Allemaal bloed

Wie naar iets kijkt dat mooi is of grappig, vraagt zich niet af waarom hij kijkt. Dat spreekt dan vanzelf. Bij iets dat lelijk is, ligt het al anders. En nog weer anders is het om naar gruwelijke of angstaanjagende dingen te kijken. Al kijken de meesten van ons daar eigenlijk nooit naar – we kijken uitsluitend naar afbeeldingen van zulke momenten, naar foto's en films, tekeningen eventueel. Of we kijken op de manier die lezen heet: niets gezien, toch geen detail gemist. Als we kijken. Want de neiging om de blik af te wenden is groot.

Een journalistieke foto of film van oorlogsverschrikkingen of van andersoortige wreedheden of rampen is nog weer wat anders dan een kunstzinnige vertolking van zulk soort gebeurtenissen. Bij journalistieke beelden denk je dat je snapt waarom je ze te zien krijgt, al is het soms de vraag of er wel een doel mee gediend is. Toch geloven we van zulke beelden wel min of meer dat ze ons informeren, al zou ik niet precies weten te zeggen waarover. Want, hoe erg het ook is, er is niets dat je niet al eens gezien hebt. Hoe wreed mensen kunnen zijn, hoe wanhopig, hoe een lichaam eruitziet na een bomaanslag, hoe angst op het gezicht van iemand die bedreigd wordt, we weten het. We hebben bergen dode lichamen gezien en afgehakte ledematen, we hebben mensen zien krijsen van verdriet of apathisch zien wachten op de dood. Tegelijkertijd hebben we dat nog nooit gezien, nooit ter plaatse, nooit met de geuren, geluiden, gevoelens die bij het echte horen, en hoeveel foto's of beelden we ook zien, hoe het werkelijk is zullen we toch niet begrijpen.

Is dat, het feit dat we ondanks alles wat we te zien krijgen, toch niet weten waar het over gaat, dat maakt dat we blijven kijken? Is dat ook de reden dat kunst gemaakt van verschrikkingen niet extra overbodig is, maar juist toch iets toevoegt?

In het West-Vlaamse plaatsje Watou wordt dit jaar, als elk jaar, een `poëziezomer' gehouden: gedichten en beeldende kunst worden in leegstaande huizen en ongebruikte stallen en schuren met elkaar in verband gebracht, meestal rond een thema. Dit jaar heet de manifestatie `Opzij van het kijken', naar een dichtregel van Eva Gerlach. De tentoonstelling is in het voorjaar tot stand gekomen tijdens het begin van de oorlog in Irak, en de samenstellers, Gwij Mandelinck en Agnes Hondekijn, veronderstellen dat de beelden van die oorlog hebben meegespeeld in hun gedachten en er mede oorzaak van zijn geweest dat er veel verschrikkelijks te zien is. Een afgerukte arm in een plas bloed. Een foto die `Death by drowning' heet. Iemand die zichzelf min of meer borduurt met ijzeren draden. Een schilderij van een concentratiekampslachtoffer dat haar polsen doorsnijdt.

Op allerlei momenten vraag je je af waarom je kijkt. Soms kijk je ook niet, laat het zich maar echt `opzij van het kijken' afspelen, al dat bloed, al die getourmenteerde lichamen. `Allemaal bloed' dicht Dirk van Bastelaere: ,,Iemand kijkt op een tochtig perron/ om zich heen en het is allemaal bloed/ dat door gezichten jaagt''.

Maar de vraag blijft: waarom kijk je. En wat zie je dan eigenlijk. Bijvoorbeeld als je de video van de Servische Milica Tomic ziet, waar ik met een mengeling van afgrijzen en fascinatie naar keek, en die me om een of andere reden niet loslaat.

We zien een mooie vrouw in een witte jurk, haar schouders en armen bloot. Ze kijkt recht voor zich uit en ze zegt: ,,I am Milica Tomic, I am English'' of: ,,Je suis Milica Tomic, je suis Wallone'' en zomaar door, allerlei talen en nationaliteiten dicht ze zichzelf toe, maar ze blijft, hoe dan ook, Milica Tomic. Terwijl zij zulke zinnen herhaalt, draait de camera om haar heen. En overal zien we wonden verschijnen. Striemen alsof ze geslagen is. Gaten of ze beschoten is. Kerven in haar rug, alsof iemand haar met een mes bewerkt heeft. Al die wonden bloeden. Na een tijdje is de gave vrouw veranderd in een toegetakeld lichaam, maar ze blijft precies zo neutraal vriendelijk kijken en ze blijft haar zinnen maar herhalen.

Wat gebeurt er met haar? Wat wil ze uitdrukken met dit filmpje dat steeds herhaald wordt? Ik weet het eigenlijk niet. Er valt best iets te bedenken natuurlijk, iets over bloed dat ongeacht nationaliteit stroomt, dat slachtoffers in elke taal bestaan, dat iemand geen slachtoffer is maar een persoon met een naam, wat hem of haar ook overkomt – zulke dingen. Misschien wil ze nu wel eens laten zien dat ze bloedt, iets dat anders verborgen blijft onder haar internationale goede manieren. Maar het is niet zo interessant om er een boodschapje bij te bedenken. Het wonderlijke is dat die vrouw daar zo onaangedaan staat te bloeden, en maar praat, en dat je blijft kijken terwijl je vervuld wordt van groeiende afkeer, van medelijden, van ergernis en van onbegrip.

In Vrij Nederland van deze week stond een essay van Susan Sontag, `De zin van gruwelijke beelden'. Eigenlijk kwam ik er ook niet echt achter wat zij daar dan de zin van vond. Al zulke beelden veranderen, ongeacht het specifieke van de situatie die ze afbeelden, op den duur in een aanklacht tegen menselijke wreedheid, schrijft ze. Zo is het, maar hoeveel aanklachten tegen menselijke wreedheid heb je nodig – wie er een aantal gezien heeft weet wel dat de mensen in staat zijn tot alle mogelijke wreedheden en zeker onder bijzondere omstandigheden als een oorlog. Sontag betoont zich in het essay – dat onderdeel is van een boek: Kijken naar de pijn van anderen – het meest onder de indruk van een geënsceneerde foto, van kunst over de oorlog en de pijn. Ze concludeert uit het beeld dat die foto laat zien – in een hinderlaag gelopen Russische soldaten in Afghanistan die dood zijn maar toch met elkaar praten – dat `wij', alle wij die het niet hebben meegemaakt, nooit zullen begrijpen waar het over gaat.

Alweer. We kijken naar iets dat onvoorstelbaar is en onbegrijpelijk en misschien hoop je al kijkend, tóch iets te gaan begrijpen. Zodra iets tot een kunstwerk gemaakt is, maakt het, als het tenminste een geslaagd kunstwerk is, aanspraak op betekenis. Wat niet wil zeggen dat je het kunt begrijpen. Zoals de Vlaamse schrijver en dichter Peter Verhelst afgelopen vrijdag in het Cultureel Supplement zei: ,,Je mag het niet bevatten.'' Aan ons de opgave om te zien, of om ons af te vragen, wat we zien of lezen. Desnoods met alleen maar als durend antwoord: het is betekenisvol, ik weet niet waarom.