Neem Noord-Korea serieus

Een dialoog met Noord-Korea kan wel degelijk tot spijkerharde resultaten leiden, dat heeft het verleden bewezen. Amerika moet dan wel ophouden met politieke spelletjes te spelen, vindt Koen De Ceuster.

Hoe komt het toch dat als de Noord-Koreaanse nucleaire kwestie ter sprake komt, het lijkt alsof het alleen een Washingtonse aangelegenheid betreft? Analyses over het Amerikaanse beleid (of het gebrek daaraan) zijn schering en inslag, maar soms lijkt het alsof men alleen over theoretische modellen praat, en Noord-Korea een louter hypothetische constructie is die er toe dient de politieke dialoog in Washington aan te scherpen.

Is dit te cynisch? Toch is het je reinste imperialisme Noord-Korea elke subjectiviteit te ontzeggen; het te reduceren tot niets meer dan een voorwerp van Amerikaans buitenlands beleid. Het ondoorgrondelijke Azië, in dit geval het niet eens exotische Noord-Korea, heet in al zijn vermeende irrationaliteit een bedreiging voor de Amerikaanse nationale veiligheid – en dus ook voor de wereldvrede – te zijn. De vraag is echter hoe reëel de dreiging is die uitgaat van een hongerend land van twintig miljoen inwoners dat economisch volledig aan de grond zit. En hoe bedreigend is het voor een verpauperde pariastaat in de vuurlinie van de Amerikaanse ideologische retoriek te liggen?

Die retoriek zorgt ervoor dat Noord-Korea zweeft in een web van halve waarheden en verdraaiingen. In zijn meest extreme vorm vertaalt zich dat door de stelling dat Noord-Koreaanse kernraketten het Amerikaanse vasteland zouden bedreigen. Om tot een dergelijke stelling te komen moet je vooral voorbijgaan aan alle nuances in de rapporten die de verschillende inlichtingendiensten van de VS over de jaren geschreven hebben. Noord-Korea ontwikkelt en verkoopt inderdaad korte- en middellange afstandsraketten. Alles wijst er bovendien op dat Noord-Korea ook aan een intercontinentale ballistische raket werkt. Het is er echter vooralsnog niet in geslaagd een werkbaar product af te leveren. Raketproliferatie was overigens een van de thema's waarover de regering-Clinton in gesprek was met Pyongyang.

Wat kernwapens betreft waren er jarenlang aanwijzingen dat Noord-Korea over een kleine hoeveelheid plutonium beschikte. Op grond daarvan concluderen dat het ook een werkbaar atoomwapen had, is een stap te ver. Er bestaat grote twijfel over de vraag of Noord-Korea over de technologische kennis beschikt om het complexe ontstekingsmechanisme voor een dergelijk kernwapen te produceren. Mocht het dat al kunnen, dan nog moet het erin slagen een dergelijk wapen op een ballistische raket te monteren om het boven de VS tot ontploffing te kunnen brengen. Het wordt onwaarschijnlijk geacht dat Pyongyang de technologie beheerst om een projectiel zonder opbranding terug in de dampkring te krijgen.

Een en ander neemt niet weg dat het onaanvaardbaar blijft dat

Pyongyang plutonium zou aanmaken, laat staan bezitten. Het antwoord van de regering-Clinton op de eerste aanwijzingen van Noord-Koreaanse plutoniumproductie waren de akkoorden van Genève in 1994. Naast de internationaal gecontroleerde ontmanteling van de bestaande nucleaire installaties in ruil voor de bouw van twee proliferatiebestendige 1.000 megawatt licht-waterreactoren, voorzagen die akkoorden ook in de verbetering van de economische en diplomatieke betrekkingen met Washington. Voor de Republikeinse Partij waren die akkoorden niets meer dan een Amerikaanse knieval. Het was een pact met de duivel, een beloning voor slecht gedrag. Nu die akkoorden aan duigen liggen, groeit internationaal het besef dat het eveneens een creatieve oplossing was voor een acute crisis.

In een wereld waarin de Amerikaanse president dreigt met preventieve aanvallen tegen landen behorend tot een `As van het Kwaad,' waaronder Noord-Korea, en dat dreigement ook uitvoert (Irak), in een wereld waar leden van de Amerikaanse regering openlijk over wisseling van de wacht in, en economische drooglegging van

Pyongyang spreken – daarin voelt Noord-Korea zich niet alleen reëel bedreigd, maar zoekt het ook antwoorden op die bedreiging. Ook al heeft het voortdurend aangegeven met Washington te willen praten, toch heeft Pyongyang er nooit twijfel over laten bestaan dat het niet over zich heen zal laten lopen. In Washington heet het dan weer dat niet kan worden toegegeven aan nucleaire chantage.

Noord-Korea's grootste probleem is dat het internationaal niets voorstelt. Alleen door brutaal en provocerend uit de hoek te komen, kan het de aandacht van de wereldgemeenschap trekken. Washington volhardde de laatste maanden in het negeren van welke provocatie dan ook. Zelfs toen in april Noord-Korea zijn troefkaart uitspeelde door te dreigen met het testen, produceren en exporteren van kernwapens, leidde dit tot niet meer dan een Amerikaans schouderhophalen.

Net als in april zijn ook nu de gesprekken tot stand gekomen dankzij de bemiddeling van China en Zuid-Korea. De opmerkelijke verstandhouding die zich de laatste tijd tussen beide aftekent, is zowel te verklaren uit gedeelde bezorgdheid over het optreden van Noord-Korea als uit gezamenlijke frustratie over de stugge Amerikaanse houding. Beide staten hebben intensieve, zij het verschillende, contacten met Pyongyang. Allebei beseffen ze dat achter de nucleaire dreiging een andere realiteit zichtbaar wordt die te weinig aandacht krijgt. De schuchtere pogingen tot economische hervormingen in dit hongerend land dreigen te worden gefnuikt door het militaire opbod dat aan de gang is.

De hoop bestaat dat tijdens de komende gespreksronde voldoende informele contacten kunnen worden gelegd om de VS tot een gematigder houding aan te sporen. Het verleden heeft uitgewezen dat een dialoog met Noord-Korea wel degelijk tot spijkerharde resultaten kan leiden. Voorwaarde is wel dat er wordt gepraat. Over de Noord-Koreaanse bereidwilligheid bestaat geen twijfel. Als men in Washington de moed heeft de politieke spelletjes te laten voor wat ze zijn, en men bereid is zich met het reële Noord-Korea in te laten, is het mogelijk uit deze patstelling te komen.

Koen De Ceuster doceert Koreaanse Taal en Cultuur aan de Universiteit Leiden.