Nieuwe bijstandswet wekt weerstand

De Tweede Kamer behandelt deze week het wetsvoorstel Werk en Bijstand. De eerste grote stelselwijziging van dit kabinet, volgens het motto minder overheid, meer eigen verantwoordelijkheid.

Mensen moeten minder van de overheid verwachten, en meer zelf hun handen uit de mouwen steken. De overheid kan voornamelijk bemiddelen en regels versimpelen. Zo staat te lezen in de regeringsverklaringen van beide kabinetten Balkenende.

In het wetsvoorstel Werk en Bijstand komen deze kerngedachten voor het eerst bij elkaar. De eerste nieuwe wet van kabinet en verantwoordelijk staatssecretaris Rutte (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD), die de Tweede Kamer in het eerste plenaire debat na het zomerreces behandelt, is direct een ingrijpende stelselwijziging.

De leidende gedachte van het wetsvoorstel, en een van de belangrijkste motto's van het kabinet, is een grotere arbeidsparticipatie van de ongeveer 300.000 mensen in de bijstand. Economisch noodzakelijk, maar ook vanuit het oogpunt van sociale integratie wenselijk. Of zoals Rutte in een brief aan de Tweede Kamer schrijft: ,,De activerende functie van de bijstandsverlening krijgt een duidelijk sterker accent dan de inkomensbeschermende functie.''

In het wetsvoorstel is de hoofdrol weggelegd voor de gemeenten. Zij zullen financieel en inhoudelijk volledig verantwoordelijk worden voor de bijstandsuitkering en de reïntegratie van werklozen. Deze verantwoordelijkheid moet gemeenten maximaal prikkelen om langdurig werklozen terug op de arbeidsmarkt te krijgen. Alleen gemeenten zijn in staat het ,,maatwerk'' te leveren dat nodig is om mensen uit de bijstand te helpen, is de gedachte.

Gemeenten zullen zich bij het besteden van dat geld aan een aantal basisregels moeten houden, zoals het grotendeels besteden van reïntegratiegeld in de markt.Maar volgens staatssecretaris Rutte zal de terugrapportage naar het rijk over besteding van het geld niet meer hoeven te bedragen dan ,,een accountantsverklaring van een paar A4-tjes''.

Hoewel de deregulering en decentralisering bijna iedereen aanspreekt is er toch veel weerstand tegen het wetsvoorstel. In de Tweede Kamer van de oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en SP. Maar ook bij de gemeenten, die bang zijn voor de financiele gevolgen, en de vakbonden, die zich zorgen maken over de hardere eisen die het wetsvoorstel aan bijstandsgerechtigden stelt.

Binnen de coalitie ligt een aantal punten politiek gevoelig. Het CDA wil dat bijstandsmoeders met jonge kinderen niet hoeven te solliciteren, maar staat daarin lijnrecht tegenover de VVD. Volgens het wetsvoorstel komt geen enkele groep meer in aanmerking voor een ontheffing van de sollicitatieplicht. Rutte wil die zelfs verzwaren: bijstandsgerechtigden moeten ,,algemeen geaccepteerd werk'' aanvaarden. Gemeenten mogen alleen nog in individuele gevallen een uitzondering op de sollicitatieplicht maken. Het CDA wil, ook hier in tegenstelling tot de VVD, dat bijverdienen zonder korting op de bijstand in beperkte gevallen mogelijk moet blijven.

Ook andere bepalingen die de bijstand minder aantrekkelijk moeten maken en maatwerk van gemeenten moeten bevorderen, zullen er volgens oppositie en vakbonden vooral voor zorgen dat kwetsbare groepen nog meer in het nauw komen. Zo wil Rutte de categoriale bijstand, gemeentelijk inkomensbeleid waarbij bepaalde groepen een aanvulling op de bijstandsuitkering krijgen, afschaffen. De gemeente mag dan alleen in individuele gevallen de uitkering aanvullen. Wel komt er een langdurigheidstoeslag voor mensen die al vijf jaar op minimumniveau leven en geen perspectief op werk hebben.

De kritiek van gemeenten en oppositie richt zich ook op de financieringssystematiek van de wet, en de gemeentelijke verantwoordelijkheid die daarmee samenhangt. Volgens critici zal de nieuwe verdeling van het bijstandsgeld, op basis van het zogenoemd objectief verdeelmodel, grote financiele problemen veroorzaken bij gemeenten die veel minder geld voor de bijstandsuitkeringen zullen ontvangen dan ze gewend zijn. Het model bepaalt aan de hand van een negental demografische factoren de verdeling van een deel van het bijstandsgeld over gemeenten met meer dan 40.000 inwoners. Ook CDA en VVD hebben kritiek op het rekenmodel. Rutte gaf gisteren aan de vaste Kamercommissie al toe dat het model nog niet naar behoren werkt, maar benadrukte dat in het eerste jaar na invoering van de wet slechts veertig procent van het budget door het model verdeeld zou worden. Hij beloofde de Kamerleden dat zij voor volgende zomer de kans krijgen de werking van het model te toetsen.

De weerstand van partijen en gemeenten is ook te wijten aan de grote bezuinigingen op bijstand en reïntegratie die het kabinet de komende vier jaar, tegelijk met de invoering van de nieuwe wet, wil realiseren. Op het bijstandsbudget wil het kabinet 600 miljoen euro `ombuigen' tot 2007. Voor reïntegratie is dat 2,2 miljard euro in dezelfde periode. Volgens het kabinet zijn deze bezuinigingen mogelijk omdat gemeenten bijstandsgerechtigden onder de nieuwe wet op een efficiëntere manier aan een baan kunnen helpen. Rutte verwacht de komende vier jaar een afname van het aantal bijstandsgerechtigden van vijf procent als gevolg van de nieuwe wet, los van conjuncturele effecten.

Gemeenten, vakbonden en oppositiepartijen zeggen dat de bezuinigingen de nieuwe wet onuitvoerbaar zullen maken. Om aan deze kritiek tegemoet te komen wil Rutte een deel van de nieuwe verplichtingen een jaar later invoeren. Welke dat zijn zal deze week duidelijk worden.

Tegelijk met het invoeren van de nieuwe wet wordt een hele rits oude wetten ingetrokken, zoals de algemene bijstandswet, de Wet inschakeling werkzoekenden, de Wet financiering Abw, en het Besluit in- en doorstroombanen (ID-banen). Dat moet het woud van regels rond de uitvoering van de sociale zekerheid terugdringen.