Sluit Noord-Korea niet langer buiten

President Bush moet het zespartijenoverleg woensdag aangrijpen om Noord-Korea een veiligheidsgarantie te geven en anderzijds te eisen dat het land zijn nucleaire programma ontmantelt, menen Ivo H. Daalder en James M. Lindsay.

Eind juli verwelkomde de regering-Bush het bericht van Noord-Korea dat het deze maand zou deelnemen aan overleg met zes partijen over zijn nucleaire programma, als een triomf. Het Witte Huis had er maandenlang op gehamerd dat de ongeoorloofde activiteiten van Pyongyang een regionale kwestie waren, die het best in multilateraal verband konden worden opgelost. Maar als de regering-Bush in het nieuwe overleg niet bereid is tot onderhandelen, zal haar triomf over het aantal deelnemende landen vervliegen.

Afgaande op het verleden zullen in het overleg de vonken ervan af spatten.

Sinds de nucleaire crisis een jaar geleden de kop weer opstak, zijn Noord-Koreaanse en Amerikaanse diplomaten tweemaal bijeengekomen. Beide malen verraste Pyongyang de Amerikanen door zijn nucleaire plannen niet te ontkennen maar toe te geven. Vorig jaar oktober zeiden Noord-Koreaanse functionarissen tegen James Kelley, het hoofd van de Amerikaanse delegatie, dat het noorden een clandestien uraniumverrijkingsprogramma uitvoerde.

Vervolgens kreeg Kelley in april van hen te horen dat Pyongyang nucleaire wapens had gebouwd, en dat het deze kon en zou ,,tonen'', er ,,meer van zou maken'' en ze eventueel zou ,,verplaatsen''. In beide gevallen maakte de Noord-Koreaanse verklaring een einde aan het overleg.

Wij moeten niet opkijken als dit stramien zich bij de komende besprekingen herhaalt. Er zijn aanwijzingen dat Noord-Korea klaar is met het onttrekken van plutonium aan de 8.000 verbruikte nucleaire splijtstofstaven die op grond van de overeenkomst met Clinton uit 1994 waren opgeslagen – waarmee het de grondstof zou hebben verworven voor nog eens een half dozijn wapens. Als Pyongyang toegeeft wat Washington vreest, dan zal het overleg naar alle waarschijnlijkheid uitlopen op een bitter uiteengaan.

De nucleaire activiteiten van Pyongyang plaatsen Bush voor een groot probleem. Tot dusverre rustte zijn strategie ten aanzien van Noord-Korea, en van de meeste andere kwesties van buitenlands beleid, op drie pijlers.

De eerste zou je het ABC-principe kunnen noemen: Alles Behalve Clinton.

Toen Bush aantrad, sprak hij honend over het buitenlandse beleid van Bill Clinton. Alleen al het feit dat Clinton bereid was om met Pyongyang te praten, was voor Bush voldoende reden om van verder overleg af te zien.

Bush' tweede uitgangspunt is dat hij onderhandelingen met boosaardige leiders mijdt. De reden hiervoor is eenvoudig: despoten als Kim Jong-Il van Noord-Korea – door Bush uitgemaakt voor ,,pygmee'' – houden zich niet aan hun afspraken. Dat betekent, zo redeneert het Witte Huis, dat onderhandelingen de problemen niet oplossen maar in stand houden.

In de derde plaats denkt Bush dat hij de meeste problemen in de buitenlandse politiek kan oplossen met zijn niet geringe spierballenvertoon. Wanneer hij een douw krijgt, is terugduwen zijn instinctieve reactie. In het geval van Noord-Korea hield dat in dat hij weigerde het spel te spelen op de voorwaarden van Pyongyang. Toen het Noorden vroeg om bilateraal overleg, eiste Bush multilateraal overleg. Toen het Noorden wilde praten over de nucleaire kwesties, stond Bush erop dat de agenda zou worden uitgebreid met raketten, conventionele wapens en mensenrechten. Toen het Noorden met nucleaire dreigingen schermde, zei Bush dat hij zich niet zou laten chanteren.

Helaas voor Bush – en voor de wereld – heeft zijn strategie jegens Noord-Korea rampzalig uitgepakt. Terwijl de Amerikaanse regering zich op de borst klopte omdat zij zich niet had laten chanteren, is Noord-Korea de negende kernmacht van de wereld geworden. Binnen een paar jaar zal zijn uraniumverrijkingsprogramma het land in staat stellen om drie kernwapens per jaar te vervaardigen. Aan het einde van dit decennium zal zijn plutoniumprogramma een jaarlijkse productie van 25 à 50 wapens mogelijk maken.

De consequenties van een nucleair bewapend Noord-Korea zijn enorm.

Pyongyang beschikt over raketten die zijn buurlanden kunnen bereiken, en het werkt aan raketten die de Verenigde Staten kunnen bereiken. Minstens zo beangstigend is dat Noord-Korea, dat arm is aan contanten, al heeft laten zien dat het alles wat het maken kan ook zal verkopen – en wie twijfelt eraan dat er gretige kopers zijn voor een koffertje plutonium? Dat roept het angstwekkende vooruitzicht op waartegen Bush tekeerging in zijn speech over de `as van het kwaad' – het complex van terrorisme, schurkenstaten en massavernietigingswapens.

De toetreding van Noord-Korea tot de nucleaire mogendheden heeft immense gevolgen voor Noordoost-Azië. In Tokio groeit de steun al voor wat vroeger ondenkbaar was: een Japanse nucleaire afschrikkingsmacht. Als Japan een nucleaire mogendheid wordt, zullen Zuid-Korea en Taiwan niet achterblijven.

Washingtons tientallen jaren van zwoegen om zijn bondgenoten in de regio van de aanschaf van kernwapens te weerhouden, zullen voor niets zijn geweest. In de rest van de wereld zal het taboe op nucleaire wapens ernstige, wellicht onherstelbare schade lijden.

Bush' reactie op de nucleaire activiteiten van Pyongyang was verrassend luchtig. Dezelfde regering die de mogelijkheid dat Irak ooit een kernwapen zou vervaardigen, een onaanvaardbare dreiging noemde, houdt vol dat de Verenigde Staten op het Koreaanse schiereiland nog niet voor ,,een crisis'' staan. Volgens minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell is dat omdat ,,je plutonium niet kunt eten''. Maar je kunt het wel verkopen, en van de opbrengst een heel aardig maaltje aanschaffen.

Waarom is een regering die zich zo graag laat voorstaan op haar onverzettelijkheid, zo slap opgetreden tegen Noord-Korea? Eén van de redenen was dat Bush ten strijde wilde trekken tegen Irak. ,,Wij kunnen nu geen tweede crisis gebruiken'', zei Bush vorig jaar oktober tegen zijn medewerkers. En de president zorgde wel dat die er niet kwam ook. Hij bagatelliseerde de nijpende nucleaire dreiging van Noord-Korea op hetzelfde moment dat hij een vermeende nucleaire dreiging van Irak opklopte.

Een andere reden was dat Bush, bij al zijn vertoon van Amerikaanse spierballen, bleek om de neus werd bij de gedachte aan de mogelijke prijs van een harde houding tegenover Noord-Korea. Saddam Hussein had geen kernwapens, Kim Jong-Il wel. Zelfs als de Verenigde Staten erin zouden slagen een aanval met kernwapens te voorkomen, heeft Noord-Korea nog altijd tienduizend artilleriemonden klaarstaan in de bergen op maar zestig kilometer ten noorden van Seoul. Zij zouden deze stad van tien miljoen inwoners met de grond gelijk kunnen maken. Het kwam erop neer dat Bush, die luidkeels had verkondigd dat een preventieve aanval beter was dan afschrikking en indamming, nu zelf werd afgeschrikt.

Omdat hij niet wilde onderhandelen en het niet op een oorlog durfde te laten aankomen, koos Bush voor hopen en bidden. Hij hoopte dat het Noord-Koreaanse regime zou bezwijken met nucleair probleem en al. En hij bad dat Pyongyang geen kernwapens zou ontwikkelen, testen, gebruiken of verkopen. Helaas is Kim Jong-Il aan de macht gebleven, en Noord-Korea lijkt tot het Witte Huis te zeggen: kom maar op.

Het is tijd dat Bush zijn mislukte strategie van hopen en bidden laat varen. Hij moet het zespartijenoverleg aangrijpen om Noord-Korea te bieden wat het zegt te willen: een veiligheidsgarantie, volledige diplomatieke betrekkingen met Washington, en verhoging van de politieke en economische steun door de Verenigde Staten en zijn regionale bondgenoten. In ruil daarvoor moet hij de simpele eis stellen dat Noord-Korea zijn nucleaire programma ontmantelt, en akkoord gaat met indringende en agressieve wapeninspecties om naleving te verzekeren.

Tegen zo'n stragegie van onderhandelen en op de huid zitten zijn twee tegenwerpingen mogelijk. De ene is dat dat Pyongyangs nucleaire programma misschien tot geen enkele prijs te koop is. Maar daar kun je alleen achter komen door een bod te doen. Als onderhandelingen geen vat krijgen op Pyongyang, is dat voor de regering-Bush een uitgangspunt om samen met zijn bondgenoten in de regio te gaan werken aan een meer doeltreffende pressiestrategie – eventueel inclusief militair optreden.

De andere tegenwerping is dat Pyongyang zich aan geen enkele overeenkomst zal houden. Dit is inderdaad zorgwekkend. Tegen bedrog is geen controle opgewassen. Maar zoals wij in Irak tot onze grote verrassing hebben gemerkt, kan indringende controle veel meer dan iemand had gedacht de productie van massavernietigingswapens vertragen. En trouwens, wat is het alternatief? Een groot, snel groeiend Noord-Koreaans wapenprogramma.

Als niet snel wordt opgetreden, zou in de niet zo heel verre toekomst weleens kunnen blijken dat Noord-Korea een nucleaire supermarkt is begonnen. In een wereld waarin agenten van Al-Qaeda klaarstaan om straalvliegtuigen los te laten op wolkenkrabbers zou dat een onvoorstelbare ramp zijn.

Ivo H. Daalder en James M. Lindsay zijn verbonden aan het Brookings-Instituut in Washington.