Metropolis M: nieuwe vorm, bredere blik

Het is wennen, erg wennen. Metropolis M, sinds jaar en dag het belangrijkste Nederlandse tijdschrift voor hedendaagse kunst, heeft een nieuwe vormgeving. De vorige versie, die zeseneenhalf jaar functioneerde, was springerig, met veel semi-digitale blobs en blokjes, waardoor Metropolis nadrukkelijk uitdroeg dat het wilde functioneren op de cutting edge van de kunst. Dat imago is nu volkomen verdwenen. De nieuwe vormgeving is grijs en academisch, op de rand van belegen. Op het eerste gezicht ziet het blad er zelfs uit als het mededelingenorgaan van een historisch genootschap: zwart-witte bladzijden, degelijke letter, aparte, smalle kolommen voor noten en terzijdes en de kleurenillustraties zijn verbannen naar aparte katernen. Daarin duiken nu schilderijen op van de achttiende-eeuwse kunstenaars Jean-Baptiste Greuze en Jean Siméon Chardin, kleurenfoto's van een 150 jaar oude glazen kwal en een kast uit 1840. De boodschap is duidelijk: de jeugd is voorbij. Metropolis M wil serieus genomen worden.

Maar zowaar: die ommezwaai doet het blad geen kwaad. Als de lezer door de schrik over de schijnbare oubolligheid heen is, merkt hij dat de rust in de vormgeving de opname van de inhoud zeer bevordert. Zeker omdat die inhoud nog steeds de voor Metropolis kenmerkende combinatie van prettige joligheid, zwaar-academische ernst en stilistische krampachtigheid vertoont. Daardoor zitten er altijd een paar artikelen bij die de lezer aanspreken, maar evenzeer stukken die je na een paar alinea's gapend terzijde legt. Door de nieuwe vormgeving krijgt de lezer meer mogelijkheden zijn eigen voorkeuren in alle rust te zoeken.

De grootste winst van de nieuwe opzet is echter dat Metropolis een breder spectrum bestrijkt. Nog steeds heeft ieder nummer een eigen thema (`Onschuld', in dit geval), maar ook worden er artikelen gewijd aan kunstenaar Taco Stolk die biologische experimenten in zijn kunst verwerkt, worden er twee visies gegeven op het werk van de Engelse, hyperrealistische beeldhouwer Ron Mueck, en wordt er geschreven over de Schotse kunstenaar Rod Dickinson die begin dit jaar het beroemde Milgram-experiment opnieuw uitvoerde – de gehoorzaamheidsproef waarbij testpersonen mensen aan de andere kant van het glas steeds sterkere elektroshocks moeten toedienen.

Hoezeer Metropolis M zijn blik heeft verbreed, blijkt wel uit het feit dat het blad zich waagt aan een voorbespreking van de expositie Neo in het Centraal Museum, in de vorm van een interview met samensteller Frans Haks – een `publieksevenement' (nota bene gesponsord door Douwe Egberts) waar de `oude' Metropolis zeker zijn neus zou hebben opgehaald. Zoals hoofdredacteur Domeniek Ruyters het in zijn inleiding formuleert: ,,een tijdschrift moet groeien''. Daarvoor biedt de nieuwe opzet van Metropolis nog alle mogelijkheden.

Metropolis M, tweemaandelijks tijdschrift over hedendaagse kunst. Nr.4 2003, 168 blz. Prijs €9,-

    • Hans den Hartog Jager