Drie meisjes voor de Turkse rechter

In Izmir werd vanmorgen een van de drie Nederlandse meisjes vrijgelaten die worden verdacht van drugssmokkel.

Negentig seconden. Dat is de tijd die de familie elke week mag praten met de meisjes uit Rotterdam die vastzitten in Turkije op verdenking van heroïnesmokkel. Meestal zeggen de drie meisjes dat het goed met hen gaat. Maar als moeder aan de lijn komt, is het huilen, huilen, huilen.

Het proces om de 24 kilo heroïne die in de bagage van de meisjes in de Turkse badplaats Antalya werd gevonden, is vanmorgen vroeg in Izmir begonnen. Voor de ouders van de meisjes is het gruwelijk, zegt een broer die bij het proces aanwezig is. De meisjes zelf – van wie er vandaag overigens een is vrijgelaten - zijn nu al niet meer wie zij vroeger ooit waren.

De rechtszaak heeft plaats in Izmir ook al werd de heroïne gevonden in Antalya. De meisjes moeten voor het staatsveiligheidshof verschijnen omdat het gaat om een heroïnezaak, er sprake lijkt te zijn van een bende en ook omdat er niet-Turken bij betrokken zijn.

De openbare aanklager van Antalya heeft al laten weten dat hij dacht een erg sterke zaak tegen de meisjes te hebben. Volgens de openbare aanklager heeft het brein van de hele drugssmokkel, C. uit Schiedam, bekend en werkt hij inmiddels met de politie samen, waarover C. zelf vandaag verklaarde nog eens te willen nadenken. Ook beschikt de Turkse politie, aldus de openbare aanklager, over belastende telefoongesprekken die werden afgetapt. En dan is er natuurlijk de heroïne zelf, verpakt in en om spijkerbroeken, een techniek die C. bij een eerdere detentie wegens heroïne in een Nederlandse gevangenis geleerd zou hebben.

Vanmorgen draaide het voornamelijk om de spijkerbroeken en de tassen waarin zij zaten. Uitgebreid vroeg de rechter aan een van de Nederlandse meisjes waar ze haar tas had gekocht, wie ervoor had betaald en hoe de heroïne erin terecht was gekomen. Het meisje, grauw van de zenuwen, verklaarde dat zij C. pas in Turkije had leren kennen. En niet zoals de openbare aanklager eerder stelde, in Nederland. Zij wist niet dat de heroïne uiteindelijk in tassen in haar hotelkamer was terecht gekomen. Maar waren die tassen dan niet zwaar, vroeg de rechter. Nou, zei de verdachte, in Turkije heb je behulpzame taxichauffeurs die je helpen te dragen. Ze ontkende ook dat de reis naar Turkije door C. was betaald: zij boekte hem zelf in Rotterdam.

Was dit de eerste keer dat je in Turkije kwam, vroeg de rechter. Nee, zei de verdachte, de tweede. ,,Dus je houdt van Turkije'', lachte hij. Niemand lachte mee.