Wiskundeonderwijs

In het artikel over de wiskundelerares Marjan van der Vegt komt weer eens glashelder naar voren in welk afglijdproces het basisonderwijs is terechtgekomen (`Ik heb altijd volle klassen', W&O, 9 augustus). Zij spreekt hier voor het vak rekenen waar de basis wordt gelegd voor het abstraheren, zeg maar het broodnodige logische denken, het fundament voor de wiskunde. Maar het gaat natuurlijk ook op voor meer leervaardigheden.

Het vak wiskunde, of wat daarvoor door moet gaan, wordt op de middelbare school opgeleukt tot `wiskunde' en vervolgens volgt de deceptie wanneer aan echte wiskunde moet worden `gedaan'. De gevolgen zijn drieledig: uitval door onvermogen voor de persoon zelf, voor de maatschappij ondeskundigheid en voor onderwijs en wetenschap blijven hangen op een middelmatig niveau.

Wat dit laatste betreft, de concurrentiepositie met de omringende landen is al behoorlijk aan erosie onderhevig, ondanks het gekoketteer met ons goede onderwijs. Het artikel bevestigt nogmaals dat we terug zullen moeten naar de basis waarin het erom gaat dat je leren kunt leren, dat in de assertiviteitsscholing en sociale vaardigheidstraining, die tot nu toe naar het lijkt de boventoon voeren, behoorlijk kan worden gesnoeid en dat er eindelijk eens een punt kan worden gezet achter de vrijblijvendheid van de pretpakkettengeneratie. Want echt `leuk' komt toch altijd later.

Zowaar een niet geringe klus, waar gisteren al mee begonnen had moeten worden en die een lange adem vergt. Maar hijgend de eindstreep halen valt altijd te prefereren boven de teleurstelling struikelend halverwege te moeten opgeven, gekweld door de wetenschap dat men met een betere basis kansrijker was geweest. Geen geƫxperimenteer meer, back to basics.