Een zonnige dag in de regen

Golf een kakkineuze sport voor ruitjesbroeken? Niet in Ierland. Guus van Holland ging een week op cursus in Wicklow en werd verliefd: op de Ieren én op golf.

In Ierland spelen boeren, burgers en buitenlui golf. Buiten elk dorp ligt wel een golfbaan. Naast een camping of op een met voetbalgras bezaaid weiland kan iedereen golf spelen – voor een paar euro. En dan zijn er nog de fraai geoutilleerde golfbanen tussen de bossen en meren van het binnenland, en tussen de rotsen en duinen van de Ierse kust. Hoge entreeprijzen, dresscodes, luxueuze clubgebouwen, fraaie landschappen, waar de wind vrij spel heeft en de regen opportunistisch uit de immer grijze hemel valt. Maar ook daar spelen Ieren uit alle geledingen golf van heel jong tot heel oud.

Een golfcursus van een week in Ierland leek ons wel wat, georganiseerd door een Nederlands golfreisbureau en met een Nederlander als golfleraar. Even buiten Wicklow, aan de oostkust van Ierland, op een boerderij waar de gepensioneerde boer Martin en zijn vrouw Margaret één weiland hebben ongetoverd tot een afslagplaats en een ander weiland in een pitch and putt (een korte golfbaan), waarvan het in Ierland wemelt.

's Morgens, na een ontbijt met spek en worstjes, om negen uur appèl op de afslagplaats met acht mensen (drie vrouwen en vijf mannen) onder leiding van Jules, de pro. Drie uur onafgebroken een bal leren slaan, onder het wakend oog van boer Martin in zijn gammele hok waar hij ballen wast. Wij slaan van een kunststof mat en wie dat nog niet kan van een tee (een omhooggestoken rubber slangetje op de mat waarop je de bal legt). Naast ons staat een tiental schooljongens in voetbalshirt vanaf het gras te slaan, onder leiding van een Ierse pro. ,,Zo leert elke Ier golfen, gewoon vanaf het gras'', ontmoedigt Jules ons, terwijl wij zien hoe de jongens de ballen voorbij de tweehonderdmetergrens jagen.

De eerste middag gaan we de pitch and putt op het andere weiland op, waar we ook weer jongens en meisjes met vader of moeder in spijkerbroek zien golfen. De tweede dag hetzelfde ritueel: 's morgens afslaan, 's middags naar een baan in de buurt keus genoeg. Sommige Ieren blijken zich te ergeren aan de manier waarop wij golfen. Het gaat hun niet snel genoeg. Hoezo ontspanning, genieten van de natuur? De Ieren gniffelen. Een Ier leert al in zijn jeugd golfen. Dat zien we op de golfbaan naast een camping. Kinderen gehuld in T-shirt lopen vrolijk kwetterend een baantje van achttien holes. Niets elitairs, geen ruitjesbroeken, geen blabla, geen ons kent ons. Ik hoef me niet te schamen. Golf is ook voor mij.

Jules, een heerlijk eerlijke Brabander, geeft ons ervan langs. Meedogenloos maakt hij ons wegwijs in spelregels en strenge etiketten. ,,Hé daar'', schreeuwt hij tegen een paar van onze argeloze dames. ,,Asociaal golfgedrag. Niet blijven zoeken naar een bal in de struiken. Achterblijvers eerst door laten gaan.'' De dames zijn bezeerd door deze uitval, is dat nu het chique golf? ,,Als ik zo schreeuw, vergeet je het nooit meer'', verklaart Jules 's avonds bij het bierdrinken.

Woensdag is een vrije dag. Toch gaat iedereen golfen, op de afslagplaats, op de pitch and putt van Martin of op de baan bij de camping. Donderdag regent het op z'n Iers, hard en voortdurend. In regenkleding lopen we op een baan in het binnenland, ver van de bewoonde wereld, van drie tot vijf uur negen holes, gaan eten en lopen van zes tot acht nog eens negen holes, in de regen tot in de avondschemering. Regen? Nergens last van. Zoals de Ieren die in T-shirt achttien holes lopen en in een korte tijd ons voorbijgaan. Nat, vermoeid en voldaan vinden we in het dichtstbijzijnde dorp een pub en drinken Guinness. It's a beautiful day van U2 schalt uit een oude jukebox.

Op de laatste dag wordt ons een middag op de prachtbaan van Wicklow geschonken. Een moeilijke baan, aan zee, met veel wind en vijvers, afslagen vanaf de rotsen over de zee. Wat een panorama, wat een wereld! Jules slaat gemakkelijk over een klif, ik doe het hem bijna na de bal belandt na 250 meter nog net in het diepe water van de Ierse Zee. De wind blaast om mijn hoofd. Ik geniet. We laten twee mollige, allerminst sportief gebouwde Ierse vrouwen voorbijgaan, vijf of zes slagen over 300 meter waar de hole par-4 aangeeft ,,Thanks love, have a good day.'' Ieren, ik hou van jullie.

We genieten na in het clubgebouw, met Guinness en sandwiches, de zon gaat onder, het leven is aangenaam. 's Avonds legt Martin thuis een tondeuse op mijn schoot. We moeten ons allemaal kaal laten scheren. Terwijl we boven onze hoofden voor het eerst de British Open (hele dag op televisie) met interesse bekijken en kunnen begrijpen, scheert Martin mijn sterk benevelde hoofd. Het is zijn laatste actie als gastheer. Hij gaat zijn manor en property verkopen. Margaret zegt dat Martin niet veel met golf heeft. Hij houdt van vissen, lekker rustig, geen nerveuze golfers om je heen. Martin en golf, voor mij het symbool van een Ierse twee-eenheid: volk en golf.