Meer studentenkamers

BEGINNENDE STUDENTEN wonen liever met anderen in een studentenhuis dan eenzaam in een appartementje, zo blijkt uit onderzoek van instellingen voor studentenhuisvesting. Dat is ook wel verklaarbaar: geen betere plek voor de eerste vriendschappen dan de gemeenschappelijke keuken van een studentenwoning. Bovendien kunnen studenten in dergelijke huizen geld besparen door gezamenlijke maaltijden, krantenabonnementen of tv.

Dat zijn mooie meevallers bij krappe studietoelages. Ook is de bouw van studentengroepswoningen minder duur dan appartementen. Toch leggen de instellingen voor studentenhuisvesting zich toe op de bouw van luxe eenpersoonswoninkjes met eigen wc, douche, cv-ketel en keukenblok. Dat is merkwaardig, gezien het grote gebrek aan gewone studentenkamers. Op de particuliere verhuurmarkt zijn om allerlei redenen steeds minder kamers beschikbaar voor studenten. Volgens eigen schattingen zouden de huisvestingsinstellingen voor hetzelfde budget een kwart meer studenten kunnen onderbrengen in kamers dan in appartementen. Dus wordt de kamernood niet zo effectief mogelijk bestreden. Het is alsof de overheid bij hongersnood alleen kaviaar uitdeelt.

De oorzaak ligt in de regeling van de huursubsidie, die alleen nog wordt gegeven aan studenten die een heel appartementje voor zichzelf hebben. In 1997 is de subsidie aan kamerbewoners wegens de risico's voor misbruik afgeschaft. Dat maakt het wonen in een nieuw appartementje goedkoper dan op een eenvoudige kamer. Met als gevolg dat het rijk nu meer geld kwijt is aan minder studentenwoningen. Dat de overheid voorlopig geen huursubsidieregeling wenst voor alle kamerbewoners is in deze tijd van bezuinigingen te begrijpen. Maar het moet met de huidige kamernood toch mogelijk zijn studentenhuizen met gemeenschappelijke voorzieningen te bouwen in plaats van appartementen.