`Vogelpest is ook zegen voor pluimveehouderij'

De vogelpest is officieel voorbij. Nieuwe ontwikkelingen zijn erdoor versneld. `De bulkproductie zijn we kwijt aan Brazilië en Thailand.'

In de enkele maanden tijd dat het H7N7-virus, beter bekend als vogelpest, door het land spookte werden dertig miljoen kippen, eenden en kalkoenen geruimd. Duizenden mensen die kippen of eenden als huisdier hielden, moesten toestaan dat hun dieren door de overheid werden afgemaakt. De economische schade was groot: de voorlopige schatting is 600 miljoen euro.

Afgelopen vrijdag verklaarde minister Veerman (Landbouw, CDA) de vogelpest ten einde. Alle vervoersbeperkingen werden opgeheven. Pluimveehouders mogen weer eieren kopen en verkopen en kuikens mesten. Toch zal het nog wel enige tijd duren voordat alle pluimveebedrijven weer als vanouds draaien, zegt voorzitter Jan Wolleswinkel van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP). ,,Er is een enorme vraag naar broedeieren, want iedereen wil zo snel mogelijk weer zijn stal vol hebben'', zegt hij. ,,De vraag is veel groter dan het aanbod. Sommige bedrijven zullen pas in december weer op volle sterkte draaien.'' Vooral de bedrijven met legkippen zullen geduld moeten oefenen, omdat legkippen eerst twintig weken moeten worden opgefokt voordat ze eieren beginnen te leggen.

De grote vraag die de pluimveesector na een half jaar vogelpest bezighoudt is: hoe nu verder? Hoe groot is de uiteindelijke schade die de pluimveesector heeft opgelopen? Zal de sector kleiner worden, of anders produceren? Met andere woorden, heeft de vogelpest blijvende gevolgen?

Onderzoeker Peter van Horne houdt zich, als pluimveespecialist van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) van de Wageningen Universiteit, met deze vragen bezig. Hij denkt niet ,,dat de vogelpest echte veranderingen in de pluimveehouderij heeft veroorzaakt, wel dat deze bestaande ontwikkelingen zal versnellen''. Van Horne: ,,Neem de toestand in de vleeskuikensector. In tegenstelling tot de legbedrijven, die winstgevend zijn, draaiden die al slecht. In 2002 leden de vleeskuikenbedrijven een gemiddeld verlies van 40.000 euro. Door de vogelpest zullen de zwakke bedrijven eerder omvallen. Nu doet 95 procent nog mee aan de herstart, maar ik geef je op een briefje dat 20 procent van hen over twee jaar failliet is.''

De grootschalige bulkproductie voor een lage prijs is Nederland volgens Van Horne kwijt aan Brazilië en Thailand. ,,Die zijn niet een beetje goedkoper, maar 40 à 50 procent goedkoper dan wij.'' Van Horne ziet meer kansen in de `versmarkt'. ,,Versheid, voedselveiligheid en traceerbaarheid, daar moeten we ons op richten. De kip die maandag geslacht wordt, ligt dinsdag in Frankfurt in de supermarkt. Hij is vrij van salmonella en antibiotica. En als er iets mis is met het product, hebben we binnen een dag het pluimveebedrijf en het veevoerbedrijf getraceerd. Op die markt ligt onze kracht. We moeten niet voor de halve wereld willen produceren, maar voor een ring van 500 kilometer rondom Utrecht, zeg maar de driehoek Londen-Parijs-Berlijn. Daarbuiten hebben we niks te zoeken.''

Toen de vogelpest begin maart al snel serieuze vormen begon aan te nemen en de eerste massale ruimingen van pluimvee begonnen, klonk vanuit de Dierenbescherming en andere organisaties al gauw de roep om een radicale verandering van de intensieve veehouderij. Dit soort epidemieën zouden het gevolg zijn van de dieronvriendelijke en industriële vorm van voedselproductie. SP en GroenLinks pleitten ervoor een `biologische' pluimveehouderij toe te staan, waarbij de kippen in de buitenlucht mogen scharrelen. Maar een verband tussen de intensieve pluimveehouderij en de vatbaarheid voor vogelpest is tot nu toe niet aangetoond. De biologisch gehouden kippen, met vrije uitloop naar buiten, lijken het grootste risico te lopen omdat ze eerder in contact komen met mest van besmette trekvogels.

Het was in april volgens minister Veerman tijd voor een andere vorm van (pluim)veehouderij, en de consument zou dit merken in de prijs. ,,De kip en het ei zullen duurder worden.'' Veermans uitspraken vielen slecht in de sector en bij de VVD en LPF. Zij verweten de minister dat hij de pluimveehouders afviel in een tijd dat ze juist steun nodig hadden. Begin juni zond Veerman een brief naar de Tweede Kamer over de toekomst van de intensieve veehouderij. Hij constateerde daarin dat de sector ,,eenvormig'' was, de winstmarges ,,laag'' en dat door de frequent voorkomende veeziektes de maatschappelijke steun voor de veeteelt steeds kleiner werd. Veerman nodigde de veehouderij en maatschappelijke organisaties uit voor een ,,debat'' over de toekomst van de intensieve veehouderij. PvdA, GroenLinks en SP reageerden teleurgesteld; zij vonden dat Veerman sterker het initiatief naar zich toe moest trekken. Maar volgens Veerman moet de overheid verleiden en overtuigen. ,,Dwang is de laatste optie.'' Dit najaar zullen er bijeenkomsten plaatshebben, waaraan boeren en maatschappelijke organisaties zullen deelnemen. Van Horne gelooft niet in een toekomst met uitsluitend biologische pluimveebedrijven. Maar met een diverser aanbod valt er voor het dierenwelzijn nog veel te winnen, denkt hij. Nu heb je maar twee keuzes: de gewone kip en de biologische kip, die driemaal zo duur is. In Frankrijk zijn er wel zestig soorten kip. Die worden bijvoorbeeld niet in zes weken slachtrijp gemaakt, maar in acht weken. Het is beter voor de kip, want die groeit niet zo snel dat hij na zes weken letterlijk door zijn poten zakt, en het vlees smaakt beter. Zo'n kip is niet drie keer zo duur, maar slechts 20 procent. ,,De combinatie van een iets beter dierenwelzijn en een betere smaak moet ook voor Nederlandse consumenten interessant zijn.''

NOP-voorzitter Wolleswinkel vindt het ,,een mooi verhaal'', maar staat hier vooralsnog sceptisch tegenover. ,,Natuurlijk, iedereen is voor meer diversiteit en dierenwelzijn. Maar als het erop aankomt kiest de Nederlandse consument meestal voor het goedkoopste product.''