Irak toneel van geweld

Bij een bomaanslag in Najaf op het huis van een van Iraks belangrijkste geestelijken zijn gisteren drie van zijn medewerkers gedood. Bij verder geweld in Irak zijn de afgelopen dagen zeker 13 doden gevallen, van wie drie Britse militairen in Basra en tien Turkmenen bij botsingen met Koerden in Kirkuk.

De aanslag op groot-ayatollah Mohammed Said al-Hakim – die zelf licht werd gewond – had mogelijk te maken met de machtsstrijd binnen de geestelijkheid in Najaf die is opgelaaid sinds de val van het bewind van Saddam Hussein. Groot-ayatollah Hakim is een oom van ayatollah Mohammed Baqr al-Hakim, die de SCIRI (Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak) leidt, een van de belangrijkste shi'itische groepen in Irak. De SCIRI, die jarenlang vanuit Iran heeft geopereerd, zit in de door Amerika gevormde regeringsraad in Bagdad. Sommige shi'ieten kritiseren de SCIRI wegens zijn samenwerking met de Amerikanen. In april, kort na de omverwerping van Saddams bewind, werd in Najaf een door Londen en Washington gesteunde geestelijke, Abdul Majid al-Khoei, in een moskee doodgehakt. Hoge geestelijken gaven de schuld aan een radicale shi'itische leider, Muqtada al-Sadr. Deze voert campagne tegen de Amerikaans-Britse bezetting van Irak.

De hoogste Amerikaanse bestuurder in Irak, Paul Bremer, heeft gezegd dat buitenlandse terroristen een groeiend probleem vormen. Maar aanhangers van Saddam Hussein zitten achter de meeste aanvallen op Amerikaanse militairen en andere doelen, aldus Bremer.