Een lelijke wond

Vlak voor sluitingstijd komen ze de apotheek binnen. Een meisje met een indiaans uiterlijk, spijkerbroek, leren jasje. Haar vriend weggedoken in rossig haar en dito baard.

Bandages wil ze hebben, zegt ze, voor op een wound op haar skin. Ze maakt draaiende bewegingen met haar handen, alsof ze iets oprolt. Wat ze heeft op haar huid, wil de assistente weten. Het meisje schopt haar rechterschoen uit, zwaait haar been omhoog en legt haar besokte voet op de toonbank. Een wachtende klant aan de balie springt opzij. Het meisje stroopt haar broek op. De assistent schrikt. ,,Je moet naar een dokter'', zegt ze.

,,I want a bandage'', zegt het meisje, en haalt haar been weer van de toonbank. ,,It hurts, my sock sticks in the wound'', en ze begint nog wilder met haar handen te draaien. Haar vriend zit naast me op het bankje, verscholen achter zijn haar.

De assistent loop naar achteren en overlegt met de apotheker. Ze grijpen de telefoongids, praten gejaagd over verschillende soorten verband. Dan komt de apotheker naar de balie. ,,Mag ik je been eens zien?'' vraagt ze aan het meisje. Gewillig stroopt ze haar spijkerbroek weer op. De apotheker deinst terug. ,,Heb je een dokter gezien?'' vraagt ze. Het meisje begint te huilen, ze heeft geen dokter, ze heeft geen geld, ze loopt al de hele week in dezelfde broek, en hij doet niets voor haar. Ze wijst naar haar vriend naast mij, die in zijn baard bijt. Niets doet hij, alleen maar coke snuiven.

De klant aan de balie schuifelt ongemakkelijk heen en weer, de assistente die haar helpt is de kluts kwijt. Het meisje jammert en schudt met haar been, ,,it hurts, it hurts''. De jongen naast me mompelt dat hij niet alles voor haar kan doen, ze moet ook dingen zelf oplossen, hij zorgt toch al voor haar?

,,Je moet naar de eerste hulp van het ziekenhuis'', beslist de apotheker. Maar het meisje jammert dat ze niet verzekerd is, dat ze niet eens een huis heeft. ,,Je moet naar het ziekenhuis'', houdt de apotheker vol, ,,daar helpen ze je ook zonder verzekering'', en ze richt zich tot de jongen die Nederlands spreekt. ,,Weet je waar het ziekenhuis is?'' De jongen knikt, hij weet het. ,,Links de straat uit'', wijst de apotheker, ,,en dan achter het station.'' Het meisje en de jongen lopen de apotheek uit, scheldend staan ze voor de deur, en slaan dan rechtsaf, het centrum in.