Samenspanning

REKRUTERING voor de jihad, de heilige oorlog van de islam, verdient volgens minister Donner (Justitie) strafbaar te worden gesteld in Nederland. Hij stelt daartoe twee ingrepen voor in de reeds lang bestaande strafbepaling tegen het aanwerven voor vreemde krijgsdienst. ,,Krijgsdienst'' moet worden verbreed tot iedere vorm van ,,gewapende strijd'' en de formele term ,,aanwerven'' moet worden vervangen door het meer algemene ,,werven''.

Dit laatste om tot uitdrukking te brengen dat rekruteringsactiviteiten niet per se gericht hoeven te zijn op een arbeidscontract om strafbaar te zijn.

Het zijn beide praktische maatregelen om activiteiten aan te pakken waarover de regering zich met reden zorgen maakt. De nieuwe strafbepaling blijft echter niet tot de jihad beperkt. Ze slaat op een hele variëteit aan verzets- en vrijheidsbewegingen waarover mogelijk genuanceerder wordt gedacht. Kan dat niet voor moeilijkheden zorgen? Minister Donner besteedt in zijn toelichting geen aandacht aan deze vraag.

De vergaande strafbaarstelling van werving voor de jihad is niet het echte klapstuk van de wijzigingen die Donner voorstelt. De minister wil ook het delict ,,samenspanning'' invoeren voor (ernstige) terroristische misdrijven. Dat is naar Nederlandse begrippen weinig minder dan een juridische omwenteling. Tot dusver is strafbaarstelling van samenzweringen beperkt tot enkele streng geselecteerde misdrijven tegen het staatsgezag. Dat heeft een goede reden. Het misdrijf samenzwering is ,,zo vaag dat het bijna iedere beschrijving tart'', wordt gezegd over de toepassing in de Verenigde Staten, waar men al ruime ervaring heeft met `conspiracy' als strafbaar feit.

Typerend voor samenspanning is dat een afspraak al voldoende is. Er is naast de verdachte slechts een ander voor nodig. De afspraak moet natuurlijk wel gericht zijn op een onwettig doel, maar het hoeft zelfs niet tot een begin van uitvoering te komen om de afspraak strafbaar te maken. Concrete voorbereidingshandelingen van zware misdrijven zijn nu al strafbaar.

In Nederland heeft de toenmalige minister van Justitie Van Agt in 1976 een balletje opgegooid over strafbaarstelling van samenspanning bij terroristische misdrijven. Zijn opvolger De Ruiter zette daar in 1980 resoluut een streep onder. Welke formulering men ook kiest, zo'n strafbaarstelling wordt ,,dermate ruim dat de rechtszekerheid voor de individuele burger niet voldoende gewaarborgd kan worden''. De Ruiter vond dat onaanvaardbaar. Daarbij had hij het vooral over een algemene strafbaarstelling, zoals in de VS. Daar is het delict conspiracy in de loop der tijd uitgewaaierd over het hele strafrecht.

De internationale samenwerking met de VS en het Verenigd Koninkrijk is een belangrijke reden voor minister Donner om samenspanning nu alsnog strafbaar te willen stellen. Hij wil dit wel toespitsen op (ernstige) terroristische misdrijven. Bij de juridische aanpak van de nasleep van de aanslagen van 11 september 2001, heeft de minister echter gekozen voor een andere weg: uitbreiding van de strafbepalingen over criminele organisaties, om allerlei randfiguren of begunstigers van terrorisme beter te kunnen pakken. Toch biedt de bestaande strafwet al ruime mogelijkheden. Om daar nu nog eens een samenspanningsbepaling bovenop te stapelen, is niet erg consequent.

Minister De Ruiter zag indertijd toch wel iets in strafbaarstelling van samenspanning voor de speciale categorie van drugsdelicten. Maar hij zei daar direct bij dat het een moeilijke opgave blijft het juiste evenwicht te vinden. Hoe Donner dat denkt op te lossen blijkt niet uit de toelichting op zijn voorstel.