deze opsomming is verre van compleet.

Allemaal proberen ze te voldoen aan een behoefte die zich niet langer alleen op de financiële markten, maar ook in de rest van de samenleving voordoet. Nog niet zolang geleden was het genoeg om te weten wat er recent gebeurd was. De techniek maakte het daarna mogelijk om steeds vaker te weten wat er op dit moment gebeurt. Maar de aandacht lijkt exclusief verschoven naar wat er te gebeuren staat.

Alleen de toekomst bevredigt nog. Vandaar de woekering van voorlopende economische indicatoren. Maar wat meten die indicatoren eigenlijk? Voor een deel bestaan ze uit ondervragingen van ondernemers, inkopers en andere beslissers aan de frontlijn van de conjunctuur. Voor een ander deel zoeken ze bewijzen in de financiële markten; de beurskoersen en vooral het verloop van de rentestructuur – het renteverschil tussen de geldmarkt en de obligatiemarkt.

Aangezien ook de financiële markten kunnen worden gezien als een proces van collectieve meningsvorming (over de waarde van beleggingen) zijn alle voorlopende indicatoren te beschouwen als enquêtes. Op de uitslag daarvan reageren financiële markten en bedrijfsleven zelf dan weer. De spiraalwerking zit als het ware ingebouwd, en hoeft niet eens zo slecht te zijn.

Maar de financiële markten, en de indicatoren, hebben niet altijd gelijk. De macro-economische gevolgen van de Azië-crisis van 1998 werden schromelijk overdreven, en het voorspelde economisch herstel van begin 2002 zat er zelfs geheel naast. Dat het nu, rond de zomer van 2003, eindelijk opwaarts gaat met de Euro-economie blijkt uit steeds meer indicatoren. Maar de échte, harde economische data zullen dat de komende maanden ook moeten gaan bewijzen.