`Hongarije moet niet voorop willen lopen'

De VS willen Iraaks politiepersoneel opleiden in Hongarije. Boedapest voelt er wel voor. Maar de Hongaarse oppositie vindt die instemming overhaast.

,,Hongarije moet niet proberen voorop te lopen'', zegt István Simicskó, defensiespecialist van de conservatieve Hongaarse oppositiepartij Fidesz, over de uitzending van Hongaarse militairen naar Irak en de Amerikaanse plannen, 28.000 Iraakse politie-agenten in Hongarije op te leiden. ,,Er is een strijd gaande tussen de verschillende landen van Midden- en Oost-Europa en de Verenigde Staten maken daar handig gebruik van. Roemenië heeft al zoveel troepen beschikbaar gesteld, nu moeten wij dit doen. Zo gaat het. Maar nu heeft de regering opnieuw in haar eentje een beslissing genomen die het gehele Hongaarse volk aangaat.'' Daarmee doelt Simicskó op de mogelijke opleiding van duizenden Irakezen tot politie-agent in Hongarije.

Terwijl Ferenc Juhász, de Hongaarse minister van Defensie, vrijdagavond op televisie nog eens inging op de uniformen en de voertuigen die de 300 naar Irak uitgezonden Hongaarse soldaten zullen gaan gebruiken – het debat spitste zich meer en meer toe op de vraag in welke mate de Hongaarse soldaten van hun Amerikaanse collega's te onderscheiden zullen zijn – onthulde The New York Times gisteren dat de Hongaarse regering toestemming heeft verleend 28.000 Irakezen op de luchtmachtbasis van Taszár een intensieve politie-opleiding te geven. De eerste groep van 1.500 Irakezen moet binnen vier maanden de opleiding beginnen en het totale aantal moet in anderhalf jaar klaar zijn, aldus Bernard Kerik, oud-commisaris van de New Yorkse politie, verantwoordelijk voor de operatie, tegen The New York Times.

Inmiddels heeft Boedapest gemeld dat er nog geen officieel Amerikaans verzoek is binnengekomen. Maar als het komt, zal het waarschijnlijk het fiat van de Hongaarse regering krijgen. Een woordvoerder repte gisteren van een ,,onofficieel ja'' tegen het Amerikaanse plan. ,,Het zal de basis Taszár voor sluiting behoeden'', zo voegde hij daaraan toe.

Formeel hoeft de regering in Boedapest niet het parlement om goedkeuring te vragen; de regering kan het besluit alleen nemen.

Vooralsnog is de sfeer rond de luchtmachtbasis in Taszár, in het zuiden van Hongarije, landerig. Tussen de door betonrot aangevreten woonkazernes ligt honderd meter voor de hoofdingang van de vliegbasis een `cukrazsda', een taartjeswinkel met mierzoete taartjes. Op het terras zitten drie stevige mannen onder een parasol. Het is 12 uur 's middags en 32 graden en voor hen staan zeventien lege bierflesjes waarvan zes groene Heineken Lagers. De mannen dragen zonnebrillen en bevestigen dat ze Engels spreken, maar het enige woord dat ze beheersen is `slowly'.

Ook bij de roodwitte slagboom bij de toegang tot de voormalige Sovjet-luchtmachtbasis wordt men niet veel wijzer. De Hongaarse militairen in camouflagepak zijn buitengewoon vriendelijk maar standvastig; toegang krijgt men slechts met een speciale identiteitskaart. Tien meter achter de soldaten is een tweede controlepost, bemand door twee voor een Amerikaans beveiligingsbedrijf werkende bodybuilders die de pasjes nog eens controleren. Om het kwartier passeert een auto.

Taszár ligt te midden van maïsvelden en stoffige weidegronden enkele kilometers van de provinciestad Kaposvár. Sinds 1995 was de basis van Taszár de belangrijkste bevoorradingsluchthaven voor de Amerikaanse troepen op de Balkan, in Bosnië en later Kosovo. In de hoogtijdagen van de oorlog in Kosovo steeg er om de twee minuten een vliegtuig op. Het afgelopen jaar werd het merendeel van de Amerikaanse manschappen uit Taszár overgeplaatst naar Koeweit. De logistieke ondersteuning biedende Amerikaanse bedrijven verhuisden mee. De hoeren langs de uitvalswegen van Kaposvár zijn uit het straatbeeld verdwenen en ook de nabijgelegen 18-holes golfbaan van de Hencse Golf & Country Club – een Amerikaanse generaal ontdekte, uit Bosnië terugvliegend, vanuit een Apache-helikopter de greens en beval bij landing in Taszár zijn manschappen onmiddellijk per jeep de golfbaan te vinden – ligt er zonder de luidruchtige Amerikaanse cliëntèle verlaten bij.

Afgelopen winter kwam de basis van Taszár in het nieuws toen de Amerikanen de Hongaarse regering toestemming vroegen – en kregen – er drieduizend leden van de Iraakse oppositie te trainen met het oog op de naderende oorlog in Irak. Het werden er uiteindelijk vijftig. Ook over die vijftig was heisa. De provinciale krant, de Somogyi Hirlap, verweet de regering overhaast handelen en een gebrek aan overleg. De lokale bevolking uitte zich indertijd tegenover deze krant gelaten over de komst van de Irakezen: ,,Eerst hadden we de Russen, toen de Amerikanen en nu zijn er ook Irakezen. Maar die gaan weer weg en dan is alles voorbij.''

István Simicskó van oppositiepartij Fidesz maakt zich nu meer zorgen over Hongarije als potentieel doelwit voor terroristen: ,,Natuurlijk zal dit het risico vergroten. Hongarije vestigt hierdoor onnodig veel aandacht op zich. We moeten niet in de voorste linie willen lopen.''

Het debat over het tijdelijk toelaten van duizenden Irakezen moet in Hongarije nog beginnen. Twee keer eerder dit jaar konden de Hongaren de Amerikanen geen nee verkopen – toen de Iraakse oppositie naar Taszár kwam en toen Hongarije besloot militairen naar Irak te sturen. En dat er in februari voor de eerste lichting Irakezen in Taszár al een gebedsruimte is ingericht maakt het voor een door en door beleefd volk als de Hongaren niet makkelijker om nu te weigeren.

Dit is de eerste bijdrage van onze nieuwe medewerker in Boedapest.