Winst Schiphol dankzij vastgoed

Schiphol heeft de eerste zes maanden van 2003 ondanks het teruglopen van de passagiersaantallen een hogere winst geboekt. De 68,8 miljoen euro is een toename van 7,6 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De luchthaven boekte dit resultaat dankzij een aantal bijzondere posten bij de waardering van het commercieel onroerend goed. Volgens de nieuwe regelgeving moet een ongerealiseerde waardestijging of -daling van onroerend goed op de winst- en verliesrekening worden geplaatst. Schiphol telt vastgoedopbrengsten van per saldo 17,5 miljoen euro bij zijn winst op, dat is 50 procent meer dan in het eerste halfjaar van 2002. Zonder deze bate zou de winst ongeveer gelijk zijn gebleven.

Van de luchtvaart zelf moest Schiphol het niet hebben, het deelde in de internationale malaise van de branche. Als gevolg van de oorlog in Irak, economische teruggang en de longziekte sars daalde de vervoersstroom wereldwijd; Schiphol ging in het eerste halfjaar terug van 19,1 miljoen naar 18,5 miljoen passagiers. Ook kende Schiphol minder vliegbewegingen: 191.000 vluchten tegen 195.000 in de zelfde periode vorig jaar. De luchthaven heeft investeringen uitgesteld en een kostenbesparing doorgevoerd.

De omzet nam toe, met 11,4 procent naar 401 miljoen euro, onder andere door verhoging van de veiligheidsheffing voor passagiers naar 10.80 euro. De heffing gaat bovendien nu volledig naar Schiphol; voorheen inden de drie aandeelhouders (de staat en de gemeentes Amsterdam en Rotterdam) de toeslag. Schiphol benadrukt dat op de heffing geen winst wordt gemaakt. Ook de hogere luchthavengelden (plus 4,5 procent) en de belasting voor passagiers (plus 7 procent) verhoogden de omzet.