Voor acht uur 's ochtends grappen maken via e-mail

Al sinds hun studietijd maken Jean-Marc van Tol, Bastiaan Geleijnse en John Reid samen één cartoon: Fokke en Sukke, de eend en de kanarie. ,,Iedereen voelt dat die vogeltjes met een piemeltje blanke hetero-mannen zijn van middelbare leeftijd.''

Ja, het zat er al vroeg in bij die jongens. John Reid probeerde al moppen te vertellen voordat hij begreep wat een mop was, zegt zijn moeder. ,,Al toen hij een jaar of vier was. Dan begon hij aan een lang verhaal en dan hoopte hij dat mensen begonnen te lachen – hij had gezien dat dat bij anderen zo werkte. En toen hij acht, negen was, heeft hij eindeloos strips getekend.'' Jean-Marc van Tol tekende al vanaf zijn derde, vierde jaar, vertelt diens vader, en dat is hij altijd blijven doen. Toen hij veertien was, had hij een wekelijkse strip in de tienerhoek van de Noordhollandse Courant. En Bastiaan Geleijnse legde toen hij vijf was aan zijn vierjarige zusje uit: ,,Sinterklaas is dood, maar hij bestaat wel.'' Tien jaar later kende hij alles van Monthy Python en Koot en Bie uit het hoofd.

John Reid, Bastiaan Geleijnse en Jean-Marc van Tol, alias RGvT, zijn de bedenkers en makers van het populaire eend-en-kanarie-cartoonduo Fokke & Sukke. Gedrieën bedenken ze de cartoons; alleen Van Tol tekent. De jongens publiceren Fokke & Sukke sinds 1999 dagelijks in NRC Handelsblad, staan regelmatig in de VPRO-gids, Vrij Nederland en een aantal managementtijdschriften, en wekelijks in diverse universiteits- en hogeschoolkranten. Er zijn negen bundels Fokke & Sukke-cartoons verschenen, de jongens illustreerden tweemaal Ewoud Sanders' De taal van het jaar-boekjes, ze maakten reclame voor Philips (`strijken voor mannen'), Wieger Ketelapper kruidkoek en Suit Supply herenmode, en ze verkochten (voornamelijk via hun website) vele honderden T-shirts, asbakken, mokken, muismatten, schoolagenda's en wenskaarten. Ze traden een aantal malen als `live-cartoonisten' op in het theater en hadden eerder dit jaar een expositie in het Centraal Museum in Utrecht, ter ere van hun tienjarig bestaan. Een tentoonstelling in het Amsterdamse Persmuseum volgt later dit jaar, evenals de eerste in het Engels vertaalde bundel.

Vorige week werd bovendien bekend dat hun oeuvre tijdens de jaarlijkse Stripdagen in oktober bekroond wordt met de Stripschapprijs. Dat nieuws onderbrak de heren bij het werken aan hun nieuwste project: een maandelijks Fokke & Sukke-televisieprogramma bij BNN, met een satirische kijk op de actualiteit en aan elkaar gepraat door Ronald Giphart, dat eind september voor het eerst wordt uitgezonden.

Giphart en Van Tol kennen elkaar al van de middelbare school, het Baarns Lyceum, waar ze overigens ook bij kroonprins Willem-Alexander in de klas zaten. ,,Jean-Marcs vader was de directiechef van mijn vader'', vertelt Giphart. ,,Toen we voor het eerst op school kwamen hadden onze vaders al over elkaar verteld. Jean-Marc vroeg op het schoolplein: is er hier iemand die strips tekent? Ja, zei ik. Dan ga ik je in elkaar slaan, zei hij.'' Daarna zijn ze altijd vrienden gebleven, zegt Giphart. ,,Ik was zijn `rustige ik', ik liep vaak achter hem aan om te voorkomen dat hij in elkaar geslagen werd. En ik kwam er snel achter dat hij beter kon tekenen. Hij komt als `de kunstenaar Jean-Marc' voor in mijn eerste boek.''

Tekenaar Jean-Marc is de PR-motor achter Fokke & Sukke, het gezicht naar buiten. Ook die ondernemerszin zat er al vroeg in. ,,Wij waren de artistieke jongetjes die in de pauze rondjes liepen om de school'', vertelt Giphart. ,,Daar liepen ook de mooie meisjes, waar we smachtend naar keken. Jean-Marc heeft toen een alternatieve schoolkrant opgericht en gevraagd of ze erbij wilden, om met ze in contact te komen. Hij ging er ook met het mooiste meisje vandoor, Daphne.''

De verkoop van de alternatieve schoolkrant leverde zo'n 125 gulden per maand op, waarvan Giphart en Van Tol feesten gaven in de garage van hun ouders. Van Tols vader, interimmanager en jazzmuzikant, beklaagde zich in die tijd wel eens op school, omdat Jean-Marc alleen maar zessen en zevens haalde. ,,Maar die mentor zei dan: wat kan jou het schelen, hij schrijft de hele schoolkrant vol, hij doet aan toneel en cabaret, dat komt wel goed.'' Evengoed werd Jean-Marc later uit zijn functie van hoofdredacteur van de reguliere schoolkrant gezet wegens een tekening van copulerende mensen op het omslag.

In hun studietijd bekoelde de vriendschap aanvankelijk wat. Giphart ging in Utrecht studeren, Van Tol in Amsterdam. ,,Dat was zijn ernstige periode'', zegt Giphart. ,,Toen ik Giph publiceerde, kreeg ik een brief van hem dat de manier waarop ik schreef niet de goede weg was. Die hangt nu in het Letterkundig Museum.'' In die tijd werd hij een keer bijna door de portier van het universiteitsgebouw verwijderd omdat die dacht dat hij een zwerver was, vertelt Judith Eiselin, studiegenoot en inmiddels de vrouw van John Reid. ,,Hij deed Middelnederlands, dan bén je al een beetje raar, maar hij liep ook altijd met een tekenmap en een broek met het kruis tot híer.'' Het is allemaal bijgetrokken, zegt Giphart: ,,Hij was toen erg geobsedeerd door succes en serieus genomen worden. Toen hij dat losliet en gewoon een strip over eendjes ging maken, waarin hij al zijn anale fixaties kwijtkon, werd het weer leuk.''

John Reid en Bastiaan Geleijnse waren wat rustiger. Kopspijkers-cabaretier Thomas van Luyn (alias Paul Rosenmüller, Tony Blair, Gerard Spong) zat bij hen in de klas op het Stedelijk Gymnasium in Utrecht. ,,Het was geen Sturm und Drang, ze wilden geen van beiden de wereld verbeteren. John was vooral een gezelligheidsdier. En Bastiaan was een keurige jongen van wie je verwachtte dat hij een keurige baan zou krijgen.'' Dat veranderde enigszins toen beiden lid werden van het Amsterdams Studenten Corps. ,,Toen Bastiaan klaar was met het Gymnasium bleek uit een test dat hij naar de heao moest, een economische studie doen'', vertelt vader Geleijnse, gepensioneerd zakenman. ,,Dat heeft hij ook één jaar gedaan. Hij haalde briljante cijfers. Maar toen kwam hij in dat dispuut terecht en toen was de beer los. Hij ging ineens Nederlandse letteren doen, nou, wij stonden niet te juichen, dat is toch geen vak van de toekomst.''

`Dat dispuut' was HEBE (wat oorspronkelijk `helpt elkander, blijft eendrachtig' betekende, inmiddels `honesto et bono excellamus'). ,,Als er cabaret was, zaten zij erin'', vetelt Van Luyn. ,,Bastiaan speelt piano en maakte liedjes, en John zingt graag. Al op de middelbare school zat hij in een close-harmonygroepje. Ze moesten een keer met de Nylons optreden en toen was John zo zenuwachtig dat hij zijn tekst vergat. Hij had maar wat graag in West Side Story gestaan, en Jesus Christ Superstar kent-ie ook uit zijn hoofd.''

Een jaar later kwam Jean-Marc ook bij HEBE. Samen ontwikkelden Reid, Geleijnse en Van Tol plannen voor een Familie Doorzon-achtige lange strip, maar dan in een elitaire omgeving. Die kwam er nooit. Wel zijn toen, in dat studentenmilieu, Fokke en Sukke geboren. Propria Cures vroeg in 1993 om een kerstcartoon en omdat het zo'n brallerig blad is, tekende Van Tol twee lieve pluizige vogeltjes – met piemeltjes, omdat ze bij Disney zo lang hadden nagedacht of Donald Duck geen broek aan moest. Die eerste Fokke & Sukke-cartoon (`Fokke & Sukke hebben geen kerstgedachten' – `pizza', denkt Fokke, `badkamer', denkt Sukke) werd geweigerd wegens niet leuk genoeg. Daarop debuteerden de eend en de kanarie in het onbekend gebleven studentenblaadje Poesjkin Wat.

Toen ze zeiden dat ze ooit in NRC wilden staan, heb ik ze heel hard uitgelachen'', zegt Judith Eiselin. Maar Fokke en Sukke werden wel degelijk een groot succes. Reid, Geleijnse en Van Tol hebben na die eerste weigering nog jarenlang cartoons voor Propria Cures gemaakt, en vonden daarna via diverse bravere studentenbladen hun weg naar de mainstream Nederlandse bladen. Nu heeft alleen John Reid nog een vaste baan, als rechtbankmedewerker. Jean-Marc van Tol was al jaren fulltime stripmaker en illustrator, en eerder dit jaar zegde ook Bastiaan Geleijnse zijn baan als communicatiespecialist bij McKinsey op om zich louter op de humor te storten. Hij heeft een tweewekelijkse column in het katern Leven &cetera; van NRC Handelsblad en werkt als redacteur-grappenmaker bij het televisieprogramma Dit was het nieuws. Fokke en Sukke zijn zijn belangrijkste bron van inkomsten. Hoeveel geld de cartoons precies opleveren, wil hij niet zeggen: ,,Het gaat je geen flikker aan, dat is natuurlijk een motief, maar er druipt ook een verkeerd soort trots af als ik het vertel. Het is niet iets waarmee ik mezelf op de borst wil slaan.''

Wat verklaart het succes van Fokke & Sukke? Om te beginnen de unieke formule, zeggen collega-stripmakers meteen. Er bestaat geen enkele andere cartoon met dat format: een grappige `caption' (bijvoorbeeld ,,Fokke & Sukke verwerken hun koloniale verleden voorbeeldig'') én een grappige tekening (een kanarie en eend met gestreepte truitjes en blote piemeltjes staan bij de afhaal-Indonees), die ook nog iets grappigs zeggen (,,Twee porties nasi goreng'' ,,En nog sorry, hoor''). Drie kansen om te scoren dus, en de combinatie ervan. ,,Ik ben ongelooflijk jaloers op dat concept'', zegt Doorzon-tekenaar Gerrit de Jager. ,,Daar kunnen ze zó lang mee door!''

Daarbij komt, zegt stand-up comedian Micha Wertheim, tevens collegaredacteur van Geleijnse bij Dit was het nieuws: ,,Je voelt gewoon dat Fokke en Sukke eigenlijk blanke heteromannen zijn van middelbare leeftijd met een goede opleiding. Dat is de groep die zich het meest bedreigd voelt in de maatschappij: die hebben de macht, dus die hebben het meest te verliezen. Daar is misschien het kwetsbare van de strip uit te halen: ze weten van iets corporaals iets kwetsbaars te maken, figuurtjes die in hun nakie staan. Ja, ik verzin het ter plekke hoor.'' Evengoed wordt inderdaad alle aan Fokke & Sukke verwante, absurde humor – Van Kooten en de Bie, Monthy Python, de Familie Doorzon, Woody Allen, Blackadder – door welgestelde blanke hetero's gemaakt.

Maar wat misschien nog wel belangrijker is, zegt Wertheim: ,,Ze werken gewoon keihard, dat is de helft van het talent. Ze nemen het verschrikkelijk serieus.'' Elke maandagavond komen de drie jongens bijeen om cartoons te verzinnen, nu al tien jaar, en elke ochtend nemen ze telefonisch en per e-mail nog eens de actuele grappen door. ,,Hij kwam altijd heel vroeg binnen'', vetelt Wicher Bouman, vriend van John Reid en oud-collega bij het Amsterdamse advocatenkantoor Kennedy Van der Laan. ,,En dan vond al die communicatie over de strip plaats, dat hele e-mailverkeer over en weer. Dat hele proces speelde zich af tussen zeven en acht uur 's ochtends, een tijdstip waarop ik het heel lastig zou vinden om leuk te zijn.''

Bovendien weten de jongens zichzelf heel goed te verkopen. Dat is vooral de verdienste van Jean-Marc, denken collega's. ,,De meeste stripmakers hebben toch iets van: `hoi hoi, ze publiceren me', maar hij is zakelijk heel goed'', zegt Maaike Hartjes, die de strip Maaikes Dagboekje tekent, onder meer in de Viva. Van Tol heeft ooit gesolliciteerd in de studio van Sigmund-tekenaar Peter de Wit. ,,Toen hebben we hem niet aangenomen omdat hij meteen begon over hoeveel hij kon verdienen'', zegt De Wit. ,,Althans, dat heeft hij me zelf later verteld, ik kan het me niet meer herinneren.''

Dat zakelijke heeft hij wel moeten leren, zegt vader Van Tol. ,,Ik heb hem vroeger wel verweten dat hij te weinig zakelijk was. Twaalf jaar geleden moest hij een offerte maken voor een bekend sportmerk, voor gestileerde poppetjes. Hij vertelde dat hij wat schetsen gefaxt had. Ik zei: nou, dan gaat het niet door. En inderdaad, die schetsen werden uitgewerkt en hij werd afgepoeierd. Maar inmiddels heeft hij zich een heel innemende manier van zakendoen eigengemaakt.'' Volgens Maaike Hartjes onthoudt Jean-Marc van Tol bijna alles wat fans hem vertellen. ,,Verrassend voor de fans die voor een tweede keer een boekje komen laten signeren, en die opmerkingen kunnen krijgen als: oh, moet ik nu signeren voor Annie? Is het uit met je vorige vriendin?''

,,Jean-Marc is een soort wervelwind'', zegt De Wit. ,,Zo'n oeuvreprijs zal hem hopelijk wat rustiger maken.'' Veel rijker zullen de jongens er in elk geval niet van worden. ,,Toen ik de prijs won, in 1987, stond de telefoon niet meer stil'', zegt Doorzon-tekenaar Gerrit de Jager. ,,Ik had nergens meer tijd voor. Het is best een belangrijke prijs, maar ik ben er echt klanten door kwijtgeraakt.'' Maar het is in elk geval wel voor het eerst dat striptekenaars de prijs op tijd krijgen, zegt hij. De meesten krijgen hem als hun strip al over het hoogtepunt heen is. ,,Fokke & Sukke is écht het beste wat er op dit moment is.''

    • Ellen de Bruin