Bellen en bankieren bij het belhuis

In Amsterdam zijn meer belhuizen dan de gemeente lief is. Er wordt niet alleen gebeld, veel winkels zijn ook verkapte banken. Niemand heeft zicht op wat er precies gebeurt.

De Javastraat in Amsterdam-Oost geeft toegang tot de wereld, althans de Derde Wereld. De bakker heet Yakla, de slager is islamitisch en alle teksten in de snoepwinkel zijn in het Arabisch. En wie dat wil, kan overal in de straat bellen met mensen in vrijwel de gehele wereld.

,,Telefooncel te duur? Supervoordelig bellen met het buitenland, zonder mobiele kosten'', staat boven Digital Telecom. Zo voordelig is het bellen met het buitenland, dat de winstmarges uiterst smal zijn en veel winkels nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden.

In het gisteren gepubliceerde rapport `Verkeerd verbonden? Belhuizen in Amsterdam' staat dat in zeventig procent van de onderzochte gevallen sprake was van economische nevenactiviteiten. Zo kan bij Haq's International, van een meneer Haq uit Pakistan, ook op zondag frisdrank worden gekocht. En Quality Cleaners, eveneens op naam van iemand uit Pakistan, is niet alleen een wasserette, maar ook een belhuis.

Het onderzoek naar de belhuizen is verricht door het zogeheten Van Traa-team van de gemeente Amsterdam. Dit team, dat in het leven is geroepen om de georganiseerde misdaad te bestrijden met bestuurlijke middelen, heeft 116 belhuizen onderzocht. Veel belhuizen hebben handeltjes naast de belactiviteiten, zoals de verkoop van sigaretten, snoepgoed en frisdrank.

Volgens het Van Traa-team is het verzwijgen van de omzet uit deze `bijhandel' een van de manieren om de belasting te ontduiken. Het team pleit er voor dat de politie strenger controleert op naleving van de winkeltijdenwet, die nu wordt overtreden. Door die controle wordt een belhuis voor de keuze gesteld. Of slechts opereren als dienstverlenend belhuis, of als winkel verder gaan.

Het belhuis is een typisch `allochtone' activiteit. Slechts een van de onderzochte belhuizen had een ,,geboren Nederlander'' als eigenaar. De Kamer van Koophandel geeft op een adres in de Javastraat een Nederlands klinkende naam op als eigenaar. Het blijkt echter te gaan om iemand die in Suriname is geboren. In deze winkel zijn belhokjes, maar vooral valt de verkoop van het grote aantal telefoonaccessoires op. In de winkel zijn alleen Afrikanen, die in een moeilijk verstaanbaar Engels converseren. Slechts het onder luid gelach uitgesproken ,,police'' is onmiddellijk herkenbaar.

Ernstiger dan het verzwijgen van bijhandel is dat veel belhuizen aan hawala-bankieren doen, aldus `Verkeerd verbonden?'. Hawala betekent `vertrouwen' in het Hindi. In dit eeuwenoude systeem geeft iemand bijvoorbeeld geld en een cijfer- of lettercode aan een hawaladar in Amsterdam. Deze stuurt een fax of e-mail naar de hawaladar in bijvoorbeeld Karachi en vervolgens kan degene voor wie het geld is bestemd, na overleggen van de code, het bedrag ophalen tegen de plaatselijke valuta. Bij volgende transacties wordt de financiële balans tussen de hawaladars vereffend.

Het voordeel is snelheid en het ontbreken van enig papieren spoor van boekingen en rekeningen. Nadeel is de totale ondoorzichtigheid van deze transacties voor de overheid.

Het Van Traa-team wijst er op dat hawala een vrijwel volledig ondergronds bancair systeem kan bieden, niet alleen aan mensen die hun verwanten geld willen overmaken, maar ook aan criminele of terroristische organisaties.

Communicatie in het Nederlands met mensen achter de balie van belhuizen gaat moeizaam. Het belhuis Vigra Communications is in handen van iemand uit Pakistan en iemand die is geboren op Ceylon. ,,Kan je hier ook geld overmaken naar Sri Lanka?'', is de vraag. Maar in Vigra Communications is het na enig heen en weer gemompel tussen de belhuismedewerkers: ,,Only telephone cards, sir''.

Opvallend, aldus `Verkeerd verbonden?', is het hoge aantal eigenaren van belhuizen met antecendenten op het gebied van frauduleuze delicten, bedrog en telecomfraude. Zo omzeilen malafide belhuizen, aldus het Van Traa-team, door middel van illegale technologie de beveiliging van telecommunicatiesystemen om ze te gebruiken zonder ervoor te betalen. Vooral Pakistanen, aldus het rapport, blijken erg bedreven in deze vorm van hacken, die phone phreaken wordt genoemd.

Opvallend aan de Javastraat is het aantal belwinkels in handen van Pakistanen. Vooral de handelsactiviteiten van sommige belhuiseigenaren intrigeren. Zo is de bedrijfsomschrijving van een belhuis in de Javastraat bij de Kamer van Koophandel: `Im- en export van en groothandel in sportartikelen, leer en textiel, tevens de export van machines ten behoeve van pluimvee (..) en het laten bouwen van wegen en gebouwen in Pakistan, alsmede (..) de exploitatie van internationale telefoonlijnen.'

Met dit rapport is niet gezegd dat alle belhuizen malafide zijn, zegt Tjeerd Herrema nadrukkelijk. Hij is stadsdeelvoorzitter van Zeeburg, waartoe de Javastraat behoort. Maar malafide of niet, er zijn er wel te veel. Het stadsdeel is in gesprek met drie corporaties die panden hebben verhuurd aan eigenaren van een belhuis. ,,Hou daar nou eens mee op, hebben we ze laten weten'', zegt Herrema. Het stadsdeel wil actief economisch verantwoorde activiteiten stimuleren en daaronder vallen geen belhuizen. Daarom zal het bestemmingsplan worden aangepast. In het stadsdeel Centrum is al ,,goede'' ervaring opgedaan, aldus het rapport, met ,,het wegbestemmen van ongewenste economische activiteiten''.

Het Van Traa-team maant voorts allerlei toezichthouders, zoals de Opta en De Nederlandsche Bank, hun verantwoordelijkheden te nemen. De Opta zou beter moeten toezien op de integriteit van de telecombranche in het algemeen en de belhuizen in het bijzonder. De Nederlandsche Bank zou ,,het toezicht op en het opsporen van hawala'' moeten intensiveren. Maar wat als hawala-handelingen alleen plaatsvinden binnen een min of meer gesloten etnische gemeenschap? ,,Inderdaad'', zegt Herrema, ,,hawala is technisch heel moeilijk te bewijzen.''