Twijfelaar op weg naar afscheid

Haar danig geslonken kansen op deelname aan de Olympische Spelen hebben turnster Renske Endel (20) hevig aan het twijfelen gebracht over voortzetting van haar carrière. ,,Ik had in Athene afscheid willen nemen.''

Stoppen? Doorgaan? Turnster Renske Endel (20) weet het nog niet. Haar verstand meldt dat het over is, maar haar gevoel zegt dat een carrière zonder Olympische Spelen onvolmaakt is. ,,Ik heb nu zoiets van: ik kap ermee. Maar eenmaal gestopt denk ik vast: jeetje, is dit het nou, ik wil weer turnen. Zo gaat het steeds met mij: altijd maar die twijfels. Ik kan ook zo moeilijk loskomen van het turnen.''

Het is Endel ten voeten uit. Ze turnt zoals ze leeft: op golven van emoties. Een jaar nadat ze als turnster mentaal was opgebrand, won ze in 2001 met haar brugoefening zilver bij de wereldkampioenschappen in Gent. Geheel onverwacht, ook voor haarzelf, want de geboren Noord-Hollandse leeft zonder hoge verwachtingspatronen. ,,Bovendien woon ik in een land waar decennia lang werd verondersteld dat turnsters nooit de wereldtop zouden kunnen halen. Ik vergeet nooit mijn eerste interview voor de televisie, waarin de verslaggever vroeg of ik het niet erg vond, dat ik nooit bij een wereldkampioenschap op het podium zou staan.''

Maar het `wonder van Gent' herhaalde zich het jaar daarop bij de Europese kampioenschappen in Patras, Griekenland, waar Endel in zowel de landenwedstrijd als (opnieuw) op brug zilver won. De volgende logische stap in haar loopbaan zouden de Olympische Spelen van volgend jaar in Athene moeten worden. Maar uitgerekend het uitzicht daarop is vertroebeld, nu Nederland zich deze week bij de wereldkampioenschappen in Anaheim niet als team heeft weten te plaatsen. Endel zag in Anaheim vanaf de tribune hoe zich de uitschakeling voltrok. Moedeloos maar vooral machteloos, omdat ze door bondscoach Frank Louter tot reserve was gedegradeerd. Endel: ,,Een merkwaardige ervaring was dat. Wat ik toen dacht? Shit. Ik had bij de Spelen afscheid willen nemen. En die droom zag ik in duigen vallen.''

Een week later is de primaire boosheid over die beslissing afgenomen, maar het gevoel van onrechtvaardigheid blijft knagen. Endel: ,,Toen ik te horen kreeg dat ik niet mocht meedoen, was ik diep teleurgesteld. Ik zweefde en verzette me. Waarom nou, vroeg ik me af. Ik heb zo hard teruggevochten na die amandeloperatie van twee maanden geleden en dan mag je niet meedoen. Ik had het er echt heel moeilijk mee. Nu heb ik het geaccepteerd, omdat ik er niets meer aan kan veranderen.''

Gezien de samenstelling van de ploeg had Louter Endel kunnen verkiezen boven Laura van Leeuwen, die bij de landenwedstrijd alleen op brug in actie kwam. Ze wil niet zeggen dat ze het beter dan haar ploeggenote zou hebben gedaan, maar Endel is er wel van overtuigd dat ze als brugspecialiste, ondanks haar blessure, een goede oefening zou hebben gedraaid. ,,Dat was in de testwedstrijdjes in de aanloop naar de wereldkampioenschappen wel gebleken'', zegt de turnster. ,,De scores lagen voortdurend tussen de 9.300 en 9.400 punten. Maar de enkelblessure die ik een dag voor de podiumtraining opliep, heeft me mijn plaats gekost. Voordien was ik zeker van mijn plekje, dat had Frank Louter ook steeds tegen me gezegd. Maar toen ik de ochtend van de podiumtraining amper op mijn voet kon staan, is de ploegleiding volgens mij in paniek geraakt. `Dan Renske er maar uit', zo hebben ze geredeneerd. Althans, dat begreep ik uit de verklaring van technisch coördinator Willem Veldman.''

In een analyse achteraf erkent Endel dat de voorbereidingstijd voor haar te kort is geweest. ,,Vanaf november ben ik aan het sukkelen en pas in het voorjaar bleek dat mijn amandelen er de oorzaak van waren. Ik ben weliswaar redelijk snel hersteld, maar in een voorbereidingstijd van anderhalve maand kun je niet veel meer doen. Die oefeningen lopen dan wel, maar je lichaam is nog zo kwetsbaar. Bijvoorbeeld als je bij een landing moet corrigeren, dan heb je sneller last van je voet. Pas na aankomst in de Verenigde Staten heb ik goed en krachtig kunnen trainen. Toen voelde ik me voor het eerst weer de oude.''

Nu Nederland niet met een ploeg naar de Olympische Spelen mag en slechts recht heeft op twee individuele inschrijvingen, vraagt Endel zich af of ze er wel verstandig aan doet om door te gaan. ,,Ik weet echt niet of ik na deze teleurstelling al die trainingsuren nog een jaar kan opbrengen. Ik ben niet goed genoeg op de vierkamp, dus moet ik me specialiseren op brug. Maar dat lijkt me heel saai. En dan nog heb ik niet de zekerheid dat ik naar de Spelen mag. Ik ga er eerst eens heel uitvoerig over praten met mijn ouders en trainer Boris Orlov. Ja, er wordt door de bond wel druk op me uitgeoefend, maar ik wil het reëel bekijken. Het is nog maar de vraag of ik in Athene medaillekansen heb. Kijk naar de cijfers bij dit WK. Met een score van 9.450, waarmee ik op de Europese kampioenschappen zilver won, red je het niet. Daarmee sta je niet eens in een finale. Wereldkampioene Svetlana Chorkina is met 9.450 punten zelfs tweede reserve bij de toestelfinale op brug. En dan die onzekerheid of je wel of niet wordt uitgezonden. Ik heb in de voorbereiding op `Anaheim' gemerkt hoeveel energie dat kost. Bovendien word ik daar altijd een beetje bang en onzeker van, vooral als er weinig over je kansen wordt gezegd, zoals deze keer is gebeurd. Dat maak ik liever niet weer mee. Ik heb graag op een redelijke termijn duidelijkheid. En als ik die niet krijg, heb ik al gauw de neiging om het maar zo te laten.''

Endel vindt dat Orlov vanuit Nederland is doorgeschoten met zijn kritiek op bondscoach Frank Louter, die door hem `commandant Louter' werd genoemd. ,,Ik vind het niet leuk dat hij zo heeft uitgehaald'', zegt ze. ,,Ik houd daar niet zo van. Laat het maar. Het is gebeurd en het heeft geen zin om tikken uit te delen. Misschien zijn ze bij mijn club De Hazenkamp in Nijmegen erg boos, dat weet ik niet. Maar dan nog. Nee, ik heb Orlov er zelf niet over gesproken. Ik heb hem gebeld nadat ik hoorde dat ik niet in de ploeg was opgenomen, maar het enige dat hij toen zei was: `rustig blijven, rustig blijven.' En dat heb ik toen maar gedaan.''

Ondanks zijn uitbarsting blijft Endels respect voor Orlov onveranderd groot. Hij is de man geweest die haar drie jaar geleden uit de misère haalde toen ze als gevolg van een burn out met turnen wilde stoppen. En hij is de man geweest die vervolgens van haar een medaillewinnares heeft gemaakt. ,,Maar Orlov is voor een turnster dan ook heel speciaal'', vindt Endel. ,,Hij is geduldig en begrijpt bijna alles. Hij kan zaken ook goed beredeneren en aanvoelen. Ik verbaas me er steeds weer over dat hij me zo goed kent. Heel vaak denk ik: hoe weet hij dat ik me zo voel? Het is inderdaad verwonderlijk als je bedenkt dat hij als Rus uit een andere cultuur komt en wegens ziekte van zijn vrouw een zwaar leven heeft en veel aan huis is gebonden. Ja, ik ben één keer bij hem thuis geweest. Maar niet verder dan de deuropening. Nee, hij nodigt ons nooit uit. Hij praat bij hoge uitzondering over zijn problemen thuis. Maar we krijgen wel voor wedstrijden Russische poppetjes die zijn vrouw heeft gemaakt. Schattig vind ik dat. Het zijn onze gelukspoppetjes.''

Die soepele omgang met Orlov mist Endel bij Louter. ,,Omdat hij bondscoach is, heb ik bij hem sterk het gevoel dat ik me steeds moet bewijzen. Ik moest aanvankelijk erg aan Louter wennen, omdat hij zo heel anders met turnsters omgaat. Eerst was ik altijd een beetje zenuwachtig in zijn aanwezigheid, dan wilde ik alles heel goed doen. Tegenwoordig gaat het eigenlijk wel goed. Maar ik train ook niet dagelijks bij hem. Ik weet niet hoe hij dan is. Ik maak hem alleen mee op stages en toernooien. En dan gaat gaat het allemaal best wel. Maar het ligt ook aan mij hoor. Ik ben een turnster bij wie gevoelsmatig alles moet kloppen. En Orlov kan dat heel goed bij me regelen, hij weet me altijd op mijn gemak te stellen.''

Pas sinds Endel de losse hand van Orlov meemaakt, wordt haar leven niet langer volledige beheerst door turnen en gaat ze bijvoorbeeld ook uit. Voorheen was dat ondenkbaar. ,,Ik wist niet beter of ik moest het weekeinde rusten om de week door te kunnen komen'', zegt ze. ,,Ik had er eerlijk gezegd ook geen behoefte aan, omdat ik mijn plezier uit het turnen haalde. Daar was ik voortdurend mee bezig. Dat is nu minder. Met oude schoolkameraden vormen we een groepje van zes vriendinnen dat geregeld samen uitgaat. Met hen is het altijd hartstikke gezellig. Ze passen dan ook op me. Als er in de kroeg iemand op me afkomt die me herkent, gaan ze met z'n allen om me heen staan. `Nee, laat Renske met rust, ze is nu uit', zeggen ze dan. Mooi vind ik dat.''

Endels enigszins aangepaste levenshouding brengt haar evenwel niet in de verleiding van haar sobere eetpatroon af te stappen. Als haar vriendinnen patat eten, kiest zij voor iets anders. Die discipline heeft er mede toe bijgedragen dat ze altijd goed op gewicht is gebleven. Tegenwoordig weegt ze 46,5 kilogram, ideaal voor een turnster. ,,Voorheen was ik veel met voeding bezig'', vertelt ze. ,,Na elke training en na elke maaltijd stond ik op de weegschaal. Dat doe ik bijna nooit meer. Wel voel ik dat ik iets zwaarder word; zal wel met hormonen te maken hebben. Ik was altijd stabiel, terwijl het gewicht bij de meeste ander turnsters altijd schommelde. Nee, ik kom nooit in de verleiding om iets vets te eten. Het kost mij totaal geen moeite dat te weerstaan. Ik vind een boterham met kaas zeker zo lekker. Dat is ook iets wat ik van huis heb meegekregen. Als kind trakteerde ik op de basisschool altijd op gezonde hapjes, terwijl andere kinderen met chips rondgingen. Maar mijn moeder was anti-snoep, wij hadden nooit iets in huis.''

Nederlands matige presteren in Anaheim heeft voor Endel ook nadelige financiële gevolgen. Zij raakt haar A-status bij sportkoepel NOC*NSF kwijt en daarmee haar bron van inkomsten. Bovendien zal ze haar lease-auto moeten inleveren. Mocht ze besluiten met turnen te stoppen, dat is de A-status helemaal geen item meer en zal ze ook bij haar gastgezin in Nijmegen vertrekken om terug te keren naar Broek op Langedijk in Noord-Holland.

,,Ach, dan red ik me ook wel'', beweert ze. ,,Ik heb redelijk verdiend en door het turnen weinig uitgegeven. Dan houd je vanzelf geld over. Dat zal van pas komen, want als ik stop wil ik gaan studeren. Ik weet alleen nog niet wat, daar moet ik nog eens goed over nadenken. Nadeel is dat ik me reeds voor een studie had moeten inschrijven. Ik wil me er hier in Anaheim ook niet druk over maken. Terug in Nederland ga ik alles maar eens op een rijtje zetten.''