Topadvocaten klant suspect bureau

Het kantoor van de landsadvocaat en tal van andere grote advocatenkantoren hebben tot voor kort opdrachten verstrekt aan een bureau dat ervan verdacht wordt op onwettige manier informatie te hebben verzameld over personen. Het openbaar ministerie beschouwt het bureau als een criminele organisatie.

Eind juni werd de directeur van het zogeheten handelsinformatiebureau, de 44-jarige D.E., aangehouden als leider van de organisatie. De informatiemakelaar heeft zich volgens justitie schuldig gemaakt aan oplichting en het uitlokken van schending van de geheimhoudingsplicht. Op zoek naar financiële informatie over bepaalde personen hebben medewerkers zich volgens justitie onder een valse naam of hoedanigheid uitgegeven.

Handelsinformatiebureaus verzamelen op verzoek van advocaten, incassobureaus, de overheid, verzekeraars, banken en curatoren financiële en soms justitiële informatie over mensen. Zij doen dit voor instanties of bedrijven die bijvoorbeeld willen weten of, en hoe, een schuld kan worden teruggevorderd. Zij moeten zich daarbij houden aan de Wet bescherming persoonsgegevens, die informatie over onder meer bankrekeningen, belastingschulden, aandelenbezit, uitkeringen, sofinummers en criminele antecedenten beschermt.

Tot de klanten van het verdachte bureau, dat gevestigd is in Zoetermeer, behoorden onder meer het kantoor van de landsadvocaat (Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn), en advocatenkantoren als Nauta Dutilh, De Brauw Blackstone Westbroek en Houthoff Buruma. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP, de voormalige Registratiekamer), deed een jaar geleden een inval bij het bedrijf en deed in april aangifte van structurele oplichtingspraktijken. Sinds de eerste berichten over de frauduleuze informatievergaring, dit voorjaar, zijn de advocatenkantoren begonnen de contacten met het bureau te verbreken.

Het bureau vergaarde de informatie veelal bij instanties met een geheimhoudingsplicht. Daarbij ging het volgens het justitiële dossier onder meer om de belastingdienst, sociale diensten, enkele gemeenten en de grote Nederlandse banken.

Volgens het CBP maakte het bureau gebruik van contactpersonen bij de instanties waarvan zij de informatie kregen. In veel gevallen is daarbij sprake geweest van schending van het ambts- of beroepsgeheim. In feite, concludeerde het CBP al eerder, waren er ,,geen instanties'' waar ,,dit bureau geen informatie kon krijgen''. [Vervolg BUREAU: pagina 3]

BUREAU

'Opdrachtgevers ook niet kosjer'

[Vervolg van pagina 1] In april van dit jaar werd al de 36-jarige M.K. uit Den Haag aangehouden op verdenking van oplichting. Hij zou in opdracht van het bureau uit Zoetermeer onder valse voorwendsels privégegevens van personen hebben vergaard.

Eerder dit jaar uitte de voorzitter van het CBP, mr. P.J. Hustinx, al kritiek op de kantoren en instellingen die deze informatiemakelaar opdracht gaven tot het maken van een verhaalsrapportage. ,,Advocaten, banken, recherchebureaus, verzekeraars, incassobureaus en deurwaarders horen te weten dat ze zo'n bureau vragen gegevens te verzamelen die alleen beschikbaar zijn via onrechtmatige wegen, uitlokking, corruptie. Die opdrachten zijn ook niet kosjer zij kunnen onder omstandigheden onder crimineel gedrag vallen'', zei Hustinx.

Ook Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, het kantoor van de landsadvocaat in Den Haag, verstrekte namens de Nederlandse staat regelmatig opdrachten aan het Zoetermeerse bedrijf.

Recent nog vroeg de landsadvocaat in een brief aan het bureau in een poging een schuld van enkele tonnen terug te vorderen ,,ten aanzien van onderstaand natuurlijk persoon een verhaalsonderzoek te verrichten dat met name gericht zal zijn op het traceren van vermogensbestanddelen (en opheldering zal verschaffen over de omvang en hoogte van zijn inkomstenbronnen)'', zodat de staat kan bezien of het geld kan worden teruggevorderd.

Volgens bestuurssecretaris mr. G.W. Wilbers van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn is er vermoedelijk een vergissing begaan door het advocatenkantoor, omdat in juni besloten is geen opdrachten meer te verstrekken aan het handelsinformatiebureau, nadat de landsadvocaat informatie had bereikt dat er mogelijk ,,iets aan de hand was''.

,,Wij schakelen geen bureaus in waarvan het vermoeden bestaat dat zij zich niet aan de wet houden'', aldus Wilbers. ,,Dat is afgestemd met het ministerie van Justitie, dus met de staat. Als het daarna toch nog gebeurd is, is dat in strijd met onze regels.'' De landsadvocaat is inmiddels aan het zoeken naar nieuwe handelsinformatiebureaus die verhaalsonderzoeken kunnen verrichten.

Bestuursvoorzitter mr. J. van Marwijk Kooy van Nauta Dutilh zegt in een reactie niet op de hoogte te zijn van de verdenkingen tegen het handelsinformatiebureau. ,,Wij zijn niet op de hoogte van het justitiële onderzoek. Wij hebben in het verleden wel contacten gehad met het handelsinformatiebureau. Zij hebben ons gezegd dat zij binnen de wettelijke kaders zouden blijven. Ik kan niet uitsluiten dat zij op illegale wijze informatie hebben gekregen.''

Mr. B. Le Poole van Houthoff Buruma laat weten dat het bureau uit Zoetermeer ,,een cliënt is van ons'', en wil daarom ,,geen mededelingen'' doen. De Brauw Blackstone Westbroek heeft voor de zomer een intern onderzoek ,,naar onze leveranciers'' ingesteld, nadat de eerste berichten over mogelijke illegale praktijken van een handelsinformatiebureau naar buiten kwamen via NRC Handelsblad.

,,Daar waar twijfel bestond, wordt de relatie afgebouwd. Dat proces wordt nu afgewikkeld'', aldus B. van Drie van De Brauw.

Niet alleen advocatenkantoren en curatoren, maar ook verscheidene gemeenten gaven regelmatig opdrachten aan de informatiemakelaar. Volgens mr. E.J.W.F. Deen, advocaat van de verdachte directeur van het handelsinformatiebureau, gaf één gemeente opdracht tot een verhaalsonderzoek naar een aantal inwoners, maar diezelfde gemeente wilde de informatiemakelaar geen persoonlijke gevens verstrekken over de betrokken inwoners, omdat dat schending van de privacyregels met zich mee zou brengen. ,,Dat zegt wel iets over het probleem dat de overheid zelf heeft met de privacywetgeving'', aldus Deen.

Raadsman Deen van de verdachte directeur bestrijdt dat het bedrijf van zijn cliënt het oogmerk heeft gehad om onder valse voorwendsels persoonlijke informatie los te krijgen. Volgens Deen heeft zijn cliënt binnen het bedrijf uitdrukkelijk laten weten dat de medewerkers die zich onder een valse hoedanigheid uitgeven ,,op staande voet worden ontslagen''.

Verder stelt Deen dat het openbaar ministerie zijn cliënt uit ,,willekeur'' heeft aangehouden. ,,Hij is slechts één persoon uit de hele keten. Hij hield zich als directeur bovendien niet bezig met het vergaren van informatie.'' Daarnaast was het handelsinformatiebureau in Zoetermeer naar aanleiding van het CBP-onderzoek bezig met een grondige reorganisatie, waarbij in samenwerking met Houthoff Buruma en het CBP nieuwe interne richtlijnen werden opgesteld, aldus Deen.

Volgens de raadsman van de verdachte directeur kunnen bij twijfelachtige informatievergaring vier instanties een rol spelen: de opdrachtgever die bepaalde informatie wil laten vergaren, het onderzoeksbureau dat de opdracht aanneemt, het bureau dat de onderzoeken uitvoert en het bedrijf of de instelling waar de privacygevoelige informatie vandaan moet komen.

Advocaat Deen vindt verder dat het privacybeleid in Nederland is doorgeschoten, omdat schuldeisers onder de nieuwe privacyregels nog maar weinig mogelijkheden hebben om informatie te achterhalen over de financiële positie van schuldenaren. ,,Als dat privacybeleid ertoe leidt dat miljoenen aan overheidsgeld of geld van banken of verzekeraars niet meer kan worden geïnd, dan is dat een politieke keuze.''

Deen vindt dat er een vergunningenstelsel moet komen, waarin bepaalde gecertificeerde handelsinformatiebureaus onder voorwaarden verhaalsonderzoek kunnen doen naar personen met een financiële schuld.