Bedrijven: Cancún te ambitieus

De bestuursvoorzitters van veertig grote ondernemingen, waaronder het Nederlands-Britse Unilever, vinden de doelstellingen van de komende wereldhandelstop in het Mexicaanse Cancún te ambitieus.

De ministers van Handel uit 146 landen die zijn aangesloten bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) moeten zich concentreren op het wegwerken van handelsbarrières in de landbouw en de productie van goederen. Ook moet volgens het internationale bedrijfsleven de toegang van arme landen tot goedkope medicijnen worden vergroot.

Tijdens een lunchbijeenkomst van het World Economic Forum (WEF), gisteren in Genève, stelden de bestuursvoorzitters vast dat de ministers keuzes moeten maken. Als op het gebied van de landbouw en het vergroten van de toegang in arme landen tot medicijnen geen akkoord wordt bereikt, is de kans groot dat de zogeheten Doha-ronde geen resultaat zal opleveren, vreest Niall FitzGerald, medebestuursvoorzitter van Unilever. Zonder voortgang in de landbouw en de bestrijding van aids, hiv en malaria is het niet waarschijnlijk dat er op andere terreinen doorbraken ontstaan, denken de bestuursvoorzitters van concerns als Unilever, Boeing, Nestlé en Pfizer.

Eind 2001 begonnen in Doha in Qatar de onderhandelingen om tot verdergaande liberalisering van de wereldhandel te komen. Deze besprekingen verlopen moeizaam en moeten in september in Cancún een nieuwe impuls krijgen. Volgens de bestuursvoorzitters kan tot na Cancún gewacht worden met de liberalisering van financiële diensten, overheidsaanbestedingen en concurrentiebeleid. De Doha-ronde, in het teken van de ontwikkelingslanden, moet in 2005 worden afgerond. De algemene raad van de WTO heeft gisteravond in Genève de hoofdlijnen opgesteld van de verklaring die in Cancún zal worden besproken. Het Amerikaans-Europese akkoord over verlaging van de landbouwsubsidies is daarin verwerkt.