Proefloeien

Voor het eerst na zes jaar zullen op 1 september de 4.050 rijksalarmsirenes weer proefloeien, en daarna, tot nader order de eerste maandag van iedere maand. Wat, zult u misschien vragen, is er dan in 1997 gebeurd, of niet gebeurd, waardoor ze konden worden afgeschaft? De documentatieafdeling van deze krant heeft dat onderzocht.

Ik noem een paar hoogtepunten. Op 23 juni legt een stroomstoring het openbare leven in Midden-Nederland lam. Al eerder is de varkenspest uitgebroken, waardoor 500.000 biggetjes preventief het leven moeten laten. De Turkse kleermaker Gümüs moet de biezen pakken. Schiphol mag van de ministers Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) en De Boer (Milieu) de geluidsnormen overschrijden, mits voldaan wordt aan strenge milieueisen. Misschien is er een tweede luchthaven nodig. Twee Nederlandse soldaten raken in Bosnië licht gewond. Bezorgdheid over Betuwelijn. Spoorwegen kampen met lichte vertragingen. Hier en daar spoelen potvissen aan. Op Prinsjesdag presenteert het kabinet een `droombegroting', waarbij meer banen, lagere lasten en een collectieve vooruitgang de boventoon voeren. Het Nederlandse poldermodel krijgt een prijs van de Duitse Carl Bertelsmannstichting. Onder deze omstandigheden achtte het ministerie van Binnenlandse Zaken de toestand veilig genoeg om het maandelijks loeien van de sirenes af te schaffen. Daarmee was het laatste directe overblijfsel van de oorlog (1940-1945) verdwenen.

Van 1 september af zullen ze dus weer op iedere eerste maandag van de maand te horen zijn. Het besluit, las ik in deze krant ,,is gevallen omdat mensen minder snel vergeten wat een sirene betekent als ze het geluid maandelijks horen''. Ja, dat krijg je dan. In de afgelopen zes jaar is er een generatie tot wasdom gekomen die niets meer van dat geloei begrijpt. Daarom zal het eerst op de radio en televisie worden uitgelegd.

Dan volgt er een zwak punt. In de voorbereidende campagne zal worden verteld wat je moet doen als je de sirenes op een andere dag en een ander tijdstip hoort dan op deze twaalf eerste maandagen om twaalf uur. Dan is het: Alarm! Ga direct naar binnen, sluit ramen en deuren en zet radio of tv aan. Het lijkt een spijker op laag water, maar het is nooit uitgesloten dat de ramp zich zal voltrekken op het tijdstip van het proefloeien. Kleinigheid.

Het bericht over deze hervatting wekt bij mij gemengde gevoelens. Het geluid van de sirene is voor alle mensen die omstreeks even oud zijn als ik, met een marge van vijf jaar naar beneden en twintig jaar naar boven: luchtalarm. Dat is nu eenmaal zo, daar valt niets aan te doen. Eerst de sirenes, dan het langzaam naderend dreunen van vliegtuigmotoren, aanflitsen van de zoeklichten, melkblauwe vingers die de nacht aftasten, afweergeschut, een vliegtuig in de kruising van de lichtbundels, ze schieten als gekken, getik van granaatscherven op de dakpannen, het vliegtuig ontsnapt, het gedreun sterft weg, sirenes blazen af. De straat op, scherven zoeken. Ze zijn nog heet, scherp gekartelde stukjes metaal. Later kon dat niet meer, want toen was het spertijd. Hier laat ik het bij. Over de oorlog moet je niet te lang zeuren.

Het bericht over het nieuwe proefloeien staat in deze krant ingeklemd tussen drie andere die ook gemengde gevoelens wekken. Iets over Amsterdam dat ,,af wil'' van het kartel van de wegenbouw, de organisatie waarbinnen de opdrachten van de gemeente worden verdeeld. Ondoorzichtige zaak. Dan wordt het hoerenlopen aan de Theemsweg onmogelijk gemaakt. En de politie is onbereikbaar ,,door blokkade van 0900-nummers''. Daarmee zijn we terug in de moderniteit.

Een jaar of drie geleden heb ik op deze plaats een stukje geschreven over hoe op onverwachte manieren de Derde Wereld zich in onze hypertechnologische samenleving vestigt. Ik citeerde de Duitse socioloog Ulrich Beck, die spreekt over de ,,brazilisering van het Westen''. Later dacht ik aan de architect Rem Koolhaas. Hij heeft een prachtig boek geschreven, al in 1978, getiteld Delirious New York, A Retroactive Manifesto for Manhattan. Daarin ontdekt en beschrijft hij de ,,cultuur van de congestie'', het kenmerk van het metropolitane leven. Inmiddels zijn we in het volgende stadium aangeland: de cultuur van de stagnatie. We maken nu mee wat niemand had vermoed: de congestie heeft de stagnatie gebaard. Overal, op de weg, op de rails, in de lucht, op kantoor, op straat, overal de tekenen van de stagnatie. In een half werelddeel valt de stroom uit, iedere dag staat gemiddeld op alle toegangswegen naar de metropolen bijna tienduizend kilometer file, terwijl elders gemiddeld 280 mensen in liften tussen twee verdiepingen zijn blijven steken, ieder uur zien achthonderd mensen in hun beeldscherm hoe hun werk door een computervirus wordt weggevreten. Ik sla er een slag naar, maar het zou u niet verbazen als het waar was.

En nu. Om ons voor de gevolgen van de stagnatie te bewaren gaan we de sirene weer in gebruik nemen, nadat ons eerst is uitgelegd wat dat geloei te betekenen heeft. Zeker! Het is allemaal verklaarbaar, en vaak heeft het ook zijn redelijkheid en nut. Maar bekijk je het geheel, kun je je er dan nog aan onttrekken dat er een kern van absurditeit in zit? Dat je je er eigenlijk op zou moeten voorbereiden dat je uit alle hinderlagen kan worden belaagd? Wat moet je er tegen doen? Toen schoot me dat woord uit de tijd van het luchtalarm te binnen. Hamsteren. Weet iedereen nog wat hamsteren is?

P.S. Over de schoen van Chroesjtsjov blijkt het laatste woord nog niet gesproken te zijn. Ik kom er nog één keer op terug.